Op 14 juni 1921 werd de achturendag wettelijk verankerd in België. Het was een historische overwinning van een arbeidersbeweging die begreep dat economische vooruitgang pas betekenis heeft wanneer ze sociale vooruitgang oplevert. Het beschavingsideaal was helder: acht uur werken, acht uur ontspannen, acht uur rusten. Met de vijfdagenweek, betaald verlof en de 38-urenweek leidde technologische vooruitgang decennialang tot meer vrije tijd en beter werk. Wie meer produceerde, deelde in de opbrengst.
Vandaag gaan we systematisch de omgekeerde richting uit. Hoewel digitalisering, automatisering en AI de productiviteit sneller verhogen dan ooit, gaat het politieke debat niet over arbeidsduurvermindering of een vierdagenweek. Integendeel, de nadruk ligt op langer werken, meer overuren, nachtwerk en permanente beschikbaarheid. Dat is geen modernisering, maar een historische regressie.
Minister van Werk David Clarinval (MR) spreekt trots over een ‘liberale revolutie’ op de arbeidsmarkt. Voormalig federaal secretaris van het ABVV Jef Maes noemt het eerder een contrarevolutie. De kernvraag is immers: wie controleert de arbeidstijd, de werknemer of de werkgever?
Een sprekend voorbeeld zijn de zogenaamde vrijwillige overuren. Onder een fiscaal gunstregime kunnen werknemers tot 360 overuren per jaar presteren, in sommige sectoren, zoals de horeca, zelfs 450 uur. Veel van deze uren worden bruto voor netto uitbetaald, zonder opbouw van sociale rechten zoals pensioen. Maar hoe vrijwillig is die keuze als de koopkracht onder druk staat of als promotiekansen afhangen van flexibiliteit?
Zelfs Paul Soete, voormalig topman van werkgeversorganisatie Agoria, waarschuwde al dat werkgevers vooral mensen zullen aanwerven die bereid zijn zulke goedkope overuren te maken. Vijf werknemers die 360 overuren maken, vervangen samen één voltijdse baan. Wat verkocht wordt als flexibiliteit, is jobvernietiging.
Politieke keuzes
Daarnaast ondergraven deze regimes onze sociale zekerheid. De uitbreiding van flexi-jobs naar vrijwel alle sectoren kost de sociale zekerheid geschat een half miljard euro. Dat is geen technische maatregel. Dat is een politieke keuze. Guy Cox, voormalig topman van de FOD Werk, stelt scherp dat kwalitatieve jobs zo verdrongen worden.
Eerst verlaagt men de inkomsten van de sociale zekerheid, om vervolgens de ontstane tekorten te gebruiken als argument voor nieuwe besparingen en langer werken. “Natuurlijk zijn N-VA en MR blij met de uitbreiding van de flexi-jobs; leve de ondermijning van de sociale zekerheid. De werknemers en een deel van de werkgevers betalen het gelag.”
Ook de e-commerce toont de schaduwzijde van deze logica. Pakjesbezorgers worden vaak per stuk betaald en maken werkdagen van tien tot veertien uur. De 24-uurseconomie rust op mensen die de controle over hun eigen tijd kwijt zijn. Door jaarlijkse berekeningen van arbeidstijd, uitholling van overloon en versoepeling van nacht- en zondagwerk wordt de achturendag niet met één wet afgeschaft, maar irrelevant gemaakt door duizend kleine uitzonderingen.
ABVV-voorzitter Bert Engelaar waarschuwt dat werknemers piekweken van vijftig uur zullen moeten presteren zonder traditionele compensatie. Hoewel Vooruit als kleinste partner in de regering-De Wever erger voorkomt, moeten socialisten zich afvragen hoe ver ze kunnen meegaan in dit beleid. De achturendag werd niet bevochten om honderd jaar later opnieuw te eindigen bij een vijftigurenweek.
Zullen progressieve partijen deze flexibiliteitstrein in de toekomst stoppen en opnieuw kiezen voor arbeidsduurvermindering? Wanneer permanente beschikbaarheid en deregulering de norm worden, vieren we niet langer de verjaardag van de achturendag, maar begeleiden we haar stilaan naar het kerkhof.
