Nieuws

Zieken weer aan het werk: tegen welke prijs?

Zieken weer aan het werk: tegen welke prijs?

Maatregelen op korte termijn zijn mogelijk om langdurig zieken op een menselijke manier weer naar een job te begeleiden.

Eén van de prioriteiten van de regering-De Croo is om zieke werknemers te helpen bij hun terugkeer naar werk. Dat zou goed zou zijn voor de personen in kwestie en zou bijdragen tot een hogere werkzaamheidsgraad, ook een regeringsdoelstelling.

‘Voorraad’

Hiervoor zijn meer dan 600.000 bijkomende jobs nodig. Dit is onmogelijk enkel door werklozen opnieuw aan het werk te zetten (ze zijn met minder dan 400.000).

Het aantal langdurig zieken stijgt verontrustend: 420.504 werknemers in 2019; 442.127 in 2020. Dit zijn personen die al langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn. Sommigen lijken ongeduldig klaar te staan om deze grote ‘voorraad’ aan potentiële arbeidskrachten in te zetten.

Preventie

Eerst en vooral zijn maatregelen nodig om de stijging van het aantal arbeidsongeschikte werknemers tegen te gaan. Dit is immers voor 70% te wijten aan psychische problemen of musculoskeletale aandoeningen. Meestal zijn die (al was het gedeeltelijk) werkgerelateerd. Op dit vlak moeten zijn heel wat maatregelen nodig rond preventie en welzijn op het werk, gedurende de hele loopbaan.

Wat de huidige arbeidsongeschikten en hun terugkeer naar werk betreft, is het positief dat begeleidingsmaatregelen ingevoerd worden om de werkhervatting te vergemakkelijken voor degenen die zich er klaar voor voelen. Een voorwaarde hiervoor is dat dit vrijwillig gebeurt, ondanks de gezondheidsproblemen (multidisciplinaire aanpak van re-integratie, coördinator voor de terugkeer naar werk bij de ziekenfondsen …).

Gedeeltelijke werkhervatting

Wat echter vaak verzwegen wordt, is het feit dat velen onder hen een toestemming vragen aan de adviserende arts van het ziekenfonds voor een gedeeltelijke werkhervatting met behoud van een deel van hun ziekte-uitkering, omdat ze op medisch vlak voor meer dan 50% arbeidsongeschikt zijn.

Zo kregen 54.208 van de 420.504 langdurig zieken in 2019 een toestemming om het werk te hervatten. Daardoor konden ze een deeltijds inkomen cumuleren met een deeltijdse uitkering. Elk jaar stijgt het aantal arbeidsongeschikten in deze situatie gevoelig: sinds 2016 steeg dit aantal met 65%.

Dit komt zelden of nooit ter sprake in politieke debatten. Nochtans zou dit stigmatisering van zieke werknemers kunnen vermijden. In tegenstelling tot de heersende opvattingen zijn die werknemers niet allemaal inactief. Het zou zinvol zijn om een groter deel van de langdurig zieken toegang te geven tot dergelijke regeling van deeltijds werk in combinatie met een deeltijdse ziekte-uitkering.

Maatregelen op korte termijn

Twee maatregelen op korte termijn zijn hiervoor mogelijk. De sociale gesprekspartners (in NAR en RIZIV) formuleerden hierover al unanieme adviezen. Tot nu toe werden die niet uitgevoerd.

Er moet enerzijds een hervorming komen van de vergoedingsregels in geval van werkhervatting toegelaten door de adviserende arts tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid. De berekening van het recht op uitkeringen was vroeger gebaseerd op inkomen. Tegenwoordig is het gebaseerd op arbeidsvolume (aantal werkuren). Deze wijziging heeft een bijzonder negatieve impact gehad op werknemers met een laag inkomen. Het ontmoedigt bovendien een werkhervatting voor meer dan 1/5de.

Anderzijds moet het recht op gewaarborgd loon hersteld worden voor de werknemers in arbeidsongeschiktheid die aangepast werk verrichten. Die werknemers hebben vandaag immers geen recht op gewaarborgd loon. Dat betekent dat ze onmiddellijk terugvallen op de ziekte-uitkering. Deze zogenaamde ‘neutralisatie’ van het gewaarborgd loon zou beperkt moeten blijven tot de situaties waarbij de graad van ongeschiktheid van de werknemer verergert.

Het gewaarborgd loon zou dus verschuldigd zijn in geval van ongeschiktheid als gevolg van een andere ziekte dan de ziekte die tot de eerdere arbeidsongeschiktheid heeft geleid, en waarvoor aangepast werk werd toegelaten. Deze neutralisatie zou ook beperkt moeten blijven tot de periodes van aangepast werk of van ander werk in het kader van tijdelijke werkregelingen. We denken bijvoorbeeld aan het gewaarborgd loon voor chronisch zieken die geen uitzicht hebben op een geleidelijke terugkeer naar werk (integendeel) of die een schommelende gezondheidstoestand vertonen, en die bijgevolg behoefte hebben aan een permanente aanpassing van het werk.

Conclusie: de begeleiding van langdurig zieken naar werk moet in optimale omstandigheden verlopen. Cruciaal hierbij is steeds het vrijwillig karakter van een eventuele werkhervatting. Dit mag nooit verworden tot een ‘jacht’ op langdurig zieken, zeker omdat menselijke en realistische opties bestaan om deze groep weer naar een job te begeleiden.

Facebooktwitter

Gerelateerde berichten

Lees ook x