Wanneer iets in de samenleving onrechtvaardig of onwettig is, dan kan je dat aanvechten in de rechtbank. Daarom trok Union Law, de juridische dienst van het ABVV, naar het Grondwettelijk Hof. Wij gingen naar Hasselt, waar de Limburgse tak van Union Law zich in de juridische frontlinies werpt.
Het is midden mei. Toch zijn de dagen koud, nat en grijs. De weersomstandigheden weerspiegelen de kilheid waarmee de regering met het mes door de sociale zekerheid gaat. We begeven ons richting Hasselt, waar Katrien Billen ons in haar bureau verwelkomt. Zij is al zo’n vijftien jaar aan de slag voor Union Law en vertelt ons hoe zij momenteel de dossiers behandelen.
Optimaal geïnformeerd
“In alle gewesten zijn er sinds de aankondiging van de maatregelen infosessies geweest”, vertelt Katrien. “Bij ons in Limburg waren naast mensen van de werkloosheidsdienst ook personen van de VDAB en het OCMW aanwezig. Zo konden we direct zoveel mogelijk vragen beantwoorden”, vervolgt ze. Vanuit die optiek werden de mensen die hun uitsluitingsbrief van de RVA kregen optimaal geïnformeerd over hun mogelijkheden na het verlies van hun uitkering. Eén van die mogelijkheden is in beroep gaan tegen de beslissing. Dat is waar Union Law in het verhaal past. “In eerste instantie proberen de personen aan het loket in te schatten of het dossier kans maakt”, legt Katrien uit.
Pilootdossiers
In principe worden er door ABVV Limburg slechts twintig dossiers behandeld. Dat is niet veel als je weet dat het in Antwerpen om zo’n tweehonderd dossiers gaat. Toch speelde de Hasseltse afdeling een sleutelrol. Katrien legt uit: “Ze zijn bij ons blijkbaar heel snel geweest met de procedures. Daardoor zijn onze dossiers als eerste voorgekomen bij de rechtbank. Vervolgens hebben we beslist om uit de ingeleide zaken vier pilootdossiers te kiezen.”
De vier pilootdossiers staan elk voor een andere categorie van mensen die hun werkloosheidsuitkering hebben verloren. Het eerste gaat over de inschakelingsuitkering, oftewel jongeren die hun uitkering (zullen) verliezen. De tweede categorie bestaat uit mannen ouder dan 55 jaar. Vervolgens heb je vrouwen ouder dan 55 jaar en tenslotte personen die jonger zijn dan 55 jaar en in de derde (en laatste) periode van vergoedbaarheid zitten.
Naast de vier dossiers bij de plaatselijke rechtbank is er ook nog een algemeen beroep ingediend bij het Grondwettelijk Hof. De individuele dossiers moeten het overkoepelend beroep kracht bijzetten, terwijl de rest allemaal voor onbepaalde duur worden uitgesteld. Katrien verwacht dat het Grondwettelijk Hof eind december een uitspraak zal doen over de dossiers.
In de tussentijd verliezen al deze personen wel hun uitkering. “We proberen dat zo goed mogelijk te kaderen”, vertelt Katrien. “We leggen uit dat ze geduld moeten hebben en dat ze er een hele tijd niets van zullen horen. We willen ook geen valse hoop geven”, vervolgt ze.

“In het beste geval wordt de wet vernietigd en zouden mensen retroactief hun rechten kunnen heropenen.”
— Katrien Billen, Union Law Limburg
Twee scenario’s
Uiteindelijk ziet Katrien twee mogelijke scenario’s voor zich. “In het beste geval wordt de wet vernietigd en zouden mensen retroactief hun rechten kunnen heropenen. In het slechtste geval verwerpt het Grondwettelijk Hof onze vraag en is het dus definitief.”
Mocht de wet toch vernietigd worden, dan zou dat volgens Katrien op de volgende basis kunnen gebeuren: “Er is sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van rechtszekerheid. De programmawet is op 29 juni 2025 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, terwijl mensen al op 31 december 2025 hun rechten verloren. Dat is te kort om zich aan te passen. Ook zien we dat vrouwen niet altijd aan dezelfde werkvoorwaarden kunnen voldoen als mannen, wat discriminerend is.”
En dan is er het standstillprincipe, gebaseerd op artikel 23 van de Grondwet, waarbij wordt gesteld dat het bestaande beschermingsniveau niet aanzienlijk verminderd mag worden. Het retroactief schrappen van rechten valt daar ook onder. Maar tot er een beslissing genomen wordt, moeten Katrien, haar collega’s en de personen van wie de dossiers in behandeling zijn geduldig afwachten op de uitspraken van het Hof.

Ik ben bijna 63 jaar. Uiteraard zoek ik werk sinds ik werkloos ben. Maar iemand van 50 jaar, nu 63 jaar oud, die geraakt gewoonweg niet meer aan de bak.
Op het OCMW moet ik ook niet rekenen, omdat mijn echtgenoot huurgeld binnen krijgt waarvan hij zware hypotheken moet van betalen. We hebben amper 200€ over om te leven. maar volgens de “wet” zoals de OCMW zegt, “verdienen ” wij te veel om een leefloon te bekomen.
Ik heb al vele maanden slapeloze nachten meegemaakt. Ik krijg nu af en toe een interim contractje, maar niks serieus waar een job kan uitkomen.
Wij zijn ook ten einde raad.