Nieuws

Vakbond en milieubeweging: één front voor de toekomst

Vakbond en milieubeweging: één front voor de toekomst

Klimaatverandering biedt een gezamenlijke uitdaging voor vakbonden en milieubewegingen.

Vakbonden zijn een belangrijke partner voor de klimaatbeweging. Expertise, verankering op de werkvloer en mobilisatiekracht vormen een belangrijke bijdrage. De opwarming van de aarde zal immers ook belangrijke gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt.

Dat de voorspelde economische schade gepaard zal gaan met een relatieve daling van de werkgelegenheid lijkt vanzelfsprekend. Maar een overzicht van de literatuur uit 2018 stelde dat het netto-effect op de werkgelegenheid doorgaans ergens tussen licht negatief en zeer positief geschat wordt.

Gunstige effecten

Een IAO-studie concludeerde bijvoorbeeld dat een beleid dat de opwarming beperkt tot 2 graden Celsius, zowat overal meer jobs creëert dan vernietigt. Ook een aantal EU-specifieke studies vonden vooral gunstige effecten. Volgens Eurofound zou 2°C-beleid tegen 2030 leiden tot bijkomende groei van de Europese economie (+1,1%) en van de werkgelegenheid (+0,5%).

De cijfers voor België zijn gelijkaardig. Eurofound voorspelt een toename in de werkgelegenheid van zowat 1% (ten opzichte van een basisscenario) tegen 2030. Daar komt een toename in het bbp van meer dan 2% bovenop. Een Belgisch onderzoek van het Federaal Planbureau uit 2016 kwam eveneens uit op 2% extra groei en zowat 80.000 bijkomende banen tegen 2030.

Sectorspecifiek

Specifieke sectoren zullen wel degelijk negatief getroffen worden. In België zullen tegen 2030 0,5% van alle jobs waarschijnlijk verschuiven naar een andere sector. Onderzoekers van de IAO becijferden dat er werkgelegenheidsgroei zal plaatsvinden. In de ontginning en verwerking van petroleum en steenkool zou een afname te verwachten zijn.

Om onze klimaatdoelen te behalen en onze werkgelegenheid te vrijwaren, zullen we binnen afzienbare tijd onze productie- en consumptiestructuren moeten aanpassen. Verschillende organisaties benadrukken echter dat de huidige ecologische uitdaging een brug kan slaan tussen milieuorganisaties en vakbonden (Bijvoorbeeld ITUC, Denktank Minerva, vzw Arbeid en Milieu).

Conflict

De verhouding tussen enerzijds de sociale en anderzijds de milieu- en klimaatagenda wordt immers vaak gemediatiseerd in termen van conflict. Jobs versus klimaat, nieuwe kosten voor sociaal zwakkeren versus groene baten voor rijken en hoogopgeleiden.

Ook behoudsgezinde en financieel vermogende politieke strekkingen hangen doembeelden op van de financiële catastrofe die een economisch rationeel en vooruitstrevend beleid met zich zou meebrengen. Tijdens verkiezingscampagnes worden de media overspoeld met voorspellingen van ‘groene tsunami’s’ en ‘links paniekvoetbal’. Nochtans kunnen vakbeweging en milieubeweging ook een gemeenschappelijk front vormen. Dit is geen linkse utopie, maar een belangrijke maatschappelijke kans die we moeten grijpen.

‘Just transition’

Sinds de jaren 1970 wordt in vakbondsmiddens getimmerd aan een verhaal dat deze tegenstellingen overstijgt. Het idee van de ‘Just Transition’, of rechtvaardige transitie of overgang, ontsproot bij de vakbond OCAW (Oil Chemical and Atomic Workers Union). Deze stelde dat werknemers hun steun moesten verlenen aan bepaalde maatschappelijke doelstellingen maar niet de negatieve gevolgen mochten dragen van hun solidariteit. Er wordt ook gepleit voor hulp aan de meest kwetsbaren onder ons, en dit vertaalt zich naar internationale samenwerking. De internationale gemeenschap moet de zwaarst getroffen landen en regio’s steunen via internationale solidariteit.

Het concept werd vervolgens opgepikt door andere Amerikaanse en Canadese vakbonden. In 1997 stichtten ze de Just Transition Alliance stichtten met een aantal milieuorganisaties. Het was de voorloper van het Internationaal Vakverbond (IVV) dat voor het eerst van een rechtvaardige transitie sprak in zijn bijdrage aan de Kyoto-conferentie van 1997. In 2010 nam het IVV een resolutie aan over het “gevecht tegen klimaatverandering via duurzame groei en rechtvaardige transitie” en het Europees Vakverbond (EVV) zijn ‘Rio+20’ resolutie.

Internationale samenwerking

Langzaamaan ontstonden er ook samenwerkingsverbanden in Europa. De Coalizione Clima (2015) in Italië is er één van. Of de Alianza por el Clima (2015) in Spanje, Klima-Allianz (2007) in Duitsland, het Europese Right to Energy Forum (2019). In België zagen we onder andere Arbeid & Milieu (1987) en de Klimaatcoalitie (2008), waar het ABVV ook deel van uitmaakt.

De grote tegenstelling die overbrugd dient te worden, is ook hier een kwestie van solidariteit. Het is een beetje het niet-in-mijn-hof-principe, maar dan geografisch én in historisch perspectief op langere termijn. Het betreft de baten die op lange termijn breed gedeeld zijn, maar zeer specifieke kosten voor bepaalde groepen en regio’s inhouden. Bij de voorbeelden die tot op heden centraal stonden in de vakbondsdiscussies rond een rechtvaardige transitie, beperken we ons even tot de grootste vervuilers, zoals bijvoorbeeld de steenkoolcentrales.

Steenkool

In Nederland besloot de vakbond om een uitdoofscenario te steunen, maar om wel te ijveren voor de oprichting van een ‘kolenfonds’. De Nederlandse milieubeweging pleit voor een versnelde sluiting van de steenkoolcentrales, maar deelt wel de basisinsteek van de vakbond.

Nog meer dan 30% van de Duitse energieopwekking komt uit steen- en bruinkool. De sector zorgt voor 69.000 banen, vooral in het Ruhrgebied. De rol van de vakbond was dubbelzinnig. Verschillende centrales steunen in principe de transitie, toch steunden ze de mijnbouwfederatie in 2015 in een grootschalige campagne tegen een uitfasering.

Uiteindelijk besloot de Duitse regering in 2018 alsnog om een commissie op te richten, met daarin zowel de industrie, milieuorganisaties als vakbonden en overheid. Tegen 2039 moet de laatste steenkoolcentrale sluiten, met compensatie voor de betrokken bedrijven, een regionaal ontwikkelingsplan, en begeleiding voor de werknemers.

In landen als Polen en Bulgarije verzet de vakbeweging zich actief tegen het sluiten van de mijnen, én tegen ruimer klimaatbeleid.

In België verdwenen de laatste steenkoolcentrales in 2016. Wel is er de geplande sluiting van de kerncentrales, wat een verlies aan werkgelegenheid zal veroorzaken. Voor een uitdaging van dezelfde schaal moeten we eerder kijken naar de petrochemische sector, die verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van de Vlaamse werkgelegenheid, toegevoegde waarde én uitstoot. Voor dit soort sectoren lijkt het echter wél mogelijk om ingrijpend te ‘vergroenen’.

Sociale dialoog

Talloze vakbonden publiceerden de voorbije jaren standpunten en rapporten mét de milieubeweging. In België zijn er ook verschillende bi- en tripartite niveaus waar klimaatgerelateerd beleid aan bod komt. Zo is er de SERV, FRDO of de Minaraad. Er is echter kritiek op de beperkte concrete gevolgen, en op de ontmanteling of uitholling van overlegorganen.

Toch zijn er een aantal voorlopers die vaak ook de sociale partners betrekken. Frankrijk, bijvoorbeeld, organiseert al sinds 2007 de ‘Ronde tafel van Grenelle’. In het Verenigd Koninkrijk is er ‘Unionlearn’, van de TUC. Die helpt onder meer ‘green skills partnerships’ opzetten tussen vakbonden, het lokaal middenveld, overheden en het bedrijfsleven. Het doel: tegen 2050 moeten simpelweg álle jobs ‘groen’ zijn.

ABVV op de COP26 in Glasgow

Facebooktwitter

Gerelateerde berichten

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW