João werkte het grootste deel van zijn loopbaan als nachtarbeider in de textielsector. Nu hij 62 is en zijn pensioen dichterbij komt, is vooral opluchting merkbaar wanneer hij zijn verhaal doet. Hij kijkt nuchter naar de gevolgen van jarenlang ’s nachts te werken: “de hogere verloning komt met een prijskaartje dat vaak wordt onderschat”.
Is nachtwerk een werkritme dat bij jou past?
João: “Ik werk van 21 uur tot 5 uur, van maandag tot vrijdag. Als je jong bent, kan je daar beter tegen: je slaapt, eet en recupereert gemakkelijker. Maar met de jaren wordt het steeds zwaarder. Rond mijn 50ste kreeg ik echt een klap.”
“Ik vroeg toen om van de nachtploeg naar de ochtendploeg over te stappen, omdat ik niet meer goed kon slapen. Maar mijn biologische klok was zo ontregeld dat ik me niet kon aanpassen en ik vrij snel opnieuw ‘s nachts ben gaan werken. Ik hoop dat ik na mijn pensioen opnieuw een normaal en herstellend slaappatroon kan vinden.”
Welke gevolgen ondervind je voor je gezondheid?
“Het grootste probleem is mijn slaap. Ook tijdens mijn vakantie raak ik dat nachtritme niet zomaar kwijt. Gezond eten is ook niet eenvoudig: opstaan rond de middag, op ongebruikelijke tijdstippen eten en een snack meenemen voor ‘s nachts. Het gaat niet noodzakelijk om meer eten, maar om ongezonder eten. Vandaag heb ik maagproblemen en ben ik voortdurend moe.”
Heeft dat werkritme ook gevolgen voor je gezinsleven?
“In het weekend wilde ik tijd doorbrengen met mijn kinderen. Als ik tot het begin van de namiddag sliep, zag ik hen nauwelijks. Dus stond ik vroeger op, maar tegen de avond was ik doodmoe. En als ik in de namiddag even een dutje deed, kon ik daarna weer niet slapen.”
“Terwijl anderen leven, slaapt de nachtwerker. En wanneer anderen slapen, werkt hij. Samen eten, uitstappen maken of gewoon tijd met elkaar doorbrengen wordt daardoor een stuk moeilijker. Door de vermoeidheid heb je ook minder energie om te praten, samen dingen te doen of gewoon van je gezin te genieten.”

“In het weekend wilde ik tijd doorbrengen met mijn kinderen. Als ik tot het begin van de namiddag sliep, zag ik hen nauwelijks. Dus stond ik vroeger op, maar tegen de avond was ik doodmoe.”
— João, Nachtwerker, textielsector
Waarom heb je voor nachtwerk gekozen?
“In het begin was het vooral een praktische keuze voor ons gezin. Mijn vrouw werkte van 13 uur tot 21 uur. Doordat ik ‘s nachts werkte, konden wij zelf voor onze kinderen zorgen zonder afhankelijk te zijn van anderen.”
“En natuurlijk verdien je meer. Dat kan ik niet ontkennen. Maar daar staat ook iets tegenover: je levert slaap in, spendeert minder tijd met je gezin en je gezondheid lijdt eronder.”
Heb je het gevoel dat nachtwerkers voldoende gewaardeerd worden?
“Eerlijk gezegd heb ik daar nooit echt bij stilgestaan. Maar als ik erover nadenk: nee. ‘s Nachts zijn de directie en de meeste leidinggevenden afwezig. We moeten zelfstandig werken, maar als er iets misloopt, wordt al snel naar de nachtploeg gewezen.”
“Overdag zijn wij er dan niet om ons te verdedigen. Men vergeet snel dat het dankzij ons is dat het bedrijf volcontinu kan blijven draaien. Gelukkig is de solidariteit onder de collega’s sterk, net omdat we met minder zijn.”
Wat moet er volgens jou verbeteren?
“Idealiter zou nachtwerk afgeschaft worden, maar zo eenvoudig is het niet. Sommige activiteiten moeten dag en nacht blijven draaien. Toch is niet alle nachtwerk noodzakelijk.”
“Nachtwerk moet menselijker worden. Dat betekent: het gebruik ervan beperken, sterker inzetten op preventie, betere mogelijkheden voorzien om te recupereren en rekening houden met de leeftijd en gezinssituatie van werknemers.”
“Nachtwerkers moeten ook een volwaardige plaats krijgen in het sociaal overleg. En de bijzondere zwaarte van hun werkritme moet eindelijk erkend worden.”
