Meer dan 30.000 doden en vermisten, duizenden gefolterden, anderhalf miljoen personen in ballingschap en 500 gestolen kinderen. Op 24 maart 2026 was het precies 50 jaar sinds het startschot van een van de donkerste hoofdstukken uit de Argentijnse geschiedenis. Een staatsgreep die het land onderdompelde in de bloedigste militaire dictatuur uit zijn geschiedenis.
Om die tragische gebeurtenis in de schijnwerpers te zetten, organiseerde het ABVV – in samenwerking met Solidar en Argentijnse vakbond CTA-T – een conferentie waarbij destijds in ballingschap gevluchte personen hun verhaal deden. Politieke vluchtelingen Angela Beaufys en Marta Scarpato, en kind in ballingschap Alicia Aguirre, deelden hun aangrijpende getuigenissen.
Vakbondstraditie
Vanaf de eerste dagen van de dictatuur werden honderden politieke militanten, studenten en syndicalisten opgepakt. Rechtstreeks van de straat geplukt, uit huis of café gesleurd, of ontvoerd uit fabrieken.
“In Argentinië en Chili is het neoliberalisme via dictaturen aan de bevolking opgelegd geweest. Dit was de enige manier waarop het voet aan de grond kon krijgen”, legt Marta Scarpato uit. Zij is CTA-T-lid en zoekt nog altijd naar haar vermiste broer, die ook syndicalist was. “Voor de dictatuur had Argentinië een uitgesproken en sterke syndicale en feministische traditie. Om hun bestuursmodel op te leggen, moesten de staatsgreepplegers dit sociaal weefsel eerst vernietigen.”
Gedurende acht jaar was de repressie bijzonder gewelddadig. Een van de meest huiveringwekkende methodes waren de “dodenvluchten”, waarbij politieke tegenstanders levend uit vliegtuigen werden gegooid in de wateren rond Buenos Aires. Een andere hartverscheurende repressie-methode was de ontvoering van baby’s van politieke tegenstanders. Deze werden vervolgens gegeven aan families die dicht bij het regime stonden.


Plaza de Mayo
Toch was dit gewelddadig regime niet zonder oppositie of verzet. De Moeders en Grootmoeder van de Plaza de Mayo groeiden uit tot het sterkste symbool hiervan. Vanaf de beginjaren van de dictatuur trotseerden zij de geweldplegingen van het leger, gebrand op het terugvinden van hun verdwenen kinderen en kleinkinderen. Tot op vandaag zijn 140 van de ongeveer 500 gestolen baby’s teruggevonden.
Op de zesde verdieping van het ABVV-gebouw liggen witte doeken verspreid over de tafels. Angela herinnert de zaal aan hun symbolische betekenis: de babydoekjes, toebehorend aan de ontvoerde kinderen. Moeders en grootmoeders borduurden de naam van hun kind erop en droegen ze rond het hoofd tijdens bijeenkomsten. “Deze hoofddoeken ondersteunen die strijd. Vijftig jaar later blijft die solidariteit nog even nodig en relevant, om dezelfde soort maatschappelijke ontsporingen aan te kaarten en te bestrijden.”

“Zo zijn we gevlucht van ons Argentinië. Gevlucht van de laatste en bloedigste militaire dictatuur die het land kende.”
— Angela Beaufys, politiek vluchteling
Tijdens de dictatuur gingen anderhalf miljoen mensen in ballingschap. “In ballingschap moeten gaan is de ultieme straf”, legt Anegla uit. “We verlieten het land uit angst. We verborgen ons bij vrienden, namen treinen of vliegtuigen naar onbekende bestemmingen. We kwamen terecht in het buitenland, zonder familie, zonder werk, zonder huis”, vertelt ze zichtbaar geëmotioneerd. “Toen ik in België arriveerde, had ik geen enkele houvast. Sommigen van ons waren overlevenden van kampen, anderen kwamen uit een lange periode van onderduiking, op de vlucht en verstopt voor het regime. Zo zijn we gevlucht van ons Argentinië. Gevlucht van de laatste en bloedigste militaire dictatuur die het land kende.”
Solidariteit
Zo ontstond er ook een georganiseerde solidariteitsbeweging in de landen waar ze opgevangen werden, waaronder in België. “De beweging was eerst vooral bezig met sensibilisering, om zo mensen op de hoogte te brengen wat er in Argentinië aan de gang was”, vertelt Angela. Pierre Galant, toenmalig secretaris-generaal van Oxfam, herinnert zich die mobilisatie maar al te goed: “We vingen hen op, onder meer in gebouwen en lokalen van het ABVV. Bij ons namen zeventien verenigingen deel aan het organiseren van deze opvang. Eerst voor Chilenen en vervolgens voor alle Latijns-Amerikanen die moesten vluchten vanwege de politieke situatie in hun land.”
Alicia Aguirre behoort tot een andere generatie. Als syndicalist zijnde moest haar vader de dictatuur ontvluchten. “Ik heb de ballingschap zelf niet meegemaakt, maar ik ben er als kind wel bij betrokken geweest”, legt ze uit. Haar ouders ontmoetten elkaar in België, tijdens bijeenkomsten van Argentijnen die van hun thuisland ontheemd waren. “Opgroeien in die gemeenschap, was voor mij leven in een sfeer van solidariteit en muziek, maar ook met brute verhalen: foltering, verdwijningen, moorden…” Haar stem trilt. Angela knijpt in haar arm.

Gerechtigdheid en herinnering

Vijftig jaar later gaat de strijd voor waarheid en gerechtigheid verder. “Er zijn nog duizenden vermisten. Wie weet waar ze zijn? We moeten ze terugvinden, voor de families – aan wie het recht op rouw is ontnomen – en voor de Argentijnse samenleving, die recht heeft op de waarheid”, zegt Marta, terwijl ze de foto van haar verdwenen broer zorgvuldig op tafel legt. Alicia toont een witte doek met de naam van haar verdwenen oom. “We blijven de vermisten zoeken om hen een waardige begraafplaats te geven. Zodat we een plek hebben om ze te herdenken.”
Tot op heden zijn, over 361 processen heen, ongeveer 1.200 folteraars veroordeeld. Zo’n 300 procedures zijn nog altijd lopende. Ondertussen wordt het land geleid door een negationist. Het maakt de zoektocht naar de vermisten en de bijbehorende missie voor gerechtigdheid en herdenking, des te moeilijker. President Javier Milei minimaliseert de misdaden van de dictatuur, terwijl hij de middelen van de instituten en organisaties die de herinnering in leven proberen houden stelselmatig verminderd. Milei stelt onder andere het cijfer van de 30.000 doden en vermisten in vraag.
“Hij voert een culturele strijd om de geschiedenis te herschrijven”, klaagt Marta aan. “Iedereen die zich tegen zijn ideologie verzet, wordt gecriminaliseerd. Ook vakbonden worden daarbij geviseerd. Zo wilt hij hervormingen doorvoeren die hun werking sterk beperkt.”
Armoede en doorzettingsvermogen
Claudio Guthmann, coördinator Latijns-Amerika bij Amnesty International België, en zelf zoon van Argentijnse vluchtelingen, maakt zich grote zorgen over de huidige situatie. “We zien een grootschalige achteruitgang van rechten in Argentinië. Vooral de vrijheid van meningsuiting en die van vereniging komen in het gedrang.” In zijn uiteenzetting onderstreept hij de zorgwekkende economische situatie van het land. Volgens de NGO leven meer dan vijftien miljoen mensen in armoede, onder hen drie miljoen gepensioneerden. “Alle overheidsinstellingen zien hun budgetten verminderen, terwijl dat van defensie met 29% steeg.”
Met emotie in zijn stem deelt Claudio Guthman zijn conclusies: “De tijd tikt door aan een razendsnel tempo, en toch haalt het verleden ons in. Daarom zijn we vandaag hier samengekomen. Om onze krachten te bundelen.”
Op het scherm verschijnt een boodschap van Roberto Baradel, internationaal secretaris van de CTA-T, die deze oproep kracht bijzet: “Wanneer we het gevoel hebben dat de last te zwaar is, moeten we denken aan alle personen die voor gerechtigheid gestreden hebben, aan de Moeders en Grootmoeders. Dat maakt het gewicht ineens veel lichter, waardoor we onze inzet om het fascisme overal ter wereld te bestrijden, verder kunnen bijstaan.”
Op 24 maart 2026 bracht de traditionele herdenkingsmars in Buenos Aires een van de grootste menigten van de afgelopen jaren op de been. Op spandoeken keerde dezelfde woorden telkens terug: “Nooit meer”, “Waar zijn ze?” en “Herinnering is de toekomst”. Een halve eeuw na de dictatuur blijft de vastberadenheid van het Argentijnse volk om de waarheid en gerechtigdheid te verdedigen onverminderd sterk.










