Nieuws

Erkenning, preventie en bescherming: de weg naar een doeltreffend nachtarbeidbeleid

Erkenning, preventie en bescherming: de weg naar een doeltreffend nachtarbeidbeleid

Nu het verbod op nachtarbeid sinds 1 juni 2026 is opgeheven in alle sectoren, rijzen er steeds meer vragen over de beweegredenen voor de deregulering en over de langetermijneffecten voor werknemers. Wat is nu de echte impact van jarenlang ’s nachts werken en welke gevolgen heeft dit ritme voor je gezondheid?

Op 19 oktober werd het ABVV samen met de andere vakbonden en vertegenwoordigers van de medische wereld en de werkgevers uitgenodigd om vragen te beantwoorden van de leden van de commissie Sociale Zaken, Werk en Pensioenen in het federale parlement.


Preventieve maatregelen

In het kielzog van de recente uitbreiding van nachtarbeid naar alle sectoren werd het ABVV in gemeenschappelijk vakbondsfront uitgenodigd voor een hoorzitting in het federale parlement. Vertegenwoordigd door experte Caroline Verdoot kwam het ABVV goed voorbereid naar de hoorzitting. Naast een reeks vaststellingen over de gevolgen van nachtarbeid formuleerde het ook een aantal beleidsadviezen voor de commissieleden.

“De aandoeningen die op korte, middellange en lange termijn voortvloeien uit nachtwerk (zoals kanker), vallen niet onder de individuele verantwoordelijkheid van de werknemer. Want de verstoring van het biologische ritme verhoogt op lange termijn het risico op kanker. Is nachtwerk toch onvermijdelijk? Dan moeten er voldoende preventieve maatregelen genomen worden, zoals roterende uurroosters, een beperkt aantal opeenvolgende nachtdiensten en voldoende rusttijd”, vertelt Caroline Verdoot.


“Is nachtwerk toch onvermijdelijk? Dan moeten er voldoende preventieve maatregelen genomen worden, zoals roterende uurroosters, een beperkt aantal opeenvolgende nachtdiensten en voldoende rusttijd”

— Caroline Verdoot, ABVV studiedienst

Psychosociale risico’s

Dat gezondheidsrisico werd tijdens de hoorzitting nog eens bevestigd door Katrien Bauwens namens Mensura, een externe dienst die zich inzet voor preventie en bescherming op het werk. Bauwens sprak onder meer over de psychosociale risico’s van nachtwerk, die verder gaan dan enkel de impact op je gezinsleven en sociale leven. Zo zijn werknemers die deel uitmaken van de nachtploeg vaak minder betrokken bij de dagelijkse werking van de rest van het bedrijf.

Uitwisseling en overleg tussen collega’s is niet alleen positief voor het samenhorigheidsgevoel, het brengt ook potentiële gevaren en risico’s sneller aan het licht. Nachtarbeiders lopen daardoor de opportuniteit om problemen aan te kaarten sneller mis.  Daarnaast kan iemand die deel uitmaakt van de nachtploeg meestal niet aanwezig zijn bij personeelsfeesten of belangrijke vergaderingen. Daardoor kunnen nachtwerknemers zich afgesloten voelen van hun dagcollega’s en de bedrijfscultuur.


Tegengestelde belangen

Lijnrecht tegenover de standpunten van de vakbonden en huisartsen staan de belangen van de werkgevers. Vanuit de werkgevers werd geopperd dat waardig nachtwerk begint bij een gerichte zoektocht naar geschikte werknemers. Vacatures moeten aangepast worden aan de jobvereisten en werknemers moeten het werk veilig en “vrijwillig” uitvoeren.

Die laatste uitspraak viel in het verkeerde keelgat bij een aantal kritischere commissieleden, die aanhaalden dat er vaak ook sprake is van een vorm van “economische dwang” wanneer mensen uit financiële noodzaak nachtarbeid verrichten. Het komt ook voor dat bepaalde taken voor sommige werknemers gewoon te zwaar zijn om voltijds uit te oefenen, waardoor deeltijds nachtwerk een (onvrijwillige) oplossing wordt om dit financieel te compenseren.


Welke prioriteiten?

Net zoals de standpunten van vakbonden en werkgevers lijnrecht tegenover elkaar stonden, waren er duidelijke ideologische verschillen te bespeuren tussen de aanwezige commissieleden.

De liberalen hadden het voornamelijk over eventuele jobcreatie of jobverlies als graadmeter voor een succesvol nachtarbeidbeleid, terwijl aan de linkerzijde van het politieke spectrum eerder de gezondheid van de werknemers en de problematiek van  het toenemende aantal langdurig zieken als prioriteiten naar voren werd geschoven.

In de periode 2010–2019 zouden zo’n 12.000 jobs verloren zijn gegaan waarbij nachtarbeid werd verricht. Dat cijfer werd aangehaald in het parlementaire verslag over de hervorming van nachtarbeid van minister David Clarinval. Het gaat vooral om jobs in distributiecentra en de logistiek, maar het is niet helemaal duidelijk of dit banenverlies echt te wijten is aan het Belgische nachtarbeidbeleid.

Toen werd aangehaald dat distributiecentra zich momenteel vooral in onze buurlanden vestigen en niet bij ons vanwege de “minder verstikkende regels”, merkte een parlementslid op dat dit bij onze noorderburen alleszins geen verhaal van rozengeur en maneschijn is. “De distributiecentra verhogen de druk op de Nederlandse woningmarkt doordat ze zich vestigen rond minder bevolkte gemeentes. Detachering, sociale dumping en automatisering zijn schering en inslag. Van massale, kwalitatieve jobcreatie is dan ook nauwelijks sprake”, aldus het kritische parlementslid.


Oorzakelijk verband

Een terugkerend punt waarover alle aanwezige partijen het eens waren, is de nood aan gegevens over nachtarbeid. Hoeveel mensen verrichten nachtarbeid? Hoeveel van hen werken binnen het flexi-jobstelsel? Weten we hoeveel extra nachtwerkers erbij zijn gekomen sinds de opheffing van het algemeen verbod op nachtarbeid in alle sectoren? Beschikken we over gegevens die bepaalde ziektes en aandoeningen rechtstreeks linken aan nachtarbeid?

Die laatste vraag is essentieel. Want als we willen dat bepaalde ziektes erkend worden als beroepsziektes, moet een oorzakelijk verband bewezen worden.

Een concreet beleidsadvies van de vakbonden was daarom om verschillende gegevensbanken te koppelen. Dat is een relatief eenvoudige procedure waarmee snel kan worden nagegaan of nachtarbeiders onevenredig vaak aan bepaalde aandoeningen lijden, zoals borstkanker.

In België heeft Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, alle aanvragen tot erkenning van borstkanker als beroepsziekte tot nu toe afgewezen. Het gaat om een klein aantal aanvragen, omdat het brede publiek momenteel nog niet direct een verband legt tussen beroepsrisico’s en hun aandoening. Het koppelen van gegevensbanken zou dat verband in kaart kunnen brengen.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x