Nieuws

Worden we armer? Zes onthutsende vaststellingen uit de Armoedebarometer

Worden we armer? Zes onthutsende vaststellingen uit de Armoedebarometer

Op 17 oktober is de Internationale Dag van Verzet tegen Armoede. Het aantal mensen in België met een risico op armoede of sociale uitsluiting daalde sinds 2019 met 344.000 personen. Zo stelt de Armoedebarometer van armoedekoepelorganisatie Decenniumdoelen. Goed nieuws, zou je op het eerste gezicht denken, maar ondertussen bevinden 1,9 miljoen Belgen zich nog steeds in een kwetsbare situatie. Toch zetten de maatregelen van de Arizona-regering, waaronder de werkloosheids- en pensioenhervormingen, de positieve trend terug onder druk. Een overzicht van de meest markante vaststellingen uit de Armoedebarometer.

Decenniumdoelen is een koepelorganisatie die verschillende mutualiteiten, vakbonden, armoedeorganisaties en middenveldspelers samenbrengt om de armoedeproblematiek niet alleen aan te kaarten, maar ook met concrete oplossingen te komen.

Eind september lanceerde Decenniumdoelen de 2026-editie. Op het eerste gezicht zijn er positieve evoluties op te tekenen, maar er zijn ook al heel wat zorgwekkende zaken in beweging.


Uitkering verliezen ≠ werk vinden

Uitgesloten worden van de werkloosheidsverzekering betekent niet dat je daardoor automatisch werk vindt. Dat tonen de verzamelde cijfers in de barometer.

Van de eerste groepen die hun werkloosheidsuitkering verloren, vond slechts 14% de weg naar werk. In dezelfde categorie ontvangt 44% ondertussen een leefloon. Voor 34% van deze groep zijn er geen beschikbare gegevens. Het is dus onduidelijk of zij werk vonden of een andere uitkering ontvangen. Deze laatste groep valt mogelijk door de mazen van ons sociaal vangnet en wordt feitelijk onzichtbaar.

De resterende groep vond zijn weg naar een ander stelsel waar zij recht op hadden, waaronder de ziekteverzekering. Bij de onzichtbare groep is het moeilijk om exact te weten waar ze beland zijn en hoe ze in hun levensonderhoud voorzien, maar het grootste deel valt waarschijnlijk terug op een persoonlijk netwerk.


Werkloosheidshervorming verschuift kosten

De hervorming van de werkloosheidsverzekering wordt door de Arizona-regering voornamelijk naar voren geschoven als een besparing. In feite is het vooral een verschuiving van de kosten naar andere bestuursniveaus.  

Door de hoge doorstroom naar het OCMW vallen de kosten nu voornamelijk op de lokale besturen. Aanvankelijk betaalt de federale overheid het leefloon volledig terug, maar deze compensatie wordt geleidelijk afgebouwd naar 75% in 2029. Het federale budget van 300 miljoen euro dat hiervoor voorzien is, volstaat niet. Het huidige tekort wordt door het Monitoringscomité op het dubbele van dit bedrag geraamd.

Het rapport raamt de besparing op werkloosheidsuitgaven op €1,685 miljard in 2026, maar wijst er tegelijk op dat uitgaven vooral verschuiven naar onder meer leefloon, ziekteverzekering en schuldhulpverlening. Een besparing in één stelsel, zonder andere vangnetten of de begeleiding naar werk beter te ondersteunen, is dus helemaal geen besparing, maar een verschuiving van de lasten naar andere bestuursniveaus en naar de daaropvolgende jaren.

Een individueel socialezekerheidsrecht wordt vervangen door gezinsgebonden bijstand. Wie een werkloosheidsuitkering verliest, krijgt niet automatisch een leefloon. Er wordt bijvoorbeeld ook rekening gehouden met het inkomen van een partner.

Volgens de aangehaalde simulatie kan het netto gezinsinkomen van een koppel met een werkende partner daardoor tot ongeveer €750 per maand dalen. Periodes met leefloon tellen bovendien niet mee als gelijkgestelde periode voor het wettelijk pensioen.



Ook werkenden hebben belang bij een sterker inkomensbeleid

Een job biedt doorgaans bescherming tegen armoede, maar die bescherming is niet voor iedereen voldoende. In België loopt 4,1% van de werkenden een armoederisico. Bij kortgeschoolden stijgt dat tot 9,3%, bij deeltijdse werkenden tot 7,1%. De Armoedebarometer benadrukt dat zelfs een inkomen uit voltijdse arbeid voor bepaalde gezinstypes rond of onder de armoededrempel kan liggen. Of een gezin rondkomt, hangt immers ook af van het aantal personen dat van het inkomen moet leven en van noodzakelijke uitgaven voor wonen, kinderopvang, vervoer en gezondheidszorg.

Dit gegeven sluit ook aan bij een bredere benadering van koopkracht: voldoende hoge lonen, voldoende betaalde uren en duurzame contracten. Wie onvrijwillig deeltijds werkt, moet de kans krijgen om meer werkuren op te nemen. Wie wegens ziekte, een beperking of zorgtaken niet voltijds kan werken, heeft aanvullende bescherming nodig.


Flexibilisering nefast voor werknemers én sociale zekerheid

Volgens de barometer werkt één op de tien werknemers met een tijdelijk contract en meer dan een kwart deeltijds. Bij vrouwen gaat het om bijna 40%. Bovendien is deeltijds werken niet altijd een vrijwillige keuze, maar een opgelegde realiteit, mede door de combinatie met zorgtaken binnen het gezin.

Tijdelijke en deeltijdse arbeid gaan vaker samen met inkomensonzekerheid en een beperkte opbouw van sociale rechten. Daarom stelt de barometer dat eenvoudigweg het aantal mensen met een job geen goede graadmeter van een succesvol arbeidsmarktbeleid is. De kwaliteit en duurzaamheid van de job is ook van belang.

Decenniumdoelen waarschuwt daarnaast ook dat flexi-jobs, deeltijdse en tijdelijke jobs kunnen en zullen verdringen, wat ons ook rechtstreeks bij het financieringsvraagstuk brengt. Flexi-jobs leveren veel minder sociale en fiscale bijdragen op. De uitbreiding van flexi-jobs naar alle sectoren, de versoepeling ervan en de verdere uitbreiding van studentenjobs kunnen tegen 2029 alleen al voor de sociale zekerheid zo’n 1,5 miljard euro kosten.

Krijgen werknemers via flexibele arbeidsvormen voldoende inkomen en bescherming, en vervangen die arbeidsvormen jobs die meer sociale rechten en bijdragen zouden opleveren?


Duurzame re-integratie vraagt concrete inspanningen van werkgevers

De Armoedebarometer maakt duidelijk dat werkhervatting na langdurige ziekte vaak aanpassingen vereist. Van de bevraagde personen die uit een dergelijke situatie kwamen, had 55% aanpassingen nodig aan de arbeidsuren, taken, werkdruk of werkplek. Ook de steun van leidinggevenden, collega’s en de arbeidsarts speelt een belangrijke rol. Een terugkeer naar dezelfde omstandigheden zonder aanpassingen biedt dus niet voor iedereen een haalbaar perspectief.

Tegelijk signaleert de  barometer een gebrek aan werkgeversbeleid rond het thema. Hoewel bedrijven volgens het rapport sinds oktober 2022 een collectief re-integratiebeleid moeten uitwerken, had 93% van de bevraagde bedrijven dat in 2024 nog niet gedaan. Daarnaast achtte 41% van de werkgevers aangepast werk nauwelijks of niet mogelijk.

De Armoedebarometer stelt bovendien dat de verantwoordelijkheden ongelijk verdeeld zijn. Arbeidsongeschikte personen worden concrete verplichten en sancties opgelegd, terwijl de aanpassingen van het werk en de begeleiding veel minder zeker zijn.


De sociale economie biedt kansen

De Armoedebarometer reikt ook oplossingen aan. Zo wijst ze naar de sociale economie om aangepast werk aan te bieden aan personen die moeilijk terechtkunnen op de reguliere arbeidsmarkt. Binnen dat kader spreekt het rapport over collectief maatwerk, bijvoorbeeld bij een maatwerkbedrijf, en individueel maatwerk, bij een reguliere werkgever die extra ondersteuning biedt.

In 2024 ondersteunde de sector meer dan 35.000 personen. De capaciteit schiet echter tekort: ruim 18.000 mensen wachten op een plaats, tegenover een geplande uitbreiding met 1.000 bijkomende plaatsen tegen 2029. Enerzijds zien we dus een strengere activering en meer controle op arbeidsongeschikten, maar daartegenover staat een ontoereikend aanbod voor aangepast werk.

Zelfs mét een job binnen deze sociale economie blijven zij die erin werken kwetsbaar voor armoede. Het gaat vaak over deeltijds werk en de lonen schuren bovendien tegen het minimumloon aan. Een aangepaste job moet daarom samengaan met een toereikend inkomen, begeleiding en sociale rechten. Decenniumdoelen ziet binnen de sociale economie nood aan minstens 10.000 extra plaatsen in de komende tien jaar.

Hoewel deze bevindingen op zich al alarmerend zijn, is er een reëel gevaar dat, als een gevolgd van de asociale maatregelen van de Arizona-regering, de cijfers alleen nog maar zullen verslechteren/

De jacht openen op de meest kwetsbaren, is geen goede tactiek om armoede zelf ook te verjagen. Integendeel, het maakt het juist meer onzichtbaar.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x