Het conflict in Oekraïne bewees het al eens en nu herhaalt de geschiedenis zich opnieuw: werknemers betalen het gelag bij internationale conflicten en crisissen. Bij de minste geopolitieke schok schieten de brandstofprijzen omhoog. Een heus domino-effect op wereldniveau met verregaande gevolgen.
Bij een dergelijk crisis worden alle huishoudens getroffen, maar het zijn vooral zij die zich veel met de wagen moeten verplaatsen die dit het hardst in hun portefeuille voelen. De Nieuwe Werker verzamelde enkele pakkende getuigenissen vanop het terrein.
150 euro uit eigen zak
Sommige beroep voelen de impact sneller dan anderen. Voor thuiszorgmedewerkers is de wagen onmisbaar en is het meestal zelfs een belangrijke voorwaarde om de job te kunnen uitoefenen. Hun verplaatsingskosten kunnen daarom oplopen tot 400 euro per maand, terwijl een nettoloon van rond de 2.000 euro courant is. Door de huidige crisis moeten ze soms tot 150 euro bijleggen, bovenop wat de werkgever terugbetaalt. Resultaat? Besparen op al wat nog kan.
“Ik heb werknemers al huilend aan de telefoon gehad, omdat ze niet meer rondkomen. Ze besparen op boodschappen, op hun hobby’s en op die van hun kinderen”, getuigt Bernadette Merveille, al 21 jaar thuiszorgmedewerker in de regio Namen en delegee bij Horval.

“Sommige werknemers besparen op hun boodschappen, op hun hobby’s of die van hun kinderen.”
— Bernadette Merveille, gezinshulpmedewerker en Horval delegee
Dezelfde vaststelling doen we ook in de dienstenchequesector, waar het brutoloon tussen de 1.900 en 2.200 euro ligt. “Zonder brandstof geen inkomen. Dus besparen we eerst op alles wat overblijft: boodschappen, elektriciteit, verwarming…”, legt Ils Castermans uit, huishoudhulp en delegee bij de Algemene Centrale.
Onvoldoende terugbetaling
Werknemers krijgen een laattijdige kilometervergoeding die nauwelijks stijgt, ondanks de exploderende prijzen. Bij de volgende terugbetaling krijgen ze een verhoging van… € 0,00001 per afgelegde kilometer. “Sommige werknemers dachten dat die aankondiging een aprilgrap was”, vertelt Bernadette.
Bovendien dekt die vergoeding de werkelijke kosten niet: het woon-werkverkeer wordt niet meegerekend, net zomin als verzekeringen, onderhoud, banden of belastingen. Allemaal kosten die volledig door de werknemers gedragen worden.
Daar komt nog bij dat veel werknemers door het lage loon in de sector nog met oudere wagens rijden, die dus ook meer brandstof verbruiken.
Een kettingreactie
In de thuiszorgsector reiken de gevolgen verder dan de zwaardere arbeidsomstandigheden. De begunstigden — vaak ouderen of kwetsbare personen — worden namelijk zelf ook getroffen door de prijsstijgingen. Daardoor vragen ze vaker aan thuiszorgmedewerkers om hen naar afspraken te begeleiden.
“We hebben moeten vragen om bepaalde verplaatsingen te beperken”, legt Bernadette uit. Dat betekent echt ook minder uitstappen en minder activiteiten voor personen die dat wel nodig hebben. “Een persoon die twee keer per week boodschappen deed, komt nu nog maar één keer per week de deur uit.”
In de dienstenchequesector is er sprake van een ander soort druk. Er zijn minder werkuren, want klanten besparen op huishoudhulp. Dat leidt tot een algemeen verlies van klanten en de resterende klanten stellen ook hogere eisen. “Mensen staan zelf onder druk en botvieren hun zenuwen dan soms op ons. Er wordt ook verwacht dat we hetzelfde werk gedaan krijgen in vier uur tijd, elke twee weken. Vroeger kregen we daar vier uur per week voor”, zegt Ils.
Beroep onder druk
Velen zien de thuiszorg nog altijd als een roeping. “Het is een job die je doet omdat je ervan houdt. Maar op een bepaald moment heb je rekeningen te betalen en moet je ook aan het welzijn van je gezin denken. Kan ik ook nog voldoende eten kopen voor mijn kinderen?”, legt Bernadette bezorgd uit.
Benjamin Guillaume, coördinator bij vzw ADMR (thuiszorgdienst) en delegee bij BBTK, maakt zich zorgen over de toekomst van de sector: “Veel opleidingen verdwijnen omdat er te weinig kandidaten zijn. We merken ook dat jongeren niet meer geïnteresseerd zijn in het beroep. De stijgende verplaatsingskosten maken de situatie er zeker niet beter op.”
De vrees voor een tekort is reëel. “Er zijn werknemers met een contract van bepaalde duur die geen verlenging kregen. De brandstofkosten hebben daar ongetwijfeld een rol in gespeeld.” Het is op zijn minst een zorgwekkende trend, want ook de vergrijzing neemt toe.

“De regering moet dringend ondersteunende maatregelen nemen.”
— Ils Castermans, gezinshulpmedewerker en delegee bij de Algemene Centrale
Dringende maatregelen
Voor werknemers is deze situatie onhoudbaar. De huidige terugbetaling volstaat niet. “De regering moet dringend ondersteunende maatregelen nemen”, benadrukt Ils. En dat in overleg met de vakbonden, die de realiteit op het terrein kennen.
Er worden in dat kader ook een aantal redelijk eisen gesteld, zoals een snellere en hogere terugbetaling van de verplaatsingskosten, gekoppeld aan de brandstofprijzen. Maar ook een gedeeltelijke tussenkomst in andere kosten die doorgaans toebehoren aan een wagen.
“Tijdens Covid werden we erkend als essentieel beroep. Vandaag hebben we het gevoel dat we vergeten worden”, besluit Bernadette.







