Golf na golf richt de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen een ware ravage aan. We gingen het terrein op om de gevolgen in kaart te brengen. Eerste stap: ontmoeting met de werkloosheidsconsulenten van Charleroi.
Terwijl de ogen gericht zijn op de opstapelende uitsluitingen, nemen wij een kijkje bij het loket. De Nieuwe Werker trok naar de zesde verdieping van het ABVV-kantoorgebouw in Charleroi, waar de consulenten dag in dag uit zo’n negentien loketten bemannen.
“Het doet ons deugd dat jullie langskomen en interesse tonen in ons werk”, zegt Benoît, adjunct-directeur van de lokale werkloosheidsdienst. Samen met consulenten Corinne, Fabienne, Stéphane, Patricia en Sylvia neemt hij ons mee op sleeptouw om hun dagelijkse realiteit te delen.
Ondertussen hebben de consulenten al meerdere uitsluitingsgolven achter de kiezen. Elke golf stromen hangende gezichten binnen. Allen met dezelfde RVA-brief. Telkens krijgen de consulenten dezelfde vragen te horen, maar evengoed worden ze geconfronteerd met zwaarmoedige stiltes en wanhopige huilpartijen.
Teleurstelling en ongerustheid
Corinne herinnert zich de weken voorafgaand aan de eerste golf van de uitsluitingen. “We zijn toen wel bang geweest voor uitbarstingen.” Maar het geweld bleef uit. “Er was woede, ja, maar die was gericht op de regering. Wij zien hier veel vooral teleurstelling en ongerustheid. Mensen vragen: waar heb ik nog recht op? Kan ik bij het OCMW aankloppen? Hoe ga ik overleven?”
De uitsluitingsgolven van maart en april waren volgens Benoît zwaarder dan de voorgaanden. “De huidige golven treffen mensen die minder lang werkloos zijn. Daardoor begrijpen ze het vaak minder goed. Soms hebben ze een incorrecte datum ontvangen of beschikken ze over een complex dossier. Dat onbegrip kan leiden tot agressie, maar we proberen onszelf zoveel mogelijk empathisch op te stellen.”
Toch heeft de werkloosheidsdienst niet ingezet op meer veiligheid. Er werd vooral aandacht besteed aan sensibilisering. Tot drie keer per week werden er infosessies georganiseerd. De aanwezigheid aan het onthaal werd versterkt. Informatie werd zo veel mogelijk de wereld ingestuurd en ook via de pers probeerde men een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Op papier zou iedereen “op de hoogte” moeten zijn.
Toch ontdekten velen hun uitsluiting pas voor het eerste bij het openen van de beruchte RVA-brief. “Sommigen dachten over voldoende loopbaanjaren te beschikken om hun uitkering te behouden. Anderen baseerden zich op de berekening van de Federale Pensioendienst, ondanks dat deze verschilt van die van de RVA.” Zaken zoals gefragmenteerde loopbanen, beroepsjaren als zelfstandige en niet-gelijkgestelde periodes worden niet op dezelfde manier meegeteld voor werkloosheid als voor de toegang tot het pensioen.
Het gewicht van de verhalen
Fabienne spreekt over de emotionele dimensie van het beroep. “Mensen komen binnen en vertellen hun verhaal. Wij moeten dan voor onszelf grenzen stellen. Anders huil je met iedereen mee. We willen best een luisterend oor bieden, maar op het einde van de dag moeten we gewoon de wet toepassen.”
Aangeslotenen die komen aankloppen delen geen verhalen over abstracte cijfers. Het gaat hier over facturen, huur en voeding. Mensen worden geraakt in hun portefeuille en in wat hen in staat stelt een waardig leven te leiden. “Dat zijn zeer delicate gesprekken, maar daarom zijn ze juist zo belangrijk.”
Sommigen vallen uit elke boot en passen in geen enkel vakje. “Er zijn mensen die niet ‘ziek genoeg’ zijn voor de mutualiteit, maar ook niet gezond genoeg om te werken. De werkloosheid was een soort uitweg, maar vandaag sluit die deur.”
Leeftijd is ook een zeer bepalende factor, benadrukken de consulenten. Jongeren geven de moed niet op en zeggen “ik vind wel werk.” Voor zij die op 58 of 60 jarige leeftijd voor de leeuwen gegooid worden, is dat andere koek.

Werkloosheidsconsulent, beroep met zwaarte
Ook het beroep van werkloosheidsconsulent is er niet eenvoudiger op geworden door de hervormingen. “Er was een tijd dat we de wetgeving vanbuiten kenden. Vandaag moeten we alles dubbelchecken”, verduidelijkt Benoît. Dossiers doorlopen meerdere validatierondes, onder meer bij de RVA. Het kleinste ontbrekende document kan een betaling blokkeren. Vertragingen zorgen vervolgens voor frustraties en spanningen.
“Het lagere aantal dossiers zou onze werklast moeten verminderen, maar het omgekeerde is waar. Door de huidige complexiteit is er juist meer werk per dossier.” Het is een paradox. Minder uitkeringsgerechtigden staat zeker niet gelijk aan een lagere werkdruk.
De digitale illusie
Bovendien heeft de covidcrisis een versnelde digitalisering met zich meegebracht. Ook hier zien we een paradox, waarbij de uitwisseling van documentatie er niet noodzakelijk makkelijker op geworden is.
Consulenten ontvangen wazige foto’s van documenten, onvolledige scans, onleesbare dossierelementen per mail. Soms naar verschillende mailadressen. Soms met ingesproken berichten erbij. “Tussen de verkeerde documenten van de ene en de voiceberichten van de andere, redden we ons uiteindelijk wel. Maar het maakt het samenstellen van een dossier er niet makkelijker op.” Het resulteert in onvolledige dossiers, extra controles en uitbetalingsvertragingen.
In een domein dat aan het persoonlijke en financiële raakt, zien we duidelijk dat de digitalisering op grenzen botst. “We worden soms verweten van onbereikbaar te zijn. Onze kantoren zijn nochtans open. Mensen willen vaak alles via één mail regelen. Bij jongeren zien we dan weer een bepaalde onbereidheid om te bellen.”
Aan het onthaal, in de frontlinie
Op het gelijkvloers bekleedt Danny een bijzondere positie. Initieel volgde hij een opleiding als werkloosheidsconsulent. Hij is nu werkzaam aan het onthaal. Het eerste contact is met hem. “Gemiddeld zie ik meer dan honderd mensen per ochtend,” legt hij uit. “Daar zijn de telefoons en de mensen die voor andere zaken langskomen nog niet bijgerekend. De eventuele gevallen van agressie vallen ook vaker op mij.” Toch ziet ook hij eerder situaties van wanhoop en verdriet. “Een kwetsbare man in extreme nood kwam recent langs. Hij schreeuwde en huilde, terwijl hij over zelfmoord sprak. Je probeert zo’n persoon zoveel mogelijk gerust te stellen en te kalmeren.”
De consulenten willen de zwaarte van de job toch nuanceren. Er zijn ook mooie momenten van solidariteit en erkenning. Er zijn genoeg dankbare leden. Mensen die van andere uitbetalingsinstellingen komen, benadrukken ook de kwaliteit van de dienstverlening. En er zijn ook mensen die opnieuw in beweging komen: opleidingen, omscholingen naar knelpuntberoepen, ouderen die studies aanvangen. Ondanks de brutaliteit van de hervormingen, ondanks de onrechtvaardigheid van de uitsluitingen, probeert men oplossingen te vinden.







