Op 12 april vertrok de grootste civiele maritieme hulpmissie ooit vanuit Barcelona. Om zo hulpgoederen tot in Gaza te krijgen, maar ook de aandacht te vestigen op de misdaden van Israël. De Nieuwe Werker sprak met opvarende Isja Puissant over zijn engagement, zijn tanend vertrouwen in politiek en media, en hoe hij toch optimistisch blijft over burgerlijke mobilisaties.
Met een vader die voor het ABVV werkt en een moeder die bij het OCMW van Gent aan de slag is, is het sociaal engagement van Isja Puissant er met de paplepel ingegoten. “Ik heb altijd veel vrijwilligerswerk gedaan in het Gentse. Op een bepaald moment kwam ik tijdens kookworkshops ook in contact met Palestijnen. Door met hen te koken en te praten, leerde ik hen beter kennen en werd ik steeds nauwer betrokken bij hun lot”, vertelt Isja.
Die gesprekken en zijn familiegeschiedenis zette hem ook steeds meer aan het denken. “Ik kom zelf niet uit de Joods-Belgische gemeenschap, maar via een familietak van mijn vader zijn er wel drie Joodse familieleden gedeporteerd tijdens de Holocaust”, verduidelijkt Isja. “Wat zou ik toen zelf gedaan hebben? Zou ik in het verzet gegaan zijn? Ik ben zeker niet iemand die zich zonder nadenken in grote risico’s smijt, maar deze vragen hebben me lang beziggehouden.”

“Wat zou ik zelf tijdens WO II gedaan hebben? Zou ik in het verzet gegaan zijn?”
— Isja Puissant, meevarende Gaza flotilla
Paspoortprivilege
Toen er oproepen kwamen om een vloot te organiseren om hulpgoederen tot bij de Gazanen te brengen, sloot hij zich direct aan om ondersteuning te bieden aan de Belgische delegatie van de Global Sumud Flotilla. De eerste vloot vertrok in september 2025 vanuit Barcelona richting Gaza. In totaal zouden meer dan 40 schepen en 400 opvarenden de tocht over de Middellandse Zee maken. Begin oktober werden ze allemaal onderschept en ontvoerd door het Israëlische leger. Vele opvarenden getuigden nadien over mishandelingen.
De internationale coalitie achter de Global Sumud Flotilla liet zich echter niet ontmoedigen. Achter de schermen werd een tweede vloot voorbereid, waar ook Isja aan meehielp. Ditmaal besloot hij zelf mee te varen. “Ik was me heel bewust van de risico’s, maar toch wil ik het ook relativeren. Met mijn Belgisch paspoort was ik wel min of meer beschermd”, vertelt Isja. De bescherming die een Europees paspoort biedt, gold niet voor iedereen. Deelnemers uit landen als Maleisië, een moslimland zonder diplomatieke banden met Israël, lopen een veel groter risico op mishandeling of erger.
Een betere toekomst
Juist daarom werden opvarenden van verschillende nationaliteiten tactisch verspreid over de schepen. “Ik zat bijvoorbeeld met Mauritaniërs op mijn schip. Je weet, of hoopt, dat Israël het niet tot zinken zal brengen. Dat is een rode lijn die ze voorlopig nog niet overschrijden”, zegt Isja. Voor de afvaart verbleven de opvarenden twee weken op Sicilië. Daar leerden ze niet alleen zeilen, maar kregen ze ook intensieve trainingen over hoe ze zich geweldloos konden verzetten tegen Israëlische aanvallen. “Eigenlijk moet je tegen je instincten ingaan. Als Israël aanvalt, is zelfverdediging uit den boze. Je steekt je handen in de lucht en laat alles gebeuren.”
Toen deelnemers van de eerste flotilla tijdens de training kwamen getuigen over hoe ze onder meer botbreuken opliepen en slachtoffer werden van seksueel geweld, drong de ernst van de situatie pas echt door tot Isja. “Toen heb ik voor het eerst een paniekaanval gehad en ook ernstig getwijfeld om door te gaan.” Uiteindelijk vond hij de kracht om toch aan boord te stappen dankzij de steun van vrienden, familie en de Belgische delegatie.
De tweede vloot vertrok op 12 april uit Barcelona en bracht 620 opvarenden uit 45 landen over 72 schepen met 11.000 kg humanitaire hulp tot op enkele honderden kilometers van Gaza. Het schip van Isja kwam tot op 200 kilometer van de kust toen hij eind april door het Israëlische leger werd onderschept en ontvoerd.
Media-aandacht
De doelstelling van de vloot is echter altijd tweeledig geweest. “Het is uiteraard de bedoeling om de hulp tot in Gaza te brengen. Lukt dat, dan is onze missie geslaagd. Worden we met geweld tegengehouden, dan ziet de hele wereld hoe humanitaire hulp wordt geblokkeerd en dus bereikt de missie ook haar doel.”
Om de ogen op de misdaden van het Israëlische regime te vestigen, heb je onder meer de pers nodig. Isja kijkt met enige argwaan naar de media-aandacht voor de genocide in Gaza. Hij stoort zich aan berichtgeving waarin de officiële verklaringen van Israël volgens hem te weinig kritisch worden getoetst.
“Vaak lees je: de opvarenden zeggen dat dit gebeurd is, Israël ontkent dat. Trek zelf je conclusies. Maar journalistiek is toch meer dan twee standpunten naast elkaar zetten? Als de ene zegt dat het regent en de andere dat de zon schijnt, dan is het de taak van een journalist om naar buiten te kijken.” Tegelijk benadrukt hij dat zijn kritiek geen aanval is op individuele journalisten. “Ik hoop vooral dat de journalistiek opnieuw haar controlerende functie opneemt. Dat is uiteindelijk in het belang van iedereen”, zegt Isja.

“Worden we met geweld tegengehouden, dan ziet de hele wereld hoe humanitaire hulp wordt geblokkeerd en dus bereikt de missie ook haar doel.”
— Isja Puissant, meevarende Gaza flotilla
Burgerlijke mobilisatie
Naast een talmend vertrouwen in de journalistiek, is ook zijn geloof in de politiek de laatste jaren op een hellend vlak gekomen. Toch ziet hij hoopvolle signalen. Al komen die eerder van de mobilisatie van gewone burgers dan van de besluitvormende klasse.
“Kijk naar Italië. Toen de eerste vloot werd aangevallen, dreigden havenarbeiders de havens stil te leggen. Uiteindelijk groeide dat uit tot een nationale staking, waarna de Italiaanse regering gedwongen werd om druk uit te oefenen op Israël. Niet omdat politici het initiatief namen, maar omdat gewone mensen hun stem lieten horen.”
Nu hij terug in België is, komt hij wel meer in aanraking met politici. Hij heeft er een dubbel gevoel bij. “Ik zie absoluut de noodzaak van politiek, maar mijn vertrouwen in de huidige besluitvorming is sterk afgenomen”, zegt Isja. “Ik ben dankbaar dat mensen lobbywerk doen en politici proberen te overtuigen. Maar als je mij vraagt waar ik vandaag mijn energie wil steken, dan is dat in het verbinden van mensen en het opbouwen van een brede beweging van onderuit.”
Volgens hem bewijst de Italiaanse reactie het belang van maatschappelijke druk. “Als die druk groot genoeg, is de politiek nagenoeg verplicht te volgen. Dat toont dat verandering begint bij gewone mensen die zich organiseren. Dat is uiteindelijk waar democratie om draait”, concludeert Isja.
Internationaal strafhof
De politiek en de stem van burgers zijn niet de enige actoren die zaken in beweging kunnen brengen. Er is ook nog de gerechtelijke weg. Zo is het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) momenteel bezig met het verzamelen van bewijsstukken en getuigenissen van Israëlische mensenrechtenschendingen – en die lijst is lang – met het oog op een strafzaak tegen Israël aan te spannen.
Internationale wateren beginnen op ongeveer 22 kilometer van een kustgebied. Isja werd op een bijna tienvoudige afstand aangevallen. “Dat maakt Israël allemaal geen fluit uit”, voegt hij daaraan toe. Een peulenschil in vergelijking met de misdaad van genocide, maar elke mee opgenomen schending versterkt het gerechtelijk dossier.
Na de kidnapping en mishandeling – inclusief slagen, verwondingen en verkrachtingen – van de opvarenden werden ze vrijgelaten en gedeporteerd naar Turkije. Daar werden hun getuigenissen en verwondingen door vertegenwoordigers van het ICC in kaart gebracht. “Mensen achteraf verantwoordelijk stellen is belangrijk, maar daar red je vandaag geen levens mee. Uiteindelijk komt verandering pas echt op gang als mensen zich organiseren en samen zaken in beweging brengen”, sluit hij zijn betoog af.




