Uitsluiten betekent iemand buitenzetten, verdrijven of wegjagen. Het is exact deze definitie die de brutaliteit van de hervormingen van de Arizona-regering perfect weerspiegelt. Door die maatregelen zullen 180.000 mensen uiteindelijk uitgesloten worden uit de werkloosheidsverzekering. Maar achter dit cijfer schuilen menselijke drama’s, met niet-evidente levensparcoursen.
De Nieuwe Werker was aanwezig bij drie infosessies – eentje in het noorden, eentje in het zuiden, en eentje pal in het centrum van het land – om zo de persoonlijke verhalen te horen van de mensen die nu uitgesloten worden. Overal keren dezelfde emoties terug: onbegrip, onrechtvaardigheid, angst, woede, vermoeidheid en verdriet. Want een werkloosheidsuitkering verliezen betekent meer dan alleen maar een recht verliezen. Het gaat over het verliezen van je inkomen, over in onzekerheid terechtkomen en over het afgeven van je waardigheid.
Donderslag
Alles begint met een brief. Een stuk papier van de RVA dat aan de ontvanger meldt dat die binnenkort zijn of haar uitkering zal verliezen. Die uitsluitingen vertrokken in verschillende golven. In januari 2026 werden eerst de mensen getroffen die al twintig jaar of langer een werkloosheidsuitkering ontvingen, evenals jongeren met een inschakelingsuitkering. De derde golf, die mensen vanaf april 2026 uitsloot, ging over mensen die tussen twee en acht jaar werkloos waren. Met bijna 48.000 getroffenen was dit ook de zwaarste golf.
Jean* herinnert zich nog levendig het moment waarop hij de brief opende: “In 2022 ging mijn bedrijf failliet. Sindsdien heb ik geen vast contract meer gevonden. Dus ben ik aan de slag gegaan als interimmer.” Vandaag werkt hij tussen twaalf en vijftien dagen per maand en krijgt hij een aanvullende werkloosheidsuitkering. Tot dus die brief aankwam. “Ik was enorm teleurgesteld toen ik het vernam. Iedereen wordt over dezelfde kam geschoren.”
Haddou is 62 jaar. Hij zoekt al bijna tien jaar naar werk. “Ik verloor mijn job in 2014 toen het bedrijf waar ik werkte failliet ging. In de horeca wil men geen oudere werknemers meer aannemen.” Ook voor hem kwam de brief van de RVA als een donderslag bij heldere hemel.

“Maar hoe vind je werk op je 62ste, als het al niet lukte op je 53ste? Waar moet ik nu van leven?”
Net als Jean* en Haddou beschrijven velen hetzelfde gevoel bij het ontvangen van de RVA-brief: verbijstering, onbegrip en het gevoel gestraft te worden ondanks hun inspanningen om actief te blijven op de arbeidsmarkt.
Onrechtvaardigheid
Telkens een maand voor de effectieve uitsluiting sturen de gewestelijke afdelingen van het ABVV een brief en/of bericht naar de betrokken personen om hen uit te nodigen voor infosessies. De hervormingen zijn zodanig complex en elke situatie is anders. Daarom is het belangrijk om de getroffenen zo goed mogelijk te informeren.
David Baar, directeur van de Luikse werkloosheidsdienst, schetst op 26 februari het kader waarin de getroffenen zich bevinden. Op een van de eerste slides van de presentatie valt slechts één zin te lezen: “deze maatregel werd beslist door de MR-Engagés-regering.” Hij voegt daar nog aan toe: “MR-Minister van Werk David Clarinval wou werken doen lonen. Maar met deze hervormingen toont hij precies het tegenovergestelde.”
Marie* is daar het levende bewijs van. Na meer dan twintig jaar carrière is ze zich altijd blijven bijscholen om actief te blijven op de arbeidsmarkt. Toch dreigt ze vandaag uitgesloten te worden. Volgens haar beseffen de partijen die deze hervormingen hebben goedgekeurd niet wat de werkelijke gevolgen van hun beslissingen zijn. “Ze zouden eens moeten kijken wat er in het dagelijkse leven van gewone mensen afspeelt. Het is allemaal niet zo eenvoudig als ze denken”, benadrukt ze. “Deze uitsluiting komt hard binnen voor mij. Ik vind het heel onrechtvaardig. Ik zoek actief naar werk, ontmoet om de twee weken een begeleidingsorganisatie voor werkzoekenden en ik kan dat ook allemaal bewijzen. Ik heb enorm veel brieven en sollicitaties uitgestuurd.”
Angst
Ook in Antwerpen organiseert het ABVV elke maand meerdere infosessies. Elke keer komen er minstens honderd mensen opdagen, allen met een ander parcours, maar de boodschap blijft niettemin hetzelfde. “Vanaf deze datum zult u helaas niets meer ontvangen. Neem alstublieft zo snel mogelijk de nodige maatregelen (stappen bij het OCMW, opleidingen, individuele juridische procedures…).” In de zaal valt een zware stilte.
Wanneer de sessie eindigt, verlaten de deelnemers zwijgend de zaal. Enkelen willen getuigen. Laila, 36 jaar, is een van hen. Ze kampt met verschillende gezondheidsproblemen en wacht nog altijd op een officiële erkenning van invaliditeit. Intussen ontvangt ze een aanvullende werkloosheidsuitkering. Die verloopt op 1 juni. “Daarna heb ik niets meer”, vertelt ze.
Als alleenstaande moeder van twee kinderen besteedt ze nu al de helft van haar uitkering aan huur. Nadat alle facturen betaald zijn, blijft er nog 300 euro over. Daar moet ze dan eten mee kopen en alle overige kosten dragen. De uitsluiting duwt haar rechtstreeks richting het OCMW. “We gaan in armoede terechtkomen,” zegt ze bezorgd.
Laila vindt moeilijk werk, onder meer omdat ze geen diploma secundair onderwijs heeft. In het verleden werkte ze in het onderwijs of als begeleidster bij het OCMW van Antwerpen. “De motivatie is er altijd geweest. Maar ik voel dat mijn kaars opgebrand is.”
Verontwaardiging en verslagenheid
Ook in Brussel heerst “een gevoel van verslagenheid”. Dat stelt politiek directeur van ABVV Brussel Samuel Droolans vast tijdens een van de infosessies die wij bijwoonden.

Lina is 59 jaar en dacht dat ze aan de uitsluitingen ging ontsnappen, maar ook zij moet eraan geloven. Ze heeft een loopbaan van meer dan dertig jaar achter de rug. Ze is bovendien ouder dan 55 jaar. Daarmee dacht ze beschermd te blijven. Maar als deeltijds werkende, alleenstaande moeder heeft ze niet genoeg rechten kunnen opbouwen.
“Sinds mijn achttiende heb ik er altijd alles aan gedaan om een inkomen te hebben”, benadrukt ze. Momenteel werkt ze halftijds. Ze ontvangt een aanvullende werkloosheidsuitkering en zal dus met het verlies hiervan in grote onzekerheid terechtkomen. Ze doet haar verhaal bedeesd, maar op een bepaald moment kan ze haar emoties niet meer bedwingen en breekt haar stem. Ze vertelt over de verkoop van het appartement dat ze van haar moeder erfde, een stap die ze genoodzaakt moet maken om financieel rond te komen.
“Ik weet niet wat de toekomst zal brengen. Ik voel me vernederd … alsof ik niets meer waard ben.”
Linda, werkzoekende en ABVV aangeslotene
Vermoeidheid
Op het einde van de sessie in Luik worden we benaderd door Aurore*. Ze is 59 jaar. Voedde haar drie kinderen alleen op en werkte enkele jaren via PAW en deeltijds werk. Ondanks haar leeftijd kan ook zij niet genieten van de vrijstelling voorzien voor 55-plussers. En dus verliest ze haar aanvullende werkloosheidsuitkering die tussen de 100 en 200 euro bedraagt.
Toch blijft ze werken. Na een opleiding vond ze een halftijds contract van onbepaalde duur in een rusthuis. Maar ze verdient niet genoeg om rond te komen. “Vandaag verdien ik 1.349 euro netto. Zodra de huur en de facturen betaald zijn, is het geld op. Ik ontbijt niet, ik eet één keer per dag. Ik heb meer moeite om me te concentreren op het werk, ik verlies gewicht, ik kan geen zware lasten meer tillen. De aanvullende werkloosheidsuitkering liet me toe boodschappen te doen, wat beter te eten, te overleven. Maar op dit moment ben ik niet meer aan het leven, maar aan het overleven”, vertelt ze met een getekend gezicht waar de uitputting vanaf te lezen valt.

“De aanvullende werkloosheidsuitkering liet me toe boodschappen te doen, wat beter te eten, te overleven. Maar op dit moment ben ik niet meer aan het leven, maar aan het overleven.”
Woede
Bij het uitsturen van de brieven en de daaropvolgende infosessies, hadden veel werkloosheidsdiensten ook een golf van woede verwacht. Die woede is er zeker, maar gelukkig werd deze vooral gericht naar zij die de beslissingen maken. Die mensen in onzekerheid brengen en levens verwoesten.
Bart is 57 jaar en werkte jarenlang in de horeca. Een tijdlang moest hij ook tegen zijn wil zwartwerk aanvaarden. Dat was geen keuze”, benadrukt hij. Vandaag wordt hij daarvoor gestraft: zijn uitkeringen stoppen op 1 juni. “Als ik niet snel werk vind, kom ik in een zeer moeilijke situatie terecht.”
Hij is ook kwaad over hoe er in de media bericht wordt over de uitsluitingen: “Ik hoorde onlangs op het nieuws dat de beperking in de tijd van de werkloosheid een succes is, omdat 17% van de langdurig werklozen in Vlaanderen een job heeft gevonden. Is dat nu een succes? Dat betekent ook dat 83% van de mensen niets heeft gevonden en zonder inkomen valt”, zegt hij met grote verontwaardiging.
Elk van deze verhalen tonen hoe de uitsluitingen veel meer zijn dan enkel cijfers en statistieken. Dit gaat om mensen, elk met een eigen verhaal, een eigen situatie.
*Schuilnaam

Dit is echt schandalig. Ik zit in mijn derde jaar om mezelf om te scholen in een knelpuntberoep, namelijk leerkracht lager onderwijs. Elk dag ben ik vol toewijding naar de opleiding gegaan zoals het hoort. Elk jaar met glans geslaagd en normaalgezien eind volgende maand afgestudeerd. Desondanks dit zou mijn uitkering stoppen vanaf 1 juli… Aangezien het schooljaar stopt op 30 juni lijkt het me niet mogelijk om een job in het onderwijs te vinden in juli en augustus. Wat eigenlijk betekent dat ik 2 maanden zonder inkomen zit. Ronduit schandalig vind ik dit!!!
Ondanks dat ik al sinds 2007 aan de slag ben als schoolbuschauffeur waarvan een 4 tal jaren onder vast contract heb ik toch ook een brief gekregen waarin verteld wordt dat ik vanaf 1 juli 2026 geen recht meer heb op werkloosheidsvergoeding. Blijkbaar is de oorzaak dat ik af en toe tijdelijk werkloos ben (maximun 4 dagen per week en dat enkel tijdens schoolvakanties) en het attest behoud van rechten heb ingediend, Volgens RVA en ABVV zou het geen invloed hebben op mijn uitkering tijdelijke werkloosheid . Toch als ik het goed begrijp zal ik het verschil; merken in mijn pensioendatum en uitkering omdat ik een brief ontvangen heb stopzetting recht op uitkering. Daarmaak ik me wel wat zorgen over.