De gebeurtenissen in Ceuta hebben geleid tot een trieste, maar helaas vertrouwde politieke reflex. Nauwelijks kwamen de eerste feiten naar buiten, of de politieke conclusies – vooral aan de rechterzijde van het politieke spectrum – lagen al vast. De kracht van de woorden liep vooruit op de resultaten van elk onderzoek. Nog vóór de precieze omstandigheden waren opgehelderd, nog vóór alle slachtoffers waren geïdentificeerd, overspoelde een stortvloed aan termen de media en sociale netwerken: “invasie”, “aanzuigeffect”, “hard optreden”, zelfs “grenzen sluiten”…
Die overhaasting roept op zijn minst vragen op. In het slechtste geval herinnert ze ons eraan dat simplismen en het bespelen van angst nog altijd tot de favoriete instrumenten van rechts en extreemrechts behoren, die veel meer gedijen op emotie dan op analyse.
In de eerste plaats een menselijke tragedie
Ceuta is in de eerste plaats een menselijke tragedie. Tientallen mensen kwamen om het leven. Families zijn nog altijd op zoek naar hun vermiste dierbaren. Onder hen bevinden zich ook heel wat kinderen en jongeren die alleen reisden. Achter het acroniem NBMV – niet-begeleide minderjarige vreemdelingen – schuilen (zeer) jonge mensen die vaak nooit een ander perspectief hebben gekend dan de vlucht.
Achter de cijfers, waarover geen enkele partij het eens lijkt te raken, schuilen gezichten. Gebroken levens. Dáárover zou het debat moeten gaan. Maar dat gebeurde niet.
Het politieke rumoer duwde de solidariteit naar de achtergrond. De mensen om wie het werkelijk gaat, verdwenen uit het debat. Eerst werd over grenzen gesproken en pas daarna over de doden. Rechts gebruikte de tragedie om haar eigen agenda naar voren te schuiven. In de politieke retoriek kregen vooral Spanje en zijn migratiebeleid de schuld, net als grenzen die volgens sommigen “te poreus” zouden zijn. Er moest gesloten worden, uitgesloten worden, met de vinger gewezen worden – en vooral zo snel mogelijk.
Nochtans schetsen de beschikbare feiten een veel complexer beeld. Onderzoeken wijzen op de massale verspreiding van valse informatie via sociale media, waardoor velen dachten dat de grens openstond. Ze tonen ook de sociale wanhoop van een deel van de Marokkaanse jeugd, geconfronteerd met werkloosheid en een gebrek aan toekomstperspectief. Daarnaast plaatsen analyses vraagtekens bij de afhankelijkheidsrelatie tussen Marokko en de Europese Unie op het vlak van migratiebeleid.
Al jaren kiest de Europese Unie ervoor om een deel van het grensbeheer uit te besteden aan derde landen, waaronder Marokko. Die strategie maakt Europa afhankelijk van politieke keuzes waarover het zelf geen volledige controle heeft. Ceuta herinnert ons eraan dat een uitbestede grens ook een instrument kan worden in een diplomatiek machtsspel.
Politieke recuperatie
Een debat dat alle nuance vereiste, werd al snel overschaduwd door politieke recuperatie.
Extreemrechts sprak onmiddellijk over een “invasie”. In verschillende Europese landen, ook in het onze, werd de theorie van het “aanzuigeffect” aangegrepen om het Spaanse migratiebeleid aan te vallen, hoewel vaststaat dat de mensen die Ceuta bereikten helemaal niet voldeden aan de voorwaarden van de regularisatieprocedure die Madrid had opgestart. Uiteindelijk leek dat nauwelijks nog van belang. Een eenvoudig verhaal verkoopt nu eenmaal beter dan een complexe werkelijkheid. Velen bouwen liever hogere muren dan de diepere oorzaken van migratie onder ogen te zien.
Ze vergeten dat geen enkele grens, hoe hermetisch ook, migratie zal doen verdwijnen. Oorlogen, ongelijkheid, de klimaatcrisis en een gebrek aan toekomstperspectief zullen vrouwen en mannen blijven dwingen hun land te verlaten. De uitdaging bestaat er dus niet in de illusie van nulmigratie te creëren, maar wel een migratiebeleid uit te bouwen dat veilig is en de menselijke waardigheid respecteert.
Ook België blijft niet aan de zijlijn staan. Door zich samen met eenentwintig andere Europese regeringen aan te sluiten bij een initiatief dat pleit voor een verdere verstrenging van het Europese migratiebeleid, schaart de Arizonaregering zich mee achter die logica. Meer controles. Meer terugkeer. Minder menselijkheid.
Toch betekent het erkennen van de menselijkheid van wie aan onze grenzen sterft niet dat we de complexiteit van migratie ontkennen. Het betekent wel dat we weigeren een menselijke tragedie te herleiden tot een opportunistische politieke slogan.
Onlangs verwoordde een Afrikaanse vakbondsvertegenwoordiger het als volgt:
“De migratieroute is geplaveid met onbeschrijfelijk geweld, misbruik, verkrachtingen en mishandeling. En toch vertrekken mensen. En proberen ze het opnieuw. Ze verkiezen de hel boven een leven in hun land van herkomst, omdat ze er geen toekomst meer zien. Dat is een tragedie die ons allemaal zou moeten raken.”
De hoogte van de opgetrokken muren verandert niks
Voor de vakbeweging kan deze discussie niet los worden gezien van waardig werk. Waar legale migratieroutes ontbreken, floreren mensensmokkelaars. Waar rechten ontbreken, groeit uitbuiting. Migratie organiseren met respect voor de fundamentele rechten betekent ook sociale dumping bestrijden en voorkomen dat werknemers worden misbruikt en uitgebuit als goedkope, rechteloze arbeidskrachten, ten koste van de hele arbeidswereld.
De doden van Ceuta herinneren ons aan een eenvoudige waarheid: een grens kan een man, een vrouw of – zoals in Ceuta – een kind tegenhouden op zijn of haar tocht. Maar zij kan de hoop niet tegenhouden. Hoe hoog de muren ook worden opgetrokken, ze zullen daar niets aan veranderen. Het echte antwoord ligt in meer sociale rechtvaardigheid, meer internationale samenwerking, meer vrede en meer waardig werk, hier én elders.
Bert Engelaar & Selena Carbonero Fernandez
