Nieuws

Barometer 2022: gezinnen onder druk

Barometer 2022: gezinnen onder druk

Het ABVV maakt deze week zijn sociaal-economische barometer 2022 bekend. In het 70 bladzijden tellende document wordt de economische en sociale situatie in ons land punt voor punt geanalyseerd. Koopkracht en inflatie, werkgelegenheid, lonen en gezondheid, arbeidsomstandigheden … Hoe doen zij het in tijden van crisis? Een samenvatting.

Na covid, de oorlog … en inflatie

2022 heeft de oorlog weer op de Europese kaart en in het middelpunt van het nieuws geplaatst. Een nieuwe realiteit die het dagelijks leven tot ver buiten de grenzen van Oekraïne heeft veranderd. “Deze oorlog heeft een zware impact op de gezinnen, op de bedrijfswereld, op de overheidsfinanciën. Ze verplicht ons om op een andere manier met energie om te gaan, en om versneld na te gaan hoe we op een rechtvaardige manier een energietransitie kunnen doorvoeren”, geeft het ABVV aan in zijn analyse.

Sinds enkele maanden is het allemaal inflatie dat de klok slaat in de Belgische media. De prijsstijgingen zijn voor een deel het gevolg van de bevoorradingsproblemen ten gevolge van de coronacrisis, maar het is toch vooral energie dat er zwaar inhakt. Dit is dan weer een rechtstreeks gevolg van de Russisch-Oekraïense situatie.

“Uiteraard is het verminderde aanbod van Russisch gas en olie door de oorlog in Oekraïne de belangrijkste reden. Daarnaast werd er massaal gespeculeerd op de financiële markten … Sinds enkele maanden sijpelt de energie-inflatie door naar de productiekost van andere goederen en diensten …  Energie is nog steeds de belangrijkste aandrijver van de inflatie, maar ook voedingsproducten leveren een steeds grotere bijdrage.” Het Federaal Planbureau, dat studies en voorspellingen over sociale en economische trends uitvoert, voorziet een terugkeer naar een ‘normaler’ inflatieniveau in de loop van 2023.

Precariteit en koopkracht

Gevolg van deze prijsstijging: een verarming van de gezinnen. De energieonzekerheid slaat steeds harder toe: de gas- en elektriciteitsrekeningen nemen een steeds groter deel van het gezinsbudget in. Als een gezin meer dan 10 procent van zijn inkomen spendeert aan energie, verkeert het in zogenaamde energiearmoede.

Het zijn vanzelfsprekend de meest kwetsbare huishoudens die het gemakkelijkst in deze vorm van onzekerheid terechtkomen. Giuseppina Desimone van de ABVV-studiedienst: “Hoewel maatregelen zoals het uitgebreide sociale tarief en de energiepremies de mensen tot op zekere hoogte beschermen, moeten we ons toch de vraag stellen wat er gaat gebeuren na maart 2023, de einddatum van deze maatregelen. Bovendien weten zeer veel gezinnen nog steeds niet dat ze eigenlijk recht hebben op het uitgebreide sociale tarief, en maken er dus geen gebruik van. Je rekening uitpluizen, de beste opties zoeken, je contract begrijpen, dat alles is zeer ingewikkeld en zeker niet voor iedereen weggelegd.”

Alle vorige crises

Nu is het weliswaar vooral de energiecrisis die aan het beschikbare inkomen van de huishoudens knaagt, maar we mogen niet vergeten dat er al een tiental jaren niet veel rozengeur en maneschijn meer was.

Sinds de financiële crisis van 2008 is de koopkracht van de Belgische werknemers gestagneerd, ondanks een toegenomen productiviteit.

“De reële lonen (de evolutie van een loon wanneer rekening gehouden wordt met de prijsstijgingen) stegen sinds 2009 in België met slechts 0,9% … Dat is opmerkelijk want in Nederland en Frankrijk stegen de reële lonen sinds 2009 respectievelijk met drie en bijna zes procent. In Duitsland met 19% … Nochtans steeg de productiviteit van de Belgische bedrijven sinds de financiële crisis. Met andere woorden: een uur arbeid brengt jaar op jaar steeds meer op voor bedrijven, maar die opbrengsten gingen in ieder geval niet naar de lonen. De redenen: een indexsprong in 2015, lage loonmarges en een iets hogere inflatie bij ons dan in de buurlanden … Helaas stellen we vast dat de lonen de productiviteit niet langer volgen. Ze lopen steeds verder uiteen.”

Hoe zit het met de bedrijven?

De inkomsten van de aandeelhouders stijgen, de bedrijfswinsten ook. Nochtans sturen de werkgeversorganisaties tegenwoordig de ene na de andere rampzalige boodschap de wereld in over de situatie van de ondernemingen.

Het ABVV ontkent niet dat de huidige energiecrisis gevolgen heeft voor sommige bedrijven, in het bijzonder voor de kleine zelfstandigen en kmo’s. Maar heus niet allemaal. Dus wat is de werkelijke situatie?

“In de eerste jaarhelft van dit jaar stegen de bedrijfswinsten van de Belgische ondernemingen naar een historisch recordniveau: in 1999 bedroegen de brutowinstmarges nog 35%, in het tweede kwartaal van 2022 stegen die naar meer dan 45% (bron: Nationale Bank van België). In vergelijking met de buurlanden staan we daarmee op eenzame hoogte: enkel in Nederland komen de winstmarges net boven 40% uit”, lezen we.

Doemberichten

“Maar het discours dat we horen van grote industriële groepen, vertegenwoordigd door het VBO, negeert een belangrijke realiteit: tal van bedrijven doen het beter dan ooit. Sommigen profiteren ronduit van deze crisis, anderen begonnen eraan met een grote financiële buffer”, lezen we.

Belang van collectieve onderhandelingen

“België is een welvarend land,” zo stelt Miranda Ulens, algemeen secretaris van het ABVV, “maar de verdeling van die welvaart zit flink scheef. De loonnormwet is een grote doorn in het oog. Deze wet, de zogenaamde wet van ’96, ondertussen bekend als de wet van 0%, maakt het voor vakbonden zo goed als onmogelijk om over echte loonsverhogingen te onderhandelen.”

“Dit collectief overleg is belangrijk omdat het gaat om een solidair principe. Iedereen wint erbij, doorheen de sector of over de sectoren heen. Op deze manier gaan ook de syndicaal minder sterke groepen erop vooruit. Werknemers in bepaalde sectoren of in kleine bedrijven hebben het immers vaak moeilijker om sociale vooruitgang af te dwingen. Collectieve akkoorden zijn hierop een antwoord.”

Volgens Miranda Ulens is de loonnormwet ook gewoon fout omdat die “geen rekening houdt met de vele loonsubsidies die de overheid uitkeert aan de bedrijven. Als je die subsidies – zo’n negen miljard euro per jaar – mee in rekening neemt, dan zien we dat een werkuur in België helemaal niet duurder is dan in de ons omringende landen.”

Tegenwoordig blijven de laagste lonen steeds verder achter bij het mediane loon (het mediane loon is het loon in het midden van de loonverdeling: de helft verdient meer, de andere helft verdient minder). In 1999 verdiende een ‘laagbetaalde’ werknemer (10% laagste lonen) iets meer dan 71% van het mediaanloon. In 2020 verdient dezelfde werknemer slechts 65% daarvan.  Sommige werknemers slagen erin individuele voordelen te bedingen. Dit is buiten het bereik van de minder goed betaalde werknemers.

Index: noodzakelijk maar niet voldoende

Hoewel de automatische loonindexering de koopkracht tot op zekere hoogte beschermt, is het systeem niet perfect.

Miranda Ulens: “Laat ons toch niet vergeten dat de automatische loonindexering, afhankelijk van sector, soms slechts één of enkele keren per jaar gebeurt. Dat betekent sowieso al een verlies van koopkracht doorheen het jaar. De prijzen wachten immers niet op de lonen.”

Deze sociaal-economische barometer 2022 van het ABVV herinnert ons eraan dat de werknemers inderdaad onder druk staan, en dat al vele jaren. Ze krijgen niet het deel waar zij recht op hebben, terwijl hun koopkracht wordt uitgehold. Precaire werksituaties nemen toe, en daarmee onzekerheid en langdurige ziekten zoals depressie en burn-out.

Lees ook het persbericht van het ABVV hierover.

Facebooktwitter

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW