Dit opiniestuk van Florence Lepoivre, algemeen secretaris ABVV-Brussel, verscheen eerder in de krant L’Echo.
Ik stond aan van onze werkloosheidsdiensten om onze leden te ontmoeten. Opnieuw besefte ik hoezeer de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, dé maatregel van de regering-De Wever, een brute, onrechtvaardige, asociale en gewoon ondraaglijke hervorming is.
Een hervorming die veel Brusselaars in een hachelijke situatie stort. Een hervorming die de federale sociale zekerheid ontmantelt. Een hervorming die de solidariteit ondermijnt die we sinds het einde van de 19de eeuw voor alle werknemers en met felle strijd hebben opgebouwd.
Ik kwam tientallen werkzoekenden tegen. Allen maken ze zich zorgen. Velen weten niet meer waar ze terecht kunnen. Sommigen zijn boos. De meesten zijn verbijsterd, begrijpen het niet en praten met tranen in hun ogen over hun situatie.
Ik ontmoette een vader van drie die hard zoekt naar een job, maar er geen vindt. Of in ieder geval geen baan die stabiel genoeg is om zijn gezin een fatsoenlijk inkomen te bieden.
Ik ontmoette een jongeman van Italiaanse afkomst, die sinds zijn aankomst in België het ene na het andere uitzendcontract tekende. Hij verliet zijn geboortegrond Sicilië omdat hij geen hoop had er een job te vinden. Ondanks al zijn inspanningen, ondanks zijn harde werk, ondanks alle jobs die hij heeft gehad, wordt hij uitgesloten van de werkloosheid.
Ik sprak met een vrouw van Congolese afkomst, die wordt gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en niet meer weet wat ze moet doen om een baan te vinden. Een andere vrouw vertelde me opgelucht: “Ik ben sinds 1 februari met pensioen. Gelukkig maar.”
Ik sprak met een PWA-werknemer, die ondanks alles zal blijven werken voor een Europese school, ook al verliest hij zijn werkloosheidsuitkering en loopt hij het risico niet zijn volledige leefloon te ontvangen. Omdat hij moet werken. Voor zichzelf. Om zijn waardigheid te behouden. Maar hij weet niet hoe hij het zonder inkomen moet redden in juli en augustus, wanneer de school gesloten is. En hij begrijpt niet waarom deze school hem geen echt contract kan aanbieden.
Ik ontmoette een jonge vrouw die in de human resources werkte en werknemers moest ontslaan om ze te vervangen door studenten of flexi-jobbers. Die zijn goedkoper voor de werkgever. Dit stond haar zo tegen dat ze ontslag nam. Ze wil geloven dat ze een baan zal vinden die zinvol is en die aansluit bij haar waarden.
Ik ontmoette een 60-plusser die al meer dan 27 jaar werkt. Avonden, nachten, soms weekends, in een zwaar beroep. Hij heeft rugpijn, maar niet genoeg om als arbeidsongeschikt te worden erkend. Hij heeft niet genoeg gewerkt om zijn werkloosheidsuitkering te behouden. Ondanks zijn leeftijd. Ondanks zijn 27 jaar aan bijdragen die hij betaalde met zijn gewerkte uren, overuren en weekenduren.
Er was een jonge vrouw met twee kleine kinderen. Ze moest haar man en haar huis ontvluchten en alles achterlaten, met haar twee kinderen onder haar arm, nadat haar oudste kind seksueel misbruikt was … Ze moet haar zaken regelen met advocaten, rechters en sociale diensten. Ze moest stoppen met werken. Binnenkort verliest ze haar uitkering, haar enige inkomen. Ze schaamt zich om naar het OCMW te stappen om te vragen waar ze nochtans recht op heeft, wat de samenleving haar verschuldigd is.
Dit zijn slechts enkele gezichten die ik tegenkwam. Gezichten die mij voor altijd zullen bijblijven.
Ook al ontmoette je hen niet, ik hoop dat je met deze woorden een gezicht en een verhaal kan plakken op de 42.000 werkzoekenden in Brussel – en de 180.000 werklozen in België – die geen recht meer hebben op een uitkering. Achter deze cijfers gaan levens schuil. Gezinnen. Dagelijkse strijd.
Tegenover hen staat een federale regering die stigmatiseert, karikaturen schetst en mensen op brute wijze uitsluit. Zonder na te denken. Zonder nuance. Zonder ook maar een kans te geven aan zij die elke dag vechten om een stabiele, duurzame en waardige job te vinden.
Florence Lepoivre
