Nieuws

Spanje: vakbonden en regering akkoord over hoger minimumloon

Spanje: vakbonden en regering akkoord over hoger minimumloon

Op woensdag 9 februari kondigde de Spaanse regering, na een akkoord met de vakbonden en ondanks verzet van werkgeversorganisaties, een verhoging van het minimumloon aan tot het symbolische bedrag van 1.000 euro bruto per maand.

Wij hadden een ontmoeting met Fernando Lujan en Raúl Olmos Mata, kameraden van de Spaanse partnervakbond UGT (Algemeen Vakverbond) en CCOO (Confederación Sindical de Comisiones Obreras).

Wat is de huidige sociaaleconomische situatie in Spanje?

Raúl: “De coronapandemie heeft de economische, gezondheids- en sociale situatie ingrijpend veranderd. In maart 2020 veroorzaakte corona één van de grootste economische implosies ooit. Er is een reeks maatregelen genomen om de gevolgen van de crisis af te zwakken: steun voor bedrijven en zelfstandigen om zoveel mogelijk banen te behouden en werkloosheidsuitkeringen voor werknemers. Zonder deze maatregelen zouden de gevolgen van de crisis voor de economie en de werknemers nog groter zijn geweest. Het resultaat was dat er eind 2021 minder werkloosheid was dan vóór de pandemie. Desondanks blijft ons werkloosheidscijfer hoog in vergelijking met andere Europese landen.”

Op 9 februari kondigde de regering een verhoging van het minimumloon aan. Kunt u ons hier meer over vertellen?

Fernando: “Het akkoord is bedoeld om de Europese richtlijnen te volgen, volgens welke het minimumloon 60% van het mediaan maandloon in het land moet bedragen. In 2019 steeg het minimumloon in die zin al met 22%. Vandaag bedongen we een verhoging van 3,6% ten opzichte van 2021, toen het minimumloon 965 euro bedroeg.”

“Wij hebben de symbolische 1.000 euro per maand bereikt met terugwerkende kracht tot 1 januari. Het is belangrijk te onthouden dat het loon in Spanje wordt berekend over 14 maanden. Over 12 maanden gespreid zal het minimumloon nu 1.165 euro bruto bedragen.”

“De aanzienlijke stijging van het minimumloon sinds 2016 (toen was het 655 euro) is het resultaat van vakbondswerk. Wij zijn nog ver verwijderd van de minimumlonen van andere Europese landen zoals Frankrijk, België of Duitsland, maar we gaan in de goede richting.”

Raúl: “In ons land heeft het minimumloon als gevolg van de financiële crisis van 2008 een aanzienlijk koopkrachtverlies geleden. De vakbondsdruk om de rechten terug te krijgen die tijdens de jaren van bezuinigingen verloren gingen, bracht de regering ertoe het minimumloon in 2017 en 2018 te verhogen, met respectievelijk 8% en 4%.”

“In Spanje stelt de regering het minimumloon vast na overleg met de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Deze laatsten zijn echter niet altijd geraadpleegd. De regeringswissel in Spanje in 2018 zorgde voor een terugkeer naar de sociale dialoog en een erkenning van de noodzaak om een fatsoenlijk minimumloon vast te stellen. Als gevolg daarvan ging het minimumloon sindsdien met 22% omhoog. De vakbonden en de regering verbinden zich tot een verdere verhoging tegen 2023.”

Met welke obstakels werden jullie geconfronteerd in de aanloop naar deze deal?

Fernando: “De werkgeversorganisaties wilden de overeenkomst niet ondertekenen. Hun belangrijkste argument: de coronacrisis. Volgens de werkgeversorganisaties zou de verhoging van het minimumloon negatieve gevolgen kunnen hebben voor bedrijven die onder de crisis te lijden hebben gehad. Het zou banen vernietigen, zo zeiden ze. Dat is niet waar. De laatste maanden bedroeg het werkloosheidscijfer ongeveer 13% van de beroepsbevolking, wat ver verwijderd is van wat we in het verleden kenden.”

“Een hoger minimumloon vernietigt geen banen, maar schept er net. Een betere koopkracht bevordert consumptie. Dat geld stroomt weer naar de economie.”

“Hoe dan ook, het zijn niet de meest kwetsbaren die voor de crisis moeten opdraaien. De verhoging van het minimumloon is een zeer belangrijk instrument voor solidariteit en herverdeling van de rijkdom.”

Raúl: “Deze weigering van de werkgeversorganisaties om het akkoord te ondertekenen is verrassend, aangezien zij in 2018 een akkoord ondertekenden dat het minimumloon 14.000 euro per jaar moet bedragen, wat we met dit nieuwe akkoord hebben bereikt.”

“We kregen ook te maken met tegenstand van de conservatieve en liberale partijen. Zij eisen meer en snellere overheidssteun voor het bedrijfsleven. Zij verzetten zich voortdurend tegen elke loonsverhoging, met het argument dat deze de groei van de werkgelegenheid in gevaar brengt en de zwarte economie aanmoedigt. De werkgelegenheidsgegevens logenstraffen deze beweringen echter.”

Wie profiteert van deze verhoging?

Raúl: “De verhoging van het minimumloon komt meer dan 1,8 miljoen werknemers ten goede, vooral vrouwen. Elke verhoging verkleint ook de loonkloof tussen vrouwen en mannen. Maar ook jongeren gaan hier wel bij varen, alsook de werknemers in de landbouw en diensten, waar veel onzekere arbeid geconcentreerd is.”

Fernando: “Dit is des te belangrijker in de huidige context van hoge inflatie, met exploderende energieprijzen. Maar dit moet gepaard gaan met een verdere stijging de komende jaren. Met de huidige kosten van levensonderhoud kun je met een salaris van 1.000 euro geen huis huren en al je uitgaven dekken. Een waardig leven betekent niet alleen werken om een huis en eten op je bord te hebben.”

De laatste heeft Spanje nog vooruitgang geboekt. Kan je enkele voorbeelden geven?

Fernando: “Er was de arbeidshervorming, een ambitieuze hervorming die onder meer het aantal contracten van bepaalde duur beperkt en van vaste arbeidsovereenkomsten de regel maakt. Het legt ook een beperking op in de onderaanneming. Het percentage tijdelijke banen in Spanje is namelijk één van de hoogste in Europa. Het is een onaanvaardbare vorm van uitbuiting van werknemers.”

“Collectieve overeenkomsten binnen een sector worden boven die van de onderneming geplaatst. Zo kunnen we een deel van de lonen van duizenden vrouwen en jongeren terugvorderen die verloren zijn gegaan met de arbeidshervorming van 2012, een hervorming aangenomen onder de regering van de rechtse Partido Popular.”

Raúl: “We kunnen ook de in mei 2021 aangenomen Rider-wet voor platformwerkers noemen. Dit is de eerste wet op Europees niveau die voorziet in een vermoeden van loondienst voor alle koeriers die gebruik maken van apps als Uber Eats of Deliveroo. De wet maakt een einde aan het zelfstandigenstatuut van deze werknemers. Deze doorbraak volgt op een arrest van het Hooggerechtshof dat zegt dat een fietskoerier in dienst van een platform moet worden behandeld als een personeelslid van het platform.”

“Met het oog op een betere bescherming van de werknemers moeten deze bepalingen echter ook deel uitmaken van collectieve overeenkomsten waarin het vermoeden van loondienst wordt erkend. Dit gebeurde met de ondertekening van de eerste collectieve overeenkomst tussen het platform ‘Just Eat’ en de vakbonden CCOO en UGT.”

Wat zijn je toekomstplannen?

Raúl: “De sociale dialoog was de laatste jaren zeer intensief. Wij bereikten akkoorden over de verhoging van het minimumloon, de regeling van de procedures voor tijdelijk ontslag na Covid-19, platformarbeid, telewerk, arbeidshervorming … Onze toekomstplannen: het collectief overleg versterken. Onderhandelingen over een nieuwe arbeidsovereenkomst en collectieve onderhandelingen met de meest representatieve werkgeversorganisaties.”

Fernando: “Het minimumloon optrekken tot 60% van het mediaan loon tegen het einde van de legislatuur in 2023. Daarnaast moeten andere problematische elementen uit de hervorming van 2012 worden teruggeschroefd. Ten slotte, als het collectief overleg beter in evenwicht is, zal ook de economie beter in evenwicht zijn.”

Facebooktwitter

Gerelateerde berichten

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW