Nieuws

“Ik sliep niet meer en zag zijn gezicht overal”

“Ik sliep niet meer en zag zijn gezicht overal”

De West-Vlaamse X. ondervond aan den lijve wat een goede vakbondsdelegee kan betekenen voor een slachtoffer van pesterijen op het werk.

// een bijdrage van BBTK

“Het is ondertussen lang geleden maar ik herinner me het nog zéér goed. Alsof het gisteren was. Ik heb ook alles neergeschreven, om het van me af te zetten. Dat heeft er allicht iets mee te maken en heb ik geleerd uit het boek van Sabine Dardenne. Het helpt in het verwerkingsproces.”

“In 1989 ben ik begonnen bij mijn huidige werkgever, een groot bedrijf in de regio Kortrijk. Ik heb er veel toffe collega’s, vrienden zelfs. Op een gegeven moment, ondertussen meer dan tien jaar geleden, verander ik van divisie. Mijn nieuwe chef Y. is één jaar ouder dan ikzelf en we kunnen het aanvankelijk heel goed met elkaar vinden. Mijn echtgenoot heeft een eigen zaak en daar kwam hij ook over de vloer. We zijn zelfs een keer samen met onze gezinnen op uitstap geweest, zoals we ook met andere collega’s deden.”

Schietschijf

“Mijn zoon verveelde zich in de kleuterklas en moest daarom een jaar overslaan. Hij zou wat meer uitgedaagd worden als hij bij de iets oudere kinderen in de klas zou zitten. Over dat soort dingen spreek je natuurlijk op de werkvloer. Hoe het met de kinderen gaat, enzovoort. Tijdens dat gesprek kwam van Y. plots de opmerking dat mijn zoon zo dom was dat ze hem in een klas moesten steken waarin hij naar oudere kinderen kon opkijken. Op het eerste moment dacht ik dat het om te lachen was, een misplaatst grapje, maar mijn hele familie werd er trouwens bij betrokken: ouders, schoonfamilie … Maar dat was het dus niet. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet waar dat nu eigenlijk vandaan kwam.”

Op alles was plots iets aan te merken

“En toen begon de miserie. Sinds die dag regende het opmerkingen, ik werd zijn schietschijf. Ik was te dik. Mijn bloes stond te strak. Of net te wijd. Het was altijd iets. Op alles wat ik deed of hoe ik eruit zag had Y. plots iets aan te merken. Behalve over mijn werk, daar kon hij blijkbaar nooit iets negatiefs over zeggen. Ik deed en doe mijn werk dan ook naar behoren. In die tijd deed ik nog extra hard mijn best, zodat ze me daarop toch niet konden pakken.”

Depressie

“Mijn collega’s merkten dit natuurlijk op. Ze zeiden dat ik met mijn klachten naar de personeelsdirecteur moest gaan omdat het zo toch niet verder kon. Ik vond dat op dat moment niet nodig.”

“Maar zo’n situatie doet wat met een mens. Ik ben uiteindelijk in een depressie beland. Ik werd ’s nachts wakker in paniek. Y.’s gezicht kwam overal in mijn hoofd opduiken, te pas en te onpas. Concentreren lukte mij niet meer. Een keer gingen we met mijn man en vrienden op weekend. Voor de zoveelste keer kon ik niet slapen. Toen besliste ik: na het verlof ga ik met mijn verhaal naar de personeelsdienst. Die zou het bekijken, zeiden ze. Ik ben dan thuisgebleven met attest van de huisdokter. Ondertussen hoorde ik via via dat Y. al meerdere medewerkers, vrouwen én mannen, had buitengepest.”

“Een ABVV-delegee kwam in die periode bij mij thuis op bezoek. Eerst voor een luisterend oor, daarna met goeie raad. Mijn delegee raadde me aan een psychiater te raadplegen, die zou kunnen inschatten dat het beter voor me was om thuis te blijven omwille van mijn psychologische toestand. Dat heb ik gedaan, gedurende meerdere weken.”

Radiostilte

“Vanuit de werkgever was het in die hele periode radiostilte. Tot ik plots telefoon kreeg van de personeelsdirecteur. Die wilde eens langskomen zodat ik nog een keer mijn verhaal kon doen. Ik snapte dat niet want ik had alles al verschillende keren verteld. Een oplossing ging er niet uit de bus komen omdat Y. hoger stond op de hiërarchische ladder, zo liet hij uitschijnen.”

Ik had liever een berisping gehad over mijn werk, dan kon ik er tenminste iets aan doen

“Ik heb toen aan de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk duidelijk gemaakt dat ik onmogelijk in deze omstandigheden terug aan de slag kon. Er kwam uiteindelijk wat schot in de zaak. Alhoewel. Ik werd overgeplaatst naar een andere dienst. Ik werd dus eigenlijk gesanctioneerd, en de dader helemaal niet. Uiteindelijk heb ik me erbij neergelegd en beslist om me tot het hoogstnodige te beperken in gesprekken met de persoon in kwestie. Enkel werk, niets meer over koetjes en kalfjes. We zijn nu jaren later, en zo lukt het wel.”

“Het doet wel wat met een mens, die constante opmerkingen, het gevoel steeds schietschijf te zijn zonder te weten waarom. Je huilt omdat je niet weet wat je verkeerd doet. Ik ben nochtans best mondig. Maar in dat conflict met Y. bevroor ik gewoon steevast. Dit gaat dan ten koste van je nachtrust, je concentratie, je voelt je niet meer goed in je vel. Ik had liever een berisping gehad over de kwaliteit van mijn werk, dan kon ik er tenminste iets aan doen.”

Ben je zelf slachtoffer van pestgedrag op het werk? Praat erover met je delegee.

Facebooktwitter

Gerelateerde berichten

Een reactie achterlaten

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x