Nieuws

Hoe de ‘staking der 100.000’ een symbool van verzet werd

Hoe de ‘staking der 100.000’ een symbool van verzet werd

Werknemers hebben altijd een sleutelrol gespeeld in verzet tegen fascisme. Dat was niet anders tijdens de ‘Staking der 100.000’ tijdens de Duitse bezetting in 1941.

Elk jaar op 8 mei vieren we de overwinning op nazi-Duitsland. Op die dag in 1945 tekende veldmaarschalk Wilhelm Keitel de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland. De weg naar die handtekening was lang, zwaar en geplaveid met duizend-en-één vormen van klein en groot verzet. Zo ook het verzet van arbeiders. We zoomen in op de ‘Staking der 100.000’, een ongezien grootschalige staking die in 1941 het land op zijn kop zette en uitgroeide tot een ultiem symbool van verzet.


Bezetting en collaboratie

In België bestaat het stakingsrecht sinds 1921. Officieel waren stakingen verboden tijdens de Duitse bezetting, maar dat belette arbeiders niet om af en toe georganiseerd het werk neer te leggen. Daarnaast waren er tijdens de oorlog ook andere vormen van arbeidersverzet, zoals sabotage en documentvervalsing.

Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland België binnen. Achttien dagen later capituleerde het Belgische leger. De bezetter voerde vervolgens niet alleen een algemeen stakingsverbod in, maar bevroor ook de lonen, waardoor het indexmechanisme buitenspel werd gezet. In fascistische, repressieve traditie moesten ook de vakbonden eraan geloven. In hun plaats werd een nieuw model opgedrongen.

Onder de naam Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA) moesten de bestaande vakbonden fuseren tot een organisatie die in werkelijkheid nauwelijks inspraak had in arbeidsvoorwaarden en vooral diende om de Belgische economie ten dienste te stellen van de Duitse oorlogsmachine. Binnen die organisatie kreeg ook de Arbeidsorde, een collaborerende vakvereniging gelieerd aan het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), onevenredig veel macht. Het opgelegde stakingsverbod verhinderde echter niet dat arbeiders af en toe toch het werk neerlegden. In de meeste gevallen draaide het conflict rond hogere rantsoenen — vaak aardappelen — of loonsverhogingen om voedsel op de zwarte markt te kunnen kopen. Veel arbeiders verrichtten bijzonder zware arbeid terwijl ze moesten overleven op een hongerrantsoen.


“Aardappelbetoging”

Toch borrelde er iets onder de oppervlakte. Vanaf 1941 werden verschillende meerdaagse stakingen georganiseerd, waaronder een achtdaagse staking begin april in de Borinage. Op 10 mei 1941 — symbolisch exact een jaar na de Duitse inval — organiseerden vrouwelijke arbeiders een “aardappelbetoging” aan de poorten van de Luikse staalfabriek Cockerill. Al snel sloten steeds meer acties overal in België zich bij de staking aan.

Op 12 mei legden arbeiders in 22 bedrijven rond Luik het werk neer. Daarna sloot ook de industrie in Henegouwen zich solidair aan, gevolgd door Limburgse mijnwerkers. Op het hoogtepunt telde de actie ongeveer 100.000 stakers, wat de naam logischerwijs verklaart. In een periode waarin staken feitelijk verboden was, was dit een ongezien aantal. De moed van dit verzet kan nauwelijks overschat worden. Iedereen die het verbod trotseerde, riskeerde vervolging door de bezetter en kon voor de krijgsraad verschijnen.


Julien Lahaut, centrale figuur van de ‘Staking der 100.000’

Hoewel de ‘Staking der 100.000’ eerder gedecentraliseerd verliep en verspreid was over verschillende Belgische provincies, waren er wel enkele drijvende krachten, waaronder Julien Lahaut, die op dat moment schepen was in Seraing. De Cockerill-fabriek bevond zich eveneens in Seraing. Omdat het de vakbonden onmogelijk werd gemaakt te fungeren als gesprekspartner tussen stakers en werkgevers, kwam die rol al snel terecht bij militante groepen van communistische signatuur, waar Lahaut veel aanzien genoot.

Op 15 mei kwam een betogende menigte op een bepaalde moment oog in oog te staan met Duitse militairen, klaar om de stakers gewelddadig te lijf te gaan. Lahaut wist beiden partijen te kalmeren en sprak de arbeiders toe: “verspreid jullie, ga niet in op de provocatie. De staking gaat door, verdomme!”. Zo voorkwam hij mogelijks een bloedbad.

“Verspreid jullie, ga niet in op de provocatie. De staking gaat door, verdomme!”

JUlien Lahaut, schepen van seraing en leider van de staking

Aanvankelijk wilden de Duitse bezetters de onderhandelaars niet ontvangen, maar toen de staking zich verder uitbreidde, gingen ze toch overstag. Uiteindelijk werd een algemene nationale loonsverhoging van 8% toegekend. Hoewel daarmee het verlies aan koopkracht door de oorlog niet volledig werd gecompenseerd, bleef het een belangrijke symbolische overwinning van het verzet. Begin juni 1941 sloeg de stakingsgolf ook over naar Noord-Frankrijk, waar 17.000 arbeiders in staking gingen. Daar werd de actie echter hard onderdrukt.



Waarom 8 mei opnieuw belangrijk is

Het verhaal van de ‘Staking der 100.000’ toont hoe noodzakelijk verzet kan zijn, en dat arbeiders, wanneer ze de krachten bundelen, zelfs de meest repressieve regimes onder druk kunnen zetten.

Tot 1974 was 8 mei in België een officiële feestdag: een dag waarop verzet werd herdacht en repressie veroordeeld. In Frankrijk blijft die feestdag vandaag bestaan. In tijden waarin extreemrechtse ideeën opnieuw terrein winnen en repressieve ideologieën hun stempel op de samenleving proberen te drukken, moeten we misschien opnieuw nadenken over 8 mei als feestdag. Als een dag waarop we verzet eren en fascisme resoluut afwijzen.

Het herinvoeren van 8 mei als officiële Belgische feestdag is ook een van de doelstellingen van de 8meicoalitie, waarvan het ABVV lid is. Zoals elke jaar is er ook heel wat te doen tijdens deze dag: conferenties, filmvertoningen, herdenkingen en andere acties. Ontdek het volledige programma.

Hoofdafbeelding: illustratie van Jonathan McHugh, Les Journaux de Guerre 1940-1945


Facebooktwitter

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW