Nieuws

V&A: alles wat je moet weten over flexi-jobs

V&A: alles wat je moet weten over flexi-jobs

In juni gaf het parlement groen licht voor het wetsvoorstel van David Clarinval, waarmee flexi-jobs vanaf 1 juli werden uitgebreid naar alle sectoren. Wat houdt deze hervorming verder in? En wat zijn de gevolgen voor de sociale zekerheid?

Wat zijn flexi-jobs?

Een flexi-job is een vorm van bijkomende tewerkstelling waarbij werknemers of gepensioneerden op fiscaal voordelig bij te klussen. Het systeem werd in 2015 ingevoerd voor de horeca en is nadien stelselmatig uitgebreid naar andere sectoren.

Vanaf 1 juli worden flexi-jobs uitgebreid naar bijna alle sectoren en wordt het systeem verder versoepeld. Werkgevers betalen op een flexi-job enkel een patronale RSZ-bijdrage van 28 procent. Werknemers hoeven geen bijdragen te betalen.

Wie mag een flexi-job doen?

Niet iedereen kan zomaar een flexi-job uitoefenen. Je moet namelijk minstens 4/5de werken bij een andere werkgever in het derde kwartaal voorafgaand aan je flexi-job of je moet gepensioneerd zijn.

Met de huidige versoepeling mag een voltijdse werknemer nu wél aan de slag gaan bij een verbonden onderneming. Dit was voordien nog verboden. Daarnaast staat de deur nu ook open voor uitzendkrachten om – bij een andere onderneming dan deze waar ze als uitzendkracht werken – te gaan flexi-jobben.

Hoeveel mag je bijverdienen?

Omdat er geen sociale bijdragen op betaald worden, is het brutoloon gelijk aan het nettoloon. Niet-gepensioneerde flexi-jobbers mogen met de nieuwe regelgeving tot 18.440 euro bijverdienen. Voor gepensioneerden bestaat er geen plafond.

Wat is er onlangs nog veranderd?

Flexi-jobs waren oorspronkelijk enkel mogelijk in de horeca, waar vaak nood is aan flexibel inzetbaar personeel. Daarna werden onder meer de detailhandel, bakkers, kappers, de zorg en het onderwijs toegevoegd aan de lijst.

Nu wordt het systeem uitgebreid naar alle sectoren, zowel private als publieke. Sectoren kunnen via een zogenaamde “opt-out” beslissen om geen flexi-jobs toe te laten, net zoals dat ze kunnen bepalen om bepaalde functies uit te sluiten.

Waarom is het ABVV tegen de uitbreiding van flexi-jobs?

Flexi-jobs lossen de echte problemen op de arbeidsmarkt niet op. Werkgevers zullen steeds vaker kiezen voor goedkope, flexibele arbeid in plaats van kwaliteitsvolle vaste jobs. Het helpt ook geen enkele werkzoekende aan een job.

Daarnaast ondergraaft dit systeem de inkomsten van de sociale zekerheid. Tegen 2030 kan het geschatte verlies oplopen tot een half miljard euro per jaar. En hoewel flexi-jobbers wel beperkte pensioenrechten opbouwen, bouwen ze voor de rest geen sociale rechten op.

De regering beweert dat flexi-jobs bedrijven kunnen helpen om (tijdelijke) personeelstekorten te verhelpen. In de realiteit zijn personeelstekorten vaker te wijden aan lage lonen, hoge werkdruk en slechte arbeidsomstandigheden. Zolang die problemen niet worden aangepakt, lossen flexi-jobs de structurele tekorten niet op.

Kortom: de deuren naar het Wilde Westen van de arbeidsmarkt, waar de cowboys van de Arizona-regering ons zo graag naartoe loodsen, staan nu wagenwijd open. En neen, dat brengt ons geen verlossende verkoeling. Het verhit de arbeidsmarkt en leidt alleen maar tot verdere deregulering ten voordele van werkgevers.

Welke alternatieven stelt het ABVV voor?

Het ABVV pleit voor:

  • meer vaste contracten;
  • hogere lonen;
  • betere arbeidsomstandigheden;
  • meer investeringen in opleiding;
  • maatregelen die jobs aantrekkelijker maken in plaats van goedkoper.

Dat zijn duurzamere oplossingen voor de arbeidsmarkt dan een verdere uitbreiding van flexi-jobs.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x