Nieuws

Renault Vilvoorde: terugblik naar 25 jaar geleden

Renault Vilvoorde: terugblik naar 25 jaar geleden

25 jaar geleden kondigde autofabrikant Renault aan de fabriek in Vilvoorde te sluiten. Wat volgde was een maandenlange sociale strijd.

Dit weekend is het 25 jaar geleden dat in Vilvoorde het nieuws insloeg als een bom. De Renaultfabriek zou er de deuren sluiten. Meer dan 3000 werknemers zouden hun job verliezen.

Raymond Smeulders werkte sinds 1971 bij Renault in Vilvoorde. Eerst als jobstudent, een jaar later kreeg hij meteen een vast contract. Renault was een stabiele werkgever die werkzekerheid bood. In 1975 deed hij voor het eerste mee aan de sociale verkiezingen, “het begin van een mooie vakbondscarrière”, zo zegt hij zelf.

“Renault bood in die tijd werkzekerheid”

“Dat nieuws over de sluiting sloeg inderdaad in als een bom. Zo’n drastische beslissing hadden we helemaal niet verwacht. Enkele dagen voordien hadden we nog een medaillefeest gehad waarbij collega’s met veel jaren anciënniteit gevierd werden. Toen Jean-Luc Dehaene (toen premier en zelf Vilvoordenaar, nvdr) samen met de directie en de kaderleden binnen kwam, viel me op dat er iets niet helemaal in orde was. Dehaene heeft geen speech gehouden en heeft niet deelgenomen aan de feestmaaltijd. Ik heb toen iemand van de kaderleden gevraagd wat er aan de hand was, waarop die mijn opmerkingen afwimpelde. Volgens hem was er geen enkel probleem.”

“Diezelfde avond heb ik Karel Gacoms (toenmalig vakbondssecretaris) hierop ook geattendeerd. Daarop antwoordde hij laconiek “dat ze de fabriek toch niet gaan sluiten”. Ik heb hem toen toch gezegd dat ik er niet helemaal gerust op was, dat ik dacht van niet maar dat er toch wel iets aan de hand zou kunnen zijn.”

“De maandag voor de aankondiging stonden vrachtwagens klaar om een pak afgewerkte auto’s weg te halen. De personeelsdirecteur zei ons dat dat nodig was om een tekort op te vangen bij de Spaanse concessiehouders en dat we ons geen zorgen moesten maken. Ik was met die uitleg niet tevreden en vroeg om meer informatie. We hebben toen met de collega’s de treinen bezet opdat er geen auto’s meer weg konden.”

Fatale dag

Raymond en zijn collega’s hadden wel verwacht dat ze één en ander zouden moeten inleveren. “We dachten dat de directie met ons om de tafel zou willen zitten om over de loonkosten te discussiëren.”

Op die fatale donderdag 27 februari 1997 was een buitengewone ondernemingsraad gepland, om 15 uur. “Voor de aanvang merkten we dat er veel volk aanwezig was, en ook een pak mensen dat er eigenlijk niet hoorde te zijn. We hebben gevraagd om deze mensen niet toe te laten tot de vergadering. Daardoor hadden we wat vertraging opgelopen.”

“Nog voor de ondernemingsraad begonnen was sprak de Renault-baas de pers al toe”

De ondernemingsraad was nog niet begonnen toen Renault-baas Michel De Verville de pers toesprak in het Brusselse Hilton hotel. Hij kondigde er de sluiting aan van de fabriek in Vilvoorde.

Timing

“Door dat gedoe aan het begin van de ondernemingsraad was de timing dus wat in het honderd gelopen”, zo herinnert Raymond zich. “De mensen op de vloer hadden de aankondiging van de sluiting al gehoord op de radio nog voordat wij ingelicht waren in de ondernemingsraad. Dat was ongelooflijk schokkend.”

“We hebben dan meteen al het personeel ingelicht en geprobeerd de gemoederen te bedaren. Dat was niet eenvoudig. Uiteindelijk hebben alle vakbonden samen beslist om massaal naar het stadhuis van Vilvoorde te stappen, uit protest.”

De Renaultfabriek in Vilvoorde was de eerste van de grote Belgische autofabrieken die de deuren sloot. Later volgden nog Open Antwerpen (2010) en Ford Genk (2014). Ook daar, en bij de vele toeleveranciers, gingen duizenden goedbetaalde, stabiele banen in de productie verloren. Dit waren stuk voor stuk zware klappen, in de eerste plaats voor de werknemers, maar meer algemeen ook voor de Belgische maakindustrie.

Solidariteit

“We hebben vier, vijf maanden lang piket gevoerd, door weer en wind, dag en nacht. Dat is echt niet te onderschatten. Ook in de Franse Renault-vestigingen was de solidariteit groot. Dit was ongezien in Europa.”

In maart 1997 vonden meerdere grote betogingen plaats in Parijs. “Met bussen zakten we af naar de Franse hoofdstad om onze stem te laten horen.”

Eén van de betogingen in maart 1997

Uiteindelijk hebben de vakbonden in Vilvoorde vier belangrijke punten binnengehaald in het sociaal plan. “Er werd beslist om 400 man op de site aan de slag te houden. Daarnaast maakten we werk van een tewerkstellingscel om alle anderen te helpen in hun zoektocht naar een nieuwe job. Veel arbeiders gingen ook met brugpensioen. Ten slotte sleepten we een mooie sluitingspremie in de wacht.”

“De tewerkstellingscel moest 2.000 mensen begeleiden. Een 120-tal gingen naar Volkswagen, nog enkelen naar Opel en Volvo. Op 30 man na had na twee maanden iedereen een nieuwe job.”

“Na de sluiting van Opel Antwerpen en Ford Genk heb ik van de syndicalisten daar persoonlijk vernomen dat het dankzij onze acties in 1997 mogelijk was geweest om betere voorwaarden af te dwingen. Onze strijd, die toen maanden heeft geduurd, dat was iets dat de autobouwers zich niet opnieuw op de hals wilden halen. Die persoonlijke boodschappen deden wel deugd.”

Wet-Renault

De brutale manier waarop de directie van de autofabrikant de sluiting aankondigde, leidde tot grote verontwaardiging.

Deze episode bracht het parlement er uiteindelijk toe de zogenaamde Wet-Renault in te voeren. Deze wet zou bedrijven verplichten de werknemers tijdig in te lichten over plannen voor een collectief ontslag. Tijdens “informatie- en consultatierondes” moeten eerst de plannen schriftelijk meegedeeld worden, waarna het in de overlegorganen (in de meeste gevallen de ondernemingsraad) tot onderhandelingen moet komen om alternatieve pistes te verkennen en/of de impact van de ontslagronde te beperken.

“Renault Vilvoorde was een modelbedrijf binnen de groep”

Hoe is het uiteindelijk zo ver kunnen komen? “Renault Vilvoorde was een modelbedrijf binnen de groep”, zo legt Raymond uit. “De productiviteit en kwaliteit lagen bij ons zo hoog dat die meerkost op de lonen – een loonhandicap van om en bij de 5% tegenover Frankrijk – geen rol meer speelde.”

“Maar als een directie beslist om te sluiten, dan is daar meestal niet veel aan te doen. Maar onze sociale strijd heeft toch duidelijk gemaakt dat je één en ander in de wacht kan slepen voor de collega’s. Renault Vilvoorde was het kleine broertje in de groep. Als een Franse autobouwer een Franse fabriek had gesloten, dan had die zich waarschijnlijk meer miserie op de hals gehaald.”

“Het verhaal van Renault Vilvoorde is des te spijtiger, omdat de fabriek zelf én ook de werknemers klaar waren, mits wat opleiding en dergelijke, om nieuwe uitdagingen aan te gaan met de voertuigen van de toekomst.”

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW