Nieuws

Trein, wagen, fiets of telewerken? Het Belgische woon-werkverkeer in kaart gebracht

Trein, wagen, fiets of telewerken? Het Belgische woon-werkverkeer in kaart gebracht

Elke drie jaar houdt de Federale Overheidsdienst voor Mobiliteit en Vervoer een enquête over hoe we ons van de woning naar het werk verplaatsen, en weer terug. Wat zijn de mobiliteitsgewoontes van de Belg? En hoe zijn deze de afgelopen twintig jaar geëvolueerd?

Meer dan vierduizend werkgevers namen deel aan de zevende editie van de landelijke enquête. Daarmee werden de dagelijkse verplaatsingen van bijna 1,8 miljoen werknemers in kaart gebracht. De resultaten van 2024-2025 geven naast het gebruikelijke overzicht, en de analyse tegenover de voorgaande enquête, eveneens een overzicht van de evolutie van de laatste twintig jaar in het woon-werkverkeer.

De federale enquête is verplicht voor werkgevers – zowel publieke als private – die minstens honderd werknemers tewerkstellen (en per site minstens dertig personen). Op basis van de verzamelde gegevens geven de werknemersvertegenwoordigers ook hun advies in de ondernemingsraad.


We fietsen meer en meer

We delen het maar eventjes: het openbaar is officieel ingehaald door de actieve vervoersmodi. Naar het werk fietsen of wandelen is dus nog nooit zo populair geweest. Vooral in stedelijke gebieden is er een sterke groei, waar de bereikbaarheid en af te leggen afstanden een doorslaggevende rol spelen in de keuze. Toch is het openbaar vervoer door al die jaren redelijk stabiel gebleven als vervoerskeuze.

Als we de vervoerswijzen individueel bekijken, zien we dat vooral de fiets een explosieve groei kende. De afgelopen twintig jaar is het aantal meer dan verdubbeld, van 7,8% van de verplaatsingen in 2005 naar 16,5% in 2024.

De regionale verschillen blijven echter groot: in Vlaanderen gebruikt 24% van de werknemers de fiets om naar het werk te gaan, tegenover 9,4% in Brussel. In Wallonië is het aandeel slechts 3,3%. Toch zien we over alle regio’s een sterke groei: +15,8% in Vlaanderen, +29,7% in Brussel en +35,1% in Wallonië.

Deze evolutie is onder meer te verklaren door de opkomst van de elektrische fiets, een verbeterde infrastructuur (fietspaden, parkings) en de introductie van de fietsvergoeding, aantrekkelijk gemaakt door de fiscale vrijstelling ervan.

We moeten hier wel bij vermelden dat de enquête over regelmatig gebruik gaat en dus  geen rekening houdt met occasionele gebruikers die enkel in de zomer af en toe de fiets naar het werk nemen.


Grote regionale verschillen bij wagengebruik

Koning auto blijft wel het meest gebruikte vervoermiddel voor woon-werkverplaatsingen. Het aandeel daalde echter met 8% in de afgelopen twintig jaar, van 66,8% naar 61,4%.

Ook hier zien sterke regionale verschillen. In Brussel daalde het autogebruik sterk (30,4% in 2024, een daling met een derde), wat vooral te wijten is aan de hoeveelheid files. In Vlaanderen wordt de daling grotendeels gecompenseerd door een toename van het fietsgebruik. Tegelijk zien we in Wallonië wel een lichte stijging van het aandeel verplaatsingen met de auto, 82,8%.

De afhankelijkheid van de auto in Wallonië is grotendeels te verklaren door structurele tekorten en geografische aspecten. Enerzijds is de fietsinfrastructuur minder ontwikkeld, anderzijds zijn de woon-werkafstanden er groter. En ook het trein- en TEC-netwerk, met een minder uitgebouwde bereikbaarheid van bedrijven, is er ondermaats ten opzichte van de andere regio’s. Zo gebruikt slechts 4,4% van de Waalse werknemers de trein en 3,3% metro, tram of bus.


Vooruitgang dankzij sociaal overleg

Doorheen de jaren hebben werkgevers meer maatregelen genomen om duurzame mobiliteit te stimuleren, vaak onder impuls van sociaal overleg binnen bedrijven.

Vandaag zien we dat:

  • 97% van de werknemers een fietsvergoeding krijgt.
  • 89% toegang heeft tot een overdekte fietsenstalling (waarvan 77% beveiligd).
  • 71% van gratis treinvervoer geniet.
  • 59% van gratis openbaar vervoer geniet.
  • 29% van de werkgevers een mobiliteitscoördinator heeft.

Deze vooruitgang toont de concrete rol van sociaal overleg bij het verbeteren van mobiliteitsomstandigheden voor het woon-werkverkeer.


Telewerk is niet meer weg te denken

Sinds de COVID-19 lockdowns is telewerk in veel bedrijven een ingeburgerd begrip geworden. In 2024 zien we dat 63% van de ondernemingen het toestaat en dat 37% van de werknemers er gebruik van maken.

Met een uitsparing van 13% van alle verplaatsingen is de impact van telewerken op het verkeer aanzienlijk. Wanneer we de trajecten richting Brussel in beschouwing nemen, loopt het aandeel zelfs op tot 28%. Het meest voorkomende model blijft één tot twee telewerkdagen per week.


Volgende halte: duurzamere mobiliteit

In twintig jaar tijd zijn onze mobiliteitsgewoontes sterk geëvolueerd richting meer en meer duurzame alternatieven. Stijgende brandstofprijzen en duurdere autokosten hebben daar vast en zeker hun aandeel in, maar deze trend is net zo goed het resultaat van collectieve actie. Het veranderen van de collectieve houding om duurzame alternatieven te gebruiken komt allereerst voort uit mentaliteitswijzigingen. Zo zien we dat campagnes en maatregelen die bepaalde vervoersmodi positief stimuleren, echt resultaat boeken.

Raadpleeg de volledige resultaten van de federale enquête over woon-werkverplaatsingen 2024-2025.


Facebooktwitter

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook x

De Nieuwe Werker

FREE
VIEW