Op 19 december 2025 beleefde het ABVV geen doorsnee Federaal Comité. In de zaal werd een flink stuk syndicale geschiedenis doorlopen, waarbij de genomen woorden schipperden tussen emotie, overdracht en politieke koersbevestiging.
De agenda van de dag was beladen met betekenis. Twee agendapunten waren in het kwadraat omcirkeld: de voortzetting van het actieplan van het ABVV in 2026 en de verkiezing van het nieuwe Federaal Secretariaat. Want op deze ochtendlijke 19 december vond het laatste Federale Comité van Thierry Bodson plaats als voorzitter, vóór de opname van zijn pensioen, en na veertig jaar toegewijd vakbondswerk.
Daardoor maakte de gebruikelijke institutionele routine van het Comité plaats voor een heel andere dynamiek, een ander soort bijeenkomst, waarbij eerbetoon een terechte hoofdrol speelde. De pilaren van de rode vakbond namen één voor één het woord. Unaniem schetsten ze een voorbeeldig parcours. Het pad van een man die alle trappen beklom, van zijn begin als werkloosheidsagent in Luik, tot het sluitstuk als voorzitter van het federaal ABVV. Een loopbaan gesmeed in tijd en overtuiging, waarbij het permanent contact met het terrein nooit uit het oog verloren ging, en met een absolute loyaliteit jegens de werkende wereld als rode draad.
Het Comité vond de juiste woorden en beelden om terug te blikken op de impressionante carrière van Thierry Bodson. Een mengeling van lach, herinnering en knipoog, waarmee deze vergadering zowel de voorzitter als de man achter de functie eer aan deed. De zaal werd versierd met uitbundige lach en emotionele traan, waarbij één zaak buiten kijf stond: hij zal enorm gemist worden.
“Een kans”


De toespraak van Thierry Bodson zelf werd dan weer vooral gekleurd door eenvoud. Militanten, afgevaardigden, personeel en familie werden uitvoerig bedankt. “Iedereen die hier aanwezig is prijst het werk dat ik geleverd heb, de uren die gespendeerd heb, in functie van het vakbondswerk… Maar eerlijk gezegd kan ik daar niet over klagen,” vertrouwt hij de zaal toe. Hij legt het accent vooral op het geluk dat hij heeft gehad: het geluk van een gevarieerd parcours, van een functie “waarin je mensen tot het uiterste wil verdedigen, van ze wil houden, en enkel het beste met hun voorhebt”. Zelfs op het einde van zijn carrière relativeert de nederige vakbondsman zijn inzet: “We moeten vooral blijven denken aan iedereen die een repetitieve, zware job heeft.”
Waarop hij zijn uitspraak aanvult met de volgende zin, richtinggevend als een kompas, dat nooit het Noorden kwijtraakt: “Ons vak is de gezamenlijke zoektocht naar eenheid.”
Linkse eenheid
Hij laat het woordje eenheid niet los. Voor Thierry Bodson is het een mantra dat langs de politieke linkerzijde meer dan ooit herhaald moet worden. Met zijn syndicale ervaring als uitgangspunt verwijst hij naar een stokpaardje en fundament van de vakbondsstrijd: het gemeenschappelijk front. Een samenwerkingsconstructie die “nooit gemakkelijk is, nooit vanzelfsprekend, soms zelfs onnatuurlijk. Maar toch komen de vakbonden telkens, wanneer dat nodig is, samen om de werkende mens te verdedigen. Linkse eenheid is een oefening die we dagelijks moeten herhalen.”
Vanuit dat perspectief doet hij een duidelijke oproep aan de politiek: “waarom gaan we niet voor een breed gedragen links alternatief, nu we tegenover een steeds harder en killer wordend neoliberalisme staan. De cijfers op de linkerflank maken deze eenheid mogelijk.”
Toch erkent Thierry Bodson dat linkse partijen niet altijd dezelfde visie delen, maar ze delen wél een brede gemeenschappelijke basis. “Door voortdurend te kibbelen over kleine nuances, openen we de sluizen voor rechts.”
Een nieuwe generatie aan het roer
Op statutair vlak bekrachtigt het Federaal Comité de verkiezing van het nieuwe federale secretariaat. Bert Engelaar, voorheen algemeen secretaris, wordt voorzitter. En aan zijn zijde vervoegt Selena Carbonero-Fernandez (46) de top van de organisatie als algemeen secretaris. Philippe Borsu neemt haar plaats in en wordt verkozen tot federaal secretaris.
Selena Carbonero, een leven van strijd
In haar toespraak onderstreept Selena Carbonero-Fernandez (46) een historische en familiale verankering. “Strijd is er bij mij met de paplepel ingegoten: antifascistisch, antikapitalistisch, anti-imperialistisch. Daarmee was mijn wereldbeeld al van jongs af aan gevormd,” verklaart ze, alvorens de strijdpunten te benadrukken die haar gevormd hebben en die ze fel aanhangt.
“Ik ben een kleindochter van Spaanse immigranten, derde generatie. Mijn grootouders kwamen samen met mijn ouders begin jaren zestig naar België. Waarom? Omdat ze zowel de economische ellende als de politieke dictatuur ontvluchtten. Terwijl sommigen buitenlanders stigmatiseren, wil ik hier graag aan herinneren dat we allemaal kinderen van immigranten zijn!”
De feministische strijd, de strijd tegen extreemrechts, de verdediging van vakbondsvrijheden en de rechtvaardige transitie zijn onoverkomelijk voor haar. De ecologische strijd, zo benadrukt ze, is ook niet los te koppelen van de klassenstrijd. Tegenover een regering die de democratische tegenmachten het zwijgen wil opleggen, belooft ze de strijd aan te gaan — als collectief.
Twee voorzitters, twee persoonlijkheden
De fakkeloverdracht tussen Bert Engelaar en Thierry Bodson is niet zomaar een overdracht. Dit zijn twee goede vrienden die met elkaar werken. De emotie spat er vanaf. Zeker wanneer de aftredend voorzitter spreekt van “een laatste verrassing, een laatste cadeau” in zijn afsluitend carrièrejaar. Een cadeau genaamd Bert. Want hoe verschillend ze ook zijn, er is alleen maar oeverloze waardering en respect tussen de twee. Hun stijlen contrasteren sterk. Waar Thierry Bodson een rustige, methodische en geruststellende figuur belichaamt, wordt zijn opvolger soms omschreven als een vrije geest, een “losgeslagen hond”, onvoorspelbaarder en instinctiever. Dezelfde functie, benaderd op twee heel verschillende manieren. Maar inhoudelijk staat de eenheid als een huis.
Bert Engelaar zet een zeer duidelijke koers uit. “Het is niet onze rol om kritiek te uitten op de wereld, maar om haar te veranderen.” Lonen, pensioenen, uitkeringen, openbare diensten, huisvesting, energie, gezondheidszorg, zijn voor Bert Engelaar stuk voor stuk niet-onderhandelbare eisen, die beschermd en verdedigd moeten worden.
“De vakbeweging heeft niet het recht neutraal te zijn. Stilte wordt toestemming. Solidariteit moet totaal zijn, anders bezwijkt ze bij de eerste schok. De strijd tegen uitbuiting gaat hand in hand met de strijd tegen racisme.” Hij besluit met een duidelijke belofte:

“Ik wil geen voorzitter zijn van het verval. Ik wil voorzitter zijn van de heropleving. Een ABVV die beschermt, die verenigt, die toeslaat wanneer nodig, en die wint. Want waardigheid wacht niet.”
— Bert Engelaar
Permanente strijd
Tot slot vat Thierry Bodson de essentie samen in enkele woorden: “Het ABVV is zonder twijfel de mooiste, meest representatieve organisatie van de werkende wereld. Voor mij heeft dit jaar van mobilisaties dat opnieuw in de verf gezet: men kan rekenen op het ABVV.”
Dit Federaal Comité was geen bijeenkomst van nostalgie noch van achteruitkijken. Het was er een van bewuste overdracht en van een stijlverandering, maar boven alles een van voortgezette strijd, waarbij de bestaande overtuigingen kracht werden bijgezet: de vakbond is en blijft een plaats van eenheid en verzet. Bij het ABVV veranderen de gezichten, maar de strijd, die gaat onverminderd voort.
Philippe Borsu, steunpilaar van het ABVV-huis
Philippe Borsu, verkozen tot federaal secretaris, is geen nieuw gezicht binnen de organisatie. Komende van het ABVV-Namen – waar hij leiding gaf aan de dienst werkloosheid – trad hij in 1990 toe tot het federaal ABVV. Zodanig heeft hij meer dan drie decennia vakbondswerk verricht, op alle niveaus van de organisatie. Philippe Borsu belichaamt zowel het institutionele geheugen als de militante continuïteit.
In zijn toespraak stelde hij dat het ABVV “op een kruispunt” staat, waarbij het sociale model onder zware druk staat. “De rechtse regeringen hebben hun kamp gekozen: dat van het kapitaal, de bezuinigingen en de ongelijkheid”, sprak hij strijdvaardig, waarbij hij wees op de hervormingen van de werkloosheid, de pensioenen en de herziening van de indexering als aanvallen op de sociale zekerheid. “Dat is onrechtvaardig, inefficiënt en onaanvaardbaar. Het ABVV moet een barrière vormen. Als tegenmacht, en collectief schild”, benadrukte hij.







