Nieuws

Sociale bescherming, essentieel voor werkbaar werk

Sociale bescherming, essentieel voor werkbaar werk

De rijkste 1% bezit meer rijkdom dan de rest van de wereld. Toch krijgen veel werknemers geen loon waarvan ze waardig kunnen leven.

// een bijdrage van de Algemene Centrale

Op 7 oktober, ter gelegenheid van de 10de Werelddag voor Fatsoenlijk Werk – World Day for Decent Work – kwamen vakbonden wereldwijd samen met duidelijke eisen voor de regeringen: fatsoenlijke minimumlonen en loonsverhogingen voor alle werknemers.

In 2017 gaf 80% van de mensen aan dat het minimumloon in hun land onvoldoende was. Na de coronacrisis is de situatie er voor veel werknemers zeker niet beter op geworden. Dat is bijvoorbeeld het geval in de sector van de kleding en confectie. Die sector gaf dit jaar duidelijk aan dringend nood te hebben aan sociale bescherming. De productie vindt er hoofdzakelijk plaats in zuidelijke landen, waar werknemersrechten vaak worden geschonden en amper sociale bescherming bestaat. Weinig werknemers beschikken over een vangnet. Ziekte, zwangerschap of ontslag kunnen gezinnen in totale ellende storten. Covid-19 benadrukte deze realiteit nogmaals.

“Mijn vrouw sterft en ik krijg mijn ontslag”

Shayan is slechts één voorbeeld: “Mijn vrouw, die kanker had, liep het coronavirus op. Na haar ziekenhuisopname daagde ik niet op mijn werk op. Het bedrijf waarvoor ik al vijf jaar werkte, ontsloeg mij op een brutale manier. Mijn vrouw stierf uiteindelijk, waardoor de opvoeding van mijn negenjarige zoon op mij valt.” Vandaag is hij riksjarijder en onderhoudt hij zijn uitgebreide familie zo goed als hij kan. De fabriek waar hij werkte, weigert hem echter de schadevergoedingen te betalen waar hij recht op heeft.

Shayan is slechts één voorbeeld: “Mijn vrouw, die kanker had, liep het coronavirus op. Na haar ziekenhuisopname daagde ik niet op mijn werk op. Het bedrijf waarvoor ik al vijf jaar werkte, ontsloeg mij op een brutale manier. Mijn vrouw stierf uiteindelijk, waardoor de opvoeding van mijn negenjarige zoon op mij valt.” Vandaag is hij riksjarijder en onderhoudt hij zijn uitgebreide familie zo goed als hij kan. De fabriek waar hij werkte, weigert hem echter de schadevergoedingen te betalen waar hij recht op heeft.

“Ontslagen, verlamde man en geen hulp”

Pavi verloor haar job in een kleding- en confectiefabriek twee jaar geleden. Vandaag heeft ze geen inkomen en worstelt ze om haar drie kinderen te onderhouden. “Gezien mijn man verlamd is, ben ik de enige die voor mijn gezin kan zorgen: schoolkosten, ziektekosten … er moet zoveel betaald worden. Ik geraak er gewoon niet, en ik krijg geen hulp.”

Ook al worden grote kledingmerken geconfronteerd met deze situatie, toch komen ze hun verplichtingen tegenover de werknemers in deze fabrieken niet na. Ze zouden nochtans iets kunnen doen om de omstandigheden van de werknemers te verbeteren. De huidige situatie doet hun zaak echter goed, en stelt hen in staat te profiteren van inkoopprijzen die alle concurrentie tarten.

Vakbonden versterken met oog op vooruitgang

Om werkbaar werk in de kleding- en confectiesector tot stand te brengen, zijn bindende overeenkomsten tussen merken, fabrikanten en vakbonden nodig. Bindende overeenkomsten, die de werknemers het vangnet bieden waar zij recht op hebben. Onlangs is de Internationale Overeenkomst inzake gezondheid en veiligheid in de textiel- en kledingindustrie tot stand gekomen. Deze overeenkomst moet als model en inspiratiebron dienen.

IndustriALL Global Union werkt aan de versterking van de syndicale kracht binnen deze sector. Als de syndicalisatiegraad van werknemers op plaatselijk niveau toeneemt, zal dat een grotere hefboomeffect hebben om de beschermende maatregelen in te voeren.

Facebooktwitter

Gerelateerde berichten

Lees ook x