Nieuws

Waarom de centenindex een zware aanval is op ieders loon

Waarom de centenindex een zware aanval is op ieders loon

Premier De Wever kondigde op 24 november met zijn begrotingsakkoord een “noodzakelijke” besparingsmaatregel aan: een indexsprong light. En hoewel het geen volwaardige sprong is, is elk ingrijpen er eentje te veel. “Bescherm jullie index koste wat het kost – voordat het te laat is”, waarschuwt een Franse syndicalist.

Eerst zou het een indexsprong zijn, vervolgens een indexsprong light verpakt als ‘centenindex’. De Arizona-regering kondigde met het begrotingsakkoord aan dat het twee keer een indexsprong zal toepassen op alle lonen vanaf 4.000 euro bruto. Stel dat je, volgend op de gestegen prijzen (inflatie), recht hebt op 2% indexatie. Je loon wordt tot 4.000 euro geïndexeerd aan 2%. Op elke cent die je bovenop 4.000 euro verdient, wordt er geen enkele indexatie van je brutoloon toegepast. Ook de indexering van pensioenen worden twee maal geplafonneerd tot 2.000 euro bruto.

Daarmee zouden de sterkste schouders van het land mee de besparingslasten dragen. Wie de cijfers kent, weet dat dit, ten eerste allesbehalve over de sterkste schouders gaat, en ten tweede dit feitelijk geen besparingsmaatregel is, maar een aanval op de koopkracht van zowat de helft van de bevolking (het Belgisch mediaaninkomen schommelt rond de 4.000 euro bruto).

Maar waar komt de index nu weer precies vandaan? Wat is het belang van dit systeem? En waarom moeten we het met hand en tand beschermen? Tijdens een door het ABVV georganiseerd seminarie doken we in de soms droge, maar levensbelangrijke materie.

Korte opfrissing van de geschiedenis

Het indexmechanisme werd in België voor het eerst ingevoerd aan het begin van de 20ste eeuw. Voor die tijd was er in België nauwelijks sprake van inflatie en bleven de prijzen relatief stabiel. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bracht echter spectaculaire prijsstijgingen met zich mee en om daaraan tegenwicht te bieden werd in 1920 een eerste “indexcijfer van de kleinhandelsprijzen” in het leven geroepen. Als basis werd “april 1914 = 100” genomen. Zo konden de prijsschommelingen beter in kaart gebracht worden, en lonen en uitkeringen eventueel bijgestuurd.

In eerste instantie zaten er zo’n 56 producten in het indexmandje. De volgende 100 jaar werden er honderden producten toegevoegd (en ook weer geschrapt) aan de indexkorf. Lonen en uitkeringen werden na de Tweede Wereldoorlog in steeds meer sectoren automatisch aangepast. Toch werden er door de jaren heen verschillende ingrepen en hervormingen toegepast.

De woelige jaren ‘80

Begin jaren tachtig kwam de automatische loonindexering in België zwaar onder druk te staan. De oliecrisissen van de jaren zeventig joegen de energieprijzen en de inflatie fors de hoogte in. Door de automatische indexering volgden de lonen mee de prijsstijgingen.

In dat klimaat werd de index onterecht aangewezen als zondebok. De combinatie van hoge inflatie, stijgende werkloosheid en oplopende begrotingstekorten leidde tot een ingrijpend pakket aan maatregelen. De regering-Martens koos in 1982 voor een devaluatie van de Belgische Frank met 8,5%. Verder werden consumptieprijzen tijdelijk bevroren en reële loonstijgingen afgeremd.

En ook de index moest er dus aan geloven. In de eerste helft van 1982 werd ze opgeschort (met uitzondering van het minimumloon). Tussen 1982 en 1984 werd ze vervangen door een forfaitaire indexering die enkel het minimumloon volgde. In 1984, 1985 en 1986 volgden bovendien jaarlijkse indexsprongen van 2%.

Deze ingrepen hadden een duidelijk doel: de loonkosten verlagen, de binnenlandse vraag temperen en het concurrentievermogen herstellen. De rentabiliteit van bedrijven herstelde , maar de prijs werd betaald door werknemers, die zwaar inboetten op hun koopkracht.

Loonnormwet, tweede klap in het gezicht

Het politieke ingrijpen in de index in de woelige jaren tachtig toonde aan dat het indexeringsmechanisme niet meer als vanzelfsprekend gezien werd. We spoelen door naar het volgende decennium, toen de loonnormwet van 1996 de koopkracht van werknemers verder onder druk zette.

Concreet wordt door deze wet de mogelijkheid tot loononderhandelingen bij een interprofessioneel akkoord tussen werkgevers en vakbonden vooraf vastgelegd – tot een bepaald percentage, maar mogelijk dus ook 0%. Momenteel is zo’n nulmarge vastgelegd door de Arizona-regering.

In de praktijk betekent dit een quasi-totale bevriezing van elke loonsverhoging. Ex-ABVV-voorzitter Thierry Bodson spreekt van een “ondermijning van de legitimiteit van de vakbonden. Door de wet van ’96 kunnen we feitelijk niet meer onderhandelen over loonsverhogingen.” Bijgevolg is het behoud van de indexering des te belangrijker geworden – existentieel zelfs voor de koopkrachtbescherming van de Belgische werknemer. Er moet echter op gehamerd worden dat de automatische indexering geen loonsverhoging is, maar loonbehoud, waardoor elke indexsprong niets minder is dan diefstal en contractbreuk.

Frans index-drama

De eerder vermelde crisis aan het begin van de jaren 1980, woedde ook in Frankrijk. Het Franse antwoord op de hoge inflatie bleek vanuit syndicaal standpunt echter nog dramatischer dan het Belgische: de automatische indexering werd afgeschaft. Terwijl beide landen eigenlijk met dezelfde problemen kampten. In de plaats van de lonen periodiek op te trekken op basis van de inflatie, werden sectorale loononderhandelingen de standaard.

Vandaag wordt alleen het minimumloon (“le SMIC” in Frankrijk) nog beperkt geïndexeerd. Eric Sellini, delegee bij de Franse socialistische vakbond CGT, benadrukt het levensnoodzakelijke belang van het behoud van de automatische indexering:

“Bescherm jullie index koste wat het kost – voordat het te laat is. In Frankrijk moeten we elke loonstijging nu afdwingen met stakingen en acties. Daardoor zijn we telkens sterk afhankelijk van de mobilisatie en zelfs dan volgen de loonstijgingen de inflatie niet.”

Luxemburg, beste leerling van de klas

Naast Cyprus en België, is Luxemburg een van de laatste landen in de EU met een algemene automatische indexering. Zodra de inflatie de drempel van 2,5% overschrijdt, worden lonen en pensioenen automatisch met hetzelfde percentage opgetrokken. Waar er in België nog verschillen zijn per paritair comité en cao, is het systeem in Luxemburg over de hele lijn hetzelfde.

Daarmee toont het land dat een systeem van automatische indexering perfect haalbaar is en dat het, ondanks de hoge lonen, de concurrentiepositie niet in het gevaar brengt. Toch is het niet alleen maar rozengeur en maneschijn bij onze buren. Met regelmaat van de klok barst bij het bereiken van de spilindex het debat over het mechanisme los. Economen, werkgevers en politici schreeuwen moord en brand bij elke indexering. Vakbonden roepen op tot acties en stakingen.

Maar als er één ding is wat de Luxemburgse politici hebben geleerd van de crisisperiode in de jaren 1980, is dat raken aan de index ook electoraal afgestraft kan worden. In 1982 en 1983 probeerde men de index te manipuleren door bepaalde producten uit de korf te halen en het maximaal aantal indexeringen per jaar te beperken. Resultaat? In 1984 werd de regeringspartij afgestraft bij de verkiezingen – een les die de Luxemburgse politiek bijgebleven is.


Als men ons vraagt om de automatische indexering in te ruilen voor ‘vrije’ loonsverhogingen, is mijn antwoord simpel: jamais, nooit.

— Ex-ABVV-voorzitter, Thierry Bodson

Sociale herverdeling of fiscale rechtvaardigheid?

Er vallen veel lessen te trekken uit de geschiedenis van de automatische indexering. Hoe we er wél mee moeten omgaan, maar evenzeer voorbeelden genoeg van hoe het niet moet. Wat we vooral moeten begrijpen is dat het indexeringsmechanisme geen instrument voor sociale herverdeling is.

Het beschermt de koopkracht, maar kan soms ook overcorrigeren. Zo toont een studie van de KU Leuven dat de index tijdens de energiecrisis van 2022, de laagste inkomens niet volledig compenseerde, en de hogere decielen eerder werden overgecompenseerd. Dat betekent niet dat we de functie van de index moeten uithollen, maar dat we deze moeten combineren met andere rechtvaardige steunmaatregelen.

De discussie over de sociale rechtvaardigheid van de index moet altijd gekoppeld worden aan de discussie over fiscale rechtvaardigheid. Wie vandaag plots sociale argumenten gebruikt om de index af te bouwen, is vaak dezelfde die elke vorm van rechtvaardige belastinghervorming blokkeert”, aldus Nora Back, voorzitter van Luxemburgse vakbond OGBL.

Race to the bottom

Werkgeversorganisaties ijveren in België voor de afschaffing of grondige herziening van de automatische indexering ten voordele van vrije loononderhandelingen. Zij beweren dat de loonnormwet de lonen juist in toom houdt, die anders zouden ontsporen door de inflatie. Maar vakbonden zijn het daar niet mee eens en eisen dat vrije loononderhandelingen parallel naast de automatische indexering moet bestaan. Welke lessen trekken we uit het verleden en wat kunnen we leren van onze buurlanden?

Het Franse verhaal toont aan dat de afschaffing van de indexering werknemers zuur kan opbreken. Het Luxemburgse toont dan weer de electorale macht die in het achterhoofd gehouden moet worden – de kiezer heeft nog steeds iets te zeggen. Eén ding is zeker: het afschaffen of manipuleren van de index is een doodlopend straatje. Zo bevestigt ook ABVV-voorzitter Thierry Bodson. “Als we de automatische index inruilen voor zogenaamde ‘vrije loononderhandelingen’, dan zullen we in veel sectoren zien dat er gewoon géén index meer is, én geen loonsverhogingen. Dan rest alleen nog de ‘race to the bottom’. In Frankrijk heeft een socialistische regering de automatische index afgeschaft en vervangen door zogenaamde ‘vrije onderhandelingen’. Het resultaat: decennia van loonmatiging. Als men ons hier vraagt hetzelfde te doen – de automatische index inruilen voor ‘vrije’ loonsverhogingen – is mijn antwoord simpel: jamais, nooit.”


Hoe werkt het automatische indexeringsmechanisme in België?

De automatische loonindexering is een mechanisme dat lonen en sociale uitkeringen aanpast aan de inflatie. Deze inflatie kan verschillende oorzaken hebben. Wanneer de prijzen stijgen, moet het loon volgen, zodat werknemers en alle uitkeringsgerechtigden met hun inkomen ongeveer hetzelfde kunnen blijven kopen. De indexering is echter niet hetzelfde als een loonsverhoging – maar is feitelijk loonbehoud. Juist daarom is het uiterst belangrijk dat we dit mechanisme beschermen.

De aanpassing gebeurt op basis van de gezondheidsindex, een aangepaste consumptieprijsindex die de prijsontwikkeling volgt van een korf van goederen en diensten die over het algemeen geconsumeerd of gebruikt worden. In die korf zitten onder meer voeding, huisvesting, energie en vervoer. Producten zoals alcohol, tabak en motorbrandstoffen maken er geen deel van uit. De index wordt berekend door Statbel en maandelijks gepubliceerd.

Wanneer de gezondheidsindex stijgt, worden lonen en uitkeringen automatisch aangepast volgens de afspraken die gelden in de sector of onderneming. Er bestaat in België geen uniform systeem. In sommige sectoren gebeurt de indexering jaarlijks op een vast moment, in andere zodra de index met één of twee procent stijgt, en in nog andere via een systeem van spilindexen (wanneer een bepaalt percentage overschreden wordt). Daardoor zit er vaak een vertraging tussen de stijging van de prijzen en de aanpassing van het loon en verliezen werknemers tijdelijk aan koopkracht die later dan weer ingehaald wordt.


Facebooktwitter

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW