Nieuws

Delegees aan het woord: “wij verzetten bakens”

Delegees aan het woord: “wij verzetten bakens”

Op de thermometer valt het de laatste tijd duidelijk af te lezen: het wordt een hete zomer. Maar ook het najaar belooft op sociaal vlak zeer heet te worden. Net voor de vakantie geven we het woord aan enkele van onze afgevaardigden. Met welke moeilijkheden krijgen zij momenteel te maken? Wat willen de werknemers voor morgen? Wat worden de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst?

// een bijdrage van BBTK

Op 20 juni kwamen we met 80.000 mensen op straat om onze koopkracht en onze vakbondsvrijheden te verdedigen. Overal blijven de prijzen in de winkels en de rekeningen van de gezinnen maar stijgen. Burgers voelen zich bij de keel gegrepen en worstelen elke maand om rond te komen, een situatie die voor velen onleefbaar wordt.

Daarnaast zien we ook dat vakbonden en afgevaardigden steeds meer onder vuur komen te liggen en het doelwit zijn van aanvallen waarmee men hun bewegingsvrijheid en actiemogelijkheid wil inperken.

Rechtvaardige verdeling van de rijkdom

Cathy (Lidl)

“Als medewerker in een supermarkt weet ik als geen ander hoe de prijzen maar blijven stijgen, wij zien ze namelijk elke dag. Zo steeg de prijs van het toiletpapier in één keer met 4 euro, vers fruit en groenten tot 20 procent.”

Cathy: “Voor de aandeelhouders is er blijkbaar wél geld”

“Alles stijgt behalve ons loon. De werkgevers zeggen ons dat het een moeilijke periode is voor de bedrijven. Onze lonen mogen maar maximum 0,4 procent stijgen. Voor meer is er zogezegd geen ruimte. Maar hoe kan het dan dat er in het eerste kwartaal van dit jaar al een recordbedrag aan dividenden werd uitgekeerd? Voor de aandeelhouders is er blijkbaar wél geld.”

“Lidl verschuilt zich bijvoorbeeld achter de sectorale barema’s om onze lonen niet te verhogen en blijft flexibiliteit eisen. Het resultaat is dat onze mensen geen extra inkomen zoeken want de flexibiliteit van de uurroosters bij Lidl is erg groot. Bij ons op het werk zijn er veel alleenstaande vrouwen met kinderen. De meesten hebben contracten van 24 of 28 uur en kunnen tot 36 uur ingepland worden. Dit zorgt voor veel overuren maar weinig geld vermits het zwaar belast wordt of enkel gerecupereerd kan worden. Ik zie bij mijn collega’s hoe moeilijk dat kan zijn om de eindjes aan elkaar te knopen.”

“En dan mogen wij nog blij zijn dat we in België wonen waar er dankzij de strijd van de vakbonden heel wat zaken in ons voordeel spelen. Zoals de automatische indexering van de lonen, de tijdelijke verlaging op de btw op energie en een verlenging van het sociaal tarief. We mogen nooit toelaten dat er aan onze verworvenheden geraakt wordt.”

Benoit (Ferrero)

“400 euro, zoveel geven sommige van mijn collega’s elke maand uit aan verplaatsingskosten. Velen van hen wonen vrij ver van het werk. Met de exploderende energieprijzen is ook hun portefeuille ontploft. Sommigen houden aan het eind van de maand, nadat ze al hun rekeningen hebben betaald, nog 150 euro over. Anderen vragen zich zelfs af of het niet goedkoper zou zijn om een kamer in de buurt van het bedrijf te huren dan elke dag te moeten pendelen. De werknemers hebben geen enkele ademruimte meer.”

“Bij Ferrero hebben we hard gestreden en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Na een petitie en dankzij het vakbondswerk waarbij we die extreme toestanden hebben aangeklaagd, verkregen we een betere terugbetaling van de verplaatsingskosten. Die extra zuurstof is helaas maar tijdelijk. We weten dat de prijzen nog verder zullen stijgen en dat het de komende maanden mogelijk nog moeilijker wordt.”

Recht op volwaardig werk

Anita (Carrefour)

“De laatste jaren is ons werk er niet gemakkelijker op geworden. De concurrentie in onze sector is bikkelhard waardoor we ons steeds flexibeler moeten opstellen. Van de overheid krijgen onze werkgevers dan nog eens carte blanche. Denk maar aan de recente arbeidsdeal. Alles moet nog flexibeler, er mag meer en meer individueel geregeld worden. De uitdaging van onze sector is de deregulering tegen te houden. Bij Carrefour – maar dat zal elders zeker ook het geval zijn – wordt altijd geprobeerd om studenten in te zetten om aan de opgelegde flexibiliteit tegemoet te komen. De directie probeert ook flexi-jobbers in te zetten. Wij hebben ons daar tot nu toe altijd succesvol tegen verzet en zullen dat blijven doen.”

“Als de overheid een werkzaamheidsgraad van 80 procent wil, dan moeten er meer fatsoenlijke jobs zijn. Met meer studentenarbeid en flexi-jobbers gaan we er niet komen. In de handel, een sector met veel vrouwen, zijn deeltijdse contracten schering en inslag. Vaak is dat onvrijwillig omdat ze niet meer uren krijgen, maar soms ook omdat ze geen andere oplossing vinden om het werk en de uren te combineren met hun gezin. Want ondanks alle vooruitgang zijn het nog altijd vooral vrouwen die instaan voor de zorg. Deeltijds werken is natuurlijk nadelig voor de opbouw van sociale rechten … met alle gevolgen van dien. We moeten en we zullen niet meegaan in de 24/7-maatschappij.”

Francesca (Cora)

“Elke dag opnieuw moeten we strijd leveren om ervoor te zorgen dat de werknemers fatsoenlijke arbeidsovereenkomsten krijgen, dat hun arbeidsvoorwaarden nageleefd worden en dat ze een kwalitatieve job kunnen uitoefenen. Vakbondswerk kan lonen. Bij Cora hebben we hard moeten knokken. Maar een paar jaar geleden hebben we verkregen dat alle werknemers recht hebben op een minimumcontract van 28 uur. Dit is uiteraard een grote stap vooruit voor de handelssector waar deeltijds werk de regel is… Als dit bij Cora mogelijk is, dan moet dat overal mogelijk zijn.”

“De bakens verzetten kán dus wel degelijk. Dat is wat wij als afgevaardigden doen: we blijven op onze hoede, we hameren op onze standpunten en we trachten gesprekken op te starten om de werknemers voldoende werkuren te geven voor een loon waarvan ze waardig kunnen leven. Onderhandelen speelt op dit vlak een fundamentele rol want alles telt hierbij mee: stabiele uurroosters, verhoging van deeltijdse contracten, contracten van onbepaalde duur en het evenwicht tussen werk en privé.”

Betere sociale bescherming voor iedereen

Dominique (gezondheidszorg)

“De gezondheidszorg ziet al jaren af. Al jaren is er een schrijnend gebrek aan middelen. Al jaren worden de werknemers uitgeknepen als citroenen en moeten ze steeds méér doen met minder middelen. Al jaren zit het zorgpersoneel op zijn tandvlees en ook de patiënten en bewoners ondervinden daarvan de gevolgen. Al jaren klagen wij die toestand aan. Al jaren roepen we om hulp.”

“Intussen was er ook de pandemie. De gezondheidszorg heeft de schokgolf van de coronacrisis frontaal moeten opvangen. Het personeel deed wat moest en stond in extreme omstandigheden ten dienste van de bevolking. En wat als de crisis er niet was gekomen? Zou de gezondheidszorg dan ook één miljard extra aan subsidies hebben gekregen? Of mag de sector blijven stikken zoals nu al zovele jaren het geval is? Is het na dat alles logisch dat ziekenhuisbedden worden geschrapt om het personeelstekort op te vangen? Is het logisch dat de financiering voortdurend onder druk staat? Het antwoord is nee!”

Nancy (I-mens)

“Ik ben al 28 jaar verzorgende in de thuiszorg. Ons recentste sociaal akkoord bevatte een hele reeks maatregelen waardoor we erop vooruitgaan zoals meer loon, aaneensluitende vakantie, aandacht voor de agressie waar we soms mee geconfronteerd worden.”

“Dat neemt echter niet weg dat er de laatste jaren steeds meer van ons verwacht wordt en dat daar niet altijd iets tegenover staat. Er is minder en minder ruimte voor het menselijke of om eens de tijd te nemen om een praatje te slaan met de cliënt. Terwijl dit belangrijke zaken zijn die ons werk ook aangenaam maken. Soms is dat ook nodig. Omdat we bij de mensen thuis komen, zien we vaak wat er zich achter gesloten deuren afspeelt. We merken ook dat het leven voor veel mensen duurder wordt. Ik hoor gelijkaardige verhalen van mijn collega’s bij de thuisverpleging. Daar staan trouwens heel wat vacatures open, zoals in wel meer sectoren van de social-profit het geval is.”

“We liggen ook wakker van de stijgende prijzen. Wij zijn namelijk veel op de baan. De brandstofprijzen stijgen maar onze vergoedingen niet. Je voelt je niet bepaald erkend wanneer je bijna moet betalen om te mogen gaan werken. Nochtans is het een zaak van iedereen dat onze sector goed draait. Wie gaat anders de mensen verzorgen?”

Facebooktwitter

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW