Op maandag 12 oktober staakten de openbare diensten tegen de opgelegde besparingen van de verschillende regeringen. ACOD waarschuwt dat bijkomende bezuinigingen de kwaliteit en toegankelijkheid van de openbare dienstverlening in het gedrang brengen. Ze hekelt ook de in sneltempo verslechterende arbeidsomstandigheden van de werknemers en de intimidatie die de sociale beweging aan zijn adres blijft ontvangen. De Nieuwe Werker trok naar Namen en Brussel om licht te werpen op de verzuchtingen van de stakers.
Het is 9.30 uur. Voor de poorten van de gevangenis van Namen staan rode jassen zij aan zij, elkaar kameraadschappelijk begroetend. Aan de rotonde even verderop delen spoorwegmedewerkers pamfletten uit aan automobilisten. “Ze blijven ons aanvallen. Wij blijven doorgaan”, staat erop te lezen. De tijd tikt rustig verder, terwijl de menigte voor de gevangenis aangroeit. In totaal hebben zo’n driehonderd kameraden gehoor gegeven aan de oproep om samen te komen aan het stakingspiket. Onder hen ook Waalse metaalarbeiders, die een stakingsaanzegging hebben ingediend uit solidariteit met de werknemers van de openbare diensten.




Intimidatie en vastberadenheid
Wanneer de toestroom van stakers zijn hoogtepunt heeft bereikt, neemt ACOD-voorzitter Laurent Pirnay het woord: “We hadden graag regeringen gehad die respect tonen voor werknemers, openbare diensten, onderhandelingen en sociaal overleg. Maar dat is niet het geval. Daarom komen we op deze 12 oktober samen, om als openbare diensten tegen de besparingspolitiek in de tegenaanval te gaan”, roept hij met dragende stem en onder luid applaus.
De mobilisatie van de openbare diensten is des te belangrijker nu het stakingsrecht steeds meer onder druk komt te staan. Sinds juli van dit jaar maakt een koninklijk besluit het namelijk mogelijk om gevangenispersoneel al tijdens de eerste 24 uur van een staking op te vorderen. “We hebben te maken met autoritaire regeringen die de sociale beweging met alle mogelijke middelen proberen te breken. Ze verhinderen ons om te staken en actie te voeren en proberen ons daarbovenop ook nog eens te intimideren.”
Laurent Pirnay is ervan overtuigd dat er maar één antwoord bestaat op de toenemende druk: de sociale beweging moet zich blijven mobiliseren. “We moeten ons blijven verzetten tegen het maatschappijmodel dat ze ons willen opleggen en werkbare alternatieven voorstellen. We willen een samenleving die steunt op de herverdeling van rijkdom en solidariteit.” Hij prijst ook het verzet van het ABVV als een van de achterliggende redenen waarom de regering er maar moeilijk in slaagt om een akkoord te bereiken.
“Het bezit van wie niets bezit”
Enkele dagen voor de aanstaande armoedebetoging die op 15 oktober in Namen plaatsvindt, neemt ook Christine Mahy het woord. In haar speech benadrukt de algemeen secretaris van het Waalse netwerk voor armoedebestrijding hoe aanwezig de openbare diensten zijn in elke fase van ons leven. “Ze vormen het cement van onze samenleving en de rijkdom van de hele bevolking.”
Hun rol is des te belangrijker voor mensen die met economische, sociale of andere moeilijkheden kampen. “De openbare diensten zijn het bezit van wie niets bezit”, benadrukt ze. Een uitspraak die in het publiek duidelijk op veel bijval kan rekenen en dat is ook niet verwonderlijk in de huidige context waarin de hervormingen van de Arizona-regering werknemers, gepensioneerden, zieken en werkzoekenden in een sociale en economische crisis dumpen.
Het gevangeniswezen wordt onhoudbaar
Achter de sprekers rijst de intimiderende gevel van de gevangenis van Namen op. “De gevangenissen zitten vol mensen die door armoede zijn getroffen. Mensen van wie de rechten niet werden gerespecteerd, die geen statuut hadden en die boos zijn op de samenleving omdat ze minachtend overboord worden gegooid”, hekelt Christine Mahy de situatie.
Giuseppe D’Orazio, delegee in de gevangenis van Nijvel en voorzitter van het comité Justitie Namen-Waals-Brabant, deelt die vaststelling: “De sociaaleconomische context heeft duidelijk een impact. Mensen redden het niet meer wanneer ze de gevangenis verlaten. We zien steeds meer veroordelingen voor zaken zoals winkeldiefstal.”

“Mensen redden het niet meer wanneer ze de gevangenis verlaten. We zien steeds meer veroordelingen voor zaken zoals winkeldiefstal.”
— Giuseppe D’Orazio, delegee gevangenis van Nijvel
Overbevolkte gevangenissen, veiligheidsproblemen, verslechterende arbeidsomstandigheden en een dienstverlening die alsmaar verder achteruitgaat. De situatie is in veel opzichten zorgwekkend. Zoals de delegee benadrukt, moeten de werknemers van de gevangenis de beperkingen van hun stakingsrecht noodgedwongen aanvaarden. “Het personeel wringt zich in alle bochten om zijn taken goed uit te voeren. Als dank wordt het verhinderd om te staken.”
Vandaag kunnen gevangenissen hun rol bij de re-integratie van gedetineerden in de samenleving niet meer ten volle vervullen. “De huidige situatie laat dat niet toe”, betreurt Giuseppe D’Orazio. In het hele land ligt het aantal gedetineerden ver boven de capaciteit van de gevangenissen. De situatie wordt onbeheersbaar en de gevolgen laten zich ook voelen bij het personeel. Steeds meer werknemers kampen met een burn-out of worden het slachtoffer van agressie. “Dit is niet meer het beroep dat ik 18 jaar geleden leerde kennen. Op politiek niveau moeten er andere keuzes worden gemaakt.” De eisen zijn duidelijk: “Meer personeel. Mensen om voor mensen te zorgen.”
Openbare omroepen onder vuur
Enkele tientallen kilometers verderop is ook aan de voet van de RTBF- en VRT-toren een stakingspost opgezet. De openbare omroepen zitten na jaren van opeenvolgende besparingen op hun tandvlees.
“Het vet is van de soep en nu zitten we effectief aan het vlees te snijden. Dat kunnen we niet toelaten”, vertelt Joke Kerkhofs, secretaris van ACOD VRT. Volgens Kerkhofs wordt de VRT steeds verder in de richting van een commerciële, marktgerichte logica geduwd. “Men wil van de VRT een commerciële onderneming maken en haar laten concurreren met de private zenders”, staat Tristan Faes, adjunct-secretaris van ACOD Cultuur, haar bij.



Bij het stakingspiket wordt duidelijk hoe nauw de openbare omroepen en de cultuursector met elkaar verbonden zijn. Beide worden zwaar getroffen door de nieuwe besparingen die de Vlaamse overheid hen oplegt. “Alles wat een beetje warmte aan de samenleving toevoegt, alles wat mensen samenbrengt en alles wat mensen laat kennismaken met cultuur, wordt systematisch afgebroken”, betreurt Tristan Faes.
“Alles wat een beetje warmte aan de samenleving toevoegt, alles wat mensen samenbrengt en alles wat mensen laat kennismaken met cultuur, wordt systematisch afgebroken”
— Tristan Faes, adjunct-secretaris van ACOD Cultuur
Een democratisch probleem
Aan de andere kant van de taalgrens klinkt eenzelfde verhaal. Ook de RTBF krijgt te maken met zware besparingen. Na een eerste besparingsplan dat eerder dit jaar werd aangekondigd, moet er nu nog eens 20 miljoen euro worden bespaard. In totaal staan er zo’n 150 banen op de tocht.
Eric Tamundele, voorzitter van ACOD RTBF, beschrijft de gevolgen: “Als er 150 voltijdse equivalenten verdwijnen, neemt de werkdruk nog verder toe voor de mensen die overblijven. Er zijn nu al veel burn-outs. Sommige collega’s werken 70 uur per week. Er komt een moment waarop ook zij niet meer kunnen bijbenen.”
Hij hekelt ook de commerciële marktlogica die, net als bij de Vlaamse collega’s, aan de openbare omroep wordt opgelegd. “Als we morgen een televisieomroep hebben die ondergeschikt is aan private belangen, vormt dat een reëel gevaar voor de democratie. De privésector zal alles dicteren: hoe we moeten denken, welke informatie we krijgen, maar ook wat er op cultureel vlak wordt aangeboden.”

“Als we morgen een televisieomroep hebben die ondergeschikt is aan private belangen, vormt dat een reëel gevaar voor de democratie.”
— Eric Tamundele, voorzitter van ACOD RTBF
Zowel bij de VRT als bij de RTBF vrezen de vakbonden dat de besparingen de journalistieke onafhankelijkheid zullen ondermijnen. “Wanneer een openbare dienst wordt aangevallen, wordt ook zijn onafhankelijkheid aangevallen. Als een journalist zich niet meer onafhankelijk kan uitspreken, wordt dat een democratisch probleem”, besluit Eric Tamundele.
