Voor het zesde jaar op rij, sinds 2021, behoort Wit-Rusland opnieuw tot de tien slechtste landen ter wereld op het vlak van werknemers- en vakbondsrechten. Vrijheden zijn er onbestaande en het sociaal overleg is niets meer dan politieke poppenkast. De Nieuwe Werker sprak met Maksim Pazniakou, vice-voorzitter van het Belarusian Congress of Democratic Trade Unions (BKDP).
Elk jaar publiceert het Internationaal Vakverbond zijn Global Rights Index. Daarin wordt gemeten hoe het wereldwijd gesteld is met de werknemers- en vakbondsrechten. Er wordt ook bijzondere aandacht besteed aan de tien landen waar werknemers en vakbonden het minste te zeggen hebben. Die twijfelachtige eer valt dit jaar te beurt aan Argentinië, Ecuador, Egypte, Swaziland, Myanmar, Nigeria, Panama, Tunesië, Turkije en … Wit-Rusland.

“In het wereldbeeld van Loekasjenko is alleen plaats voor vakbonden die door de regering worden gecontroleerd.”
— Maksim Pazniakou, vice-voorzitter Wit-Russische vakbondskoepel BKDP
Neerwaartse spiraal
Vakbonden staan er al sinds het ontstaan van het land onder druk, maar de echte neerwaartse spiraal begon in 1995. In dat jaar schortte de in 1994 verkozen Aleksandr Loekasjenko met een presidentieel decreet de activiteiten van de Free Trade Union of Belarus en de vakbond van de metrowerkers van Minsk op. Later dat jaar werden ook beperkingen aan het stakingsrecht opgelegd, vakbondsleiders gearresteerd en politiediensten ingezet om een staking van de metroarbeiders te breken. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie vormde dat een zware schending van de vakbondsvrijheden.
Sindsdien gaat het van kwaad naar erger met de vakbondsvrijheden in het land. Maksim Pazniakou weet dat als geen ander. Hij werd in 2019 verkozen tot vice-voorzitter van de BKDP, een koepelorganisatie die de onafhankelijke vakbonden vertegenwoordigd. Hij vertelt hoe de onafhankelijke vakbonden in 2022 de doodsteek kregen.
“In dat jaar heeft Loekasjenko de onafhankelijke vakbonden officieel verboden, samen met grote delen van het maatschappelijke middenveld. Mensenrechtenorganisaties, organisaties die zich bezighielden met natuurbescherming, de Belarussische taal en andere maatschappelijke thema’s werden opgeheven. In totaal ging het om meer dan tweehonderd organisaties”, vertelt Maksim.
Staatsvakbonden
“In het wereldbeeld van Loekasjenko is alleen plaats voor vakbonden die door de regering worden gecontroleerd. Hij houdt vast aan het systeem van de Sovjet-Unie, waarbij de vakbonden deel uitmaken van het staatsapparaat en controle uitoefenen op alles wat werknemers in fabrieken, ondernemingen en andere werkplaatsen doen”, vervolgt Maksim.
Niet alleen zijn de onafhankelijke vakbonden verboden, werknemers zijn ook verplicht om lid te zijn van een door de regering gecontroleerde vakbond. Ben je geen lid, dan wordt dat gezien als een teken van verzet tegen het regeringsbeleid. Zo’n negentig procent van de werknemers is aangesloten bij een van de staatsvakbonden.
Dat betekent ook dat het sociaal overleg in werkelijkheid een farce is. “De sociale dialoog bestaat normaal gezien uit drie partijen: werknemers, werkgevers en de overheid. In Wit-Rusland worden alle drie de partijen gecontroleerd door de overheid. Er is dus geen sprake van echte collectieve actie of van de mogelijkheid om te staken”, verduidelijkt Maksim.

“Het grootste probleem voor Wit-Russische werknemers is het gebrek aan vrijheid: keuzevrijheid, vrijheid van vereniging en democratische vrijheden.”
— Maksim Pazniakou, vice-voorzitter Wit-Russische vakbondskoepel BKDP
Dwangarbeid
Wit-Rusland kent niet alleen een totaal gebrek aan vakbondsrechten, ook de arbeidsomstandigheden zijn er erbarmelijk. Maksim: “De technologie in de fabrieken stamt nog uit de Sovjetperiode en er is geen geld om ze te vernieuwen. Werkgevers verplichten werknemers om steeds langere werkdagen te presteren en we zien steeds meer vormen van dwangarbeid, vooral bij kinderen in de landbouwsector.”
Maksim vertelt ook hoe het in Wit-Rusland in feite verplicht is om te werken. Doe je dat niet, dan moet je hogere bijdragen betalen voor nutsvoorzieningen zoals elektriciteit en water. Bovendien moet je je werkloosheid verantwoorden voor een commissie. Afgestudeerden moeten na hun opleiding of studies verplicht een aantal jaren werken in een door de regering aangewezen onderneming. Bij weigering moeten ze de kosten van hun opleiding terugbetalen.
Politiek gevangenschap
Ondanks de voortdurende mensenrechtenschendingen en de erbarmelijke werkomstandigheden beschikt het land nog wel over een functionerende sociale zekerheid. Bij ziekte kun je naar een arts gaan, krijg je een attest en wordt een deel van je inkomen doorbetaald.
“Dat systeem bestond al in de Sovjet-Unie. Het grootste probleem voor Wit-Russische werknemers is het gebrek aan vrijheid: keuzevrijheid, vrijheid van vereniging en democratische vrijheden. De politie kan bovendien op ieder moment je smartphone controleren, op straat of op je werk. Ze kijkt dan of je berichten hebt geliket van organisaties, journalisten of vakbonden die de staat als extremistisch heeft bestempeld. Bij een zogenaamde overtreding kun je zomaar vijftien tot dertig dagen in de gevangenis belanden.”
Sinds 2020 zijn meer dan vierduizend mensen in Wit-Rusland als politieke gevangene opgesloten. Momenteel zitten er nog zo’n duizend vast. Beide cijfers zijn enorm voor een land met ongeveer acht miljoen inwoners. Onder de politieke gevangenen bevinden zich ook heel wat leden van onafhankelijke vakbonden.
“Sinds 2020 zijn meer dan zeventig van onze kameraden strafrechtelijk vervolgd. Momenteel bevinden 21 van hen zich nog in gevangenschap. Sommigen kregen een gevangenisstraf van vijftien jaar.”

“De politie klopt drie à vier keer per jaar aan bij mijn moeder of mijn oudere zus. Het is een manier om voortdurend druk op mij en mijn familie uit te oefenen.”
— Maksim Pazniakou, vice-voorzitter Wit-Russische vakbondskoepel BKDP
Ballingschap
Tegen Maksim loopt momenteel eveneens een strafzaak en er is een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd wegens het “steunen van extremisme”. Mocht hij naar Wit-Rusland terugkeren, dan hangt hem een gevangenisstraf van zeven tot tien jaar boven het hoofd. Hij leeft daarom in ballingschap.
“De politie klopt drie à vier keer per jaar aan bij mijn moeder of mijn oudere zus. Het is een manier om voortdurend druk op mij en mijn familie uit te oefenen”, vertelt Maksim.
Bijna de volledige Wit-Russische democratische beweging bevindt zich momenteel in ballingschap of gevangenschap. De democratische bewegingen eisen dan ook de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen voordat zelfs maar kan worden overwogen om met Loekasjenko in dialoog te gaan.
Volgens Maksim is zo’n dialoog momenteel nog onrealistisch, maar hij blijft hoopvol over de toekomst. “Ik ben jonger dan Loekasjenko en hij kan niet eeuwig aan de macht blijven. Dat is misschien het meest positieve dat ik nu kan bedenken. De internationale situatie is vandaag zeer moeilijk. Overal zien we nieuwe dictators en autoritaire leiders opduiken, die bovendien onderling samenwerken. Ze willen het internationale recht en de democratie ondermijnen. Daarom is het net zo belangrijk dat internationale organisaties en instellingen druk blijven uitoefenen”, besluit Maksim.

