Syndicalisme en feminisme, eeuwig verbonden

8 maart is een internationale dag. Geen simpele viering, en ook niet zomaar een “vrouwendag”, maar een dag van strijd waar vrouwenrechten centraal staan. Want laten we er geen doekjes om winden: de feministische strijd blijft ook vandaag relevant. De weg naar gelijkheid is niet alleen geplaveid met hindernissen, ze is bovendien nog lang niet bewandeld. Op zondag 8 maart legden in heel het land tienduizenden mensen een stuk van die weg samen af.
13 uur, het Albertinaplein te Brussel. Traag maar gestaag loopt het vol: werknemers, activisten, kinderen, solidaire mannen, jong en oud. De betoging van 8 maart brengt een divers clubje op de been. De sfeer is gelaten, open en volks, met een intergenerationele dynamiek.
Om 14 uur volgen de toespraken elkaar op. Activisten, verenigingen en vakbondsorganisaties nemen elk het woord. Voor het ABVV neemt algemeen secretaris Selena Carbonero Fernandez de microfoon ter hand:
“Niets is aan ons gegeven. Voor elk verworven recht hebben we moeten strijden. En nu staan die rechten terug op de helling. We moeten een grote stap achterwaarts koste wat het kost vermijden. De Arizona-regering probeert ons te verdelen, terwijl wij mensen samenbrengen! Vandaag voor vrouwenrechten. En op 12 maart, in Brussel, om de Arizona-macho’s een halt toe te roepen!”


De betoging vertrok normaal gezien om 14 uur. Maar laat uiteindelijk toch even op zich wachten. We sluiten ons aan bij het rode blok. De kameraden trekken de banner over de breedte van de mars, “Syndicalist, dus feminist” staat er in koeienletters op. Er wordt trots plaatsgenomen achter de slogan, met vele vastberaden en vertrouwden blikken.
Onder hen ook Martine Vandevenne, verantwoordelijke van de genderdienst van het federaal ABVV, voor wie deze mars een bijzondere betekenis heeft. Na meer dan dertien jaar engagement binnen de dienst neemt ze met een beetje weemoed, maar ook met veel trots, deel aan haar laatste 8 maart-betoging als vakbondswerknemer.
Vakbondsstrijd = feminisme
“Het ABVV is een vakbond die strijdt voor gelijke rechten en gelijke kansen”, legt Martine uit. “Wij eisen gelijk loon voor gelijk werk. We bestrijden discriminatie, geweld en seksisme op de werkvloer, en proberen genderstereotypen en vastgeroeste traditionele rollen onderuit te halen. Verder verzetten we ons ook tegen onvrijwillig deeltijds werk en willen we gelijkheid op het vlak van pensioenen.”
Aan haar zijde zien we nog een vertrouwd gezicht: Sandrine Lorfèvre, voorzitster van het Waals vrouwenbureau van het ABVV. “Verzet tegen elke vorm van ongelijkheid of dominantie zit in ons DNA. Als syndicalisten zijn we de facto feministen”, voegt ze glimlachend toe.

“Als syndicalisten zijn we de facto ook feministen. Verzet tegen elke vorm van ongelijkheid of dominantie zit in ons DNA.”
— Sandrine, voorzitster van het Waals Vrouwenbureau van het ABVV
Een anti-vrouwenregering
Die strijd is vandaag actueler dan ooit. We staan tegenover een regering die geen rekening houdt met de eigenheden van vrouwelijke loopbanen. De hervormingen die nu doorgevoerd worden vergroten de ongelijkheden en duwen steeds meer vrouwen richting bestaansonzekerheid.
Sandrine, al 25 jaar aan de slag bij het ABVV, maakt zich zorgen: “Dit is de grootste sociale achteruitgang die ik meemaak sinds ik hier werk. Er is een totaal gebrek aan respect voor vrouwelijke werknemers en vakbondsorganisaties.”
“Flexibilisering van het werk, afschaffing van de minimale duur van deeltijdse contracten, uitbreiding van studentenarbeid, werken op zondag, beperking van de werkloosheidsuitkeringen tot twee jaar. Al deze maatregelen treffen vrouwen extra hard”, benadrukt Martine.
De pensioenhervorming is nog zo’n voorbeeld. Door de verstrenging van de gelijkgestelde periodes en de eis van 35 loopbaanjaren zal bijna 80% van de vrouwen geen recht meer hebben op een volledig minimumpensioen of op een vervroegd pensioen. “Het ergste daaraan is dat deze pensioenmaatregelen nu met terugwerkende kracht in werking treden”, voegt Martine toe.

Meer dan economisch geweld
Op enkele tientallen kilometers van Brussel, in Charleroi, neemt Jennifer Gérard ook deel aan acties in het kader van 8 maart. Ook zij is een van die vertrouwde gezichten die haar militantisme in al zijn kleuren laat zien op 8 maart of op 25 november, de internationale dag tegen geweld op vrouwen. “Het ligt me nauw aan het hart om aanwezig te zijn op deze bijeenkomsten. Ik ben als vrouw namelijk ook slachtoffer geweest van emotioneel en fysiek geweld”, vertrouwt ze ons toe.
Vandaag is ze afgevaardigde bij de Algemene Centrale in de sector van de dienstencheques – een overwegend vrouwelijke sector. Jennifer legt uit hoe de steun die ze in de vakbondswereld vond, doorslaggevend was om zich te emanciperen en om haar moeilijke situatie achter zich te laten. “Als je ziet hoeveel mensen aanwezig zijn op dit soort betogingen, kan je alleen maar concluderen hoeveel medemenselijkheid en solidariteit we in ons hebben.”
In haar bedrijf strijdt ze ervoor om de rechten van haar collega’s te laten respecteren, en hun te beschermen tegen seksistisch gedrag van bepaalde klanten, en zelfs tegen seksueel geweld. “Op het CPBW van maart staat het thema van geweld tegen vrouwen hoog op de agenda”, preciseert ze.
Wanneer we het hebben over de stemming in de Kamer van Volksvertegenwoordigers afgelopen december, waarbij feminicide niet in het Strafwetboek werd opgenomen, reageert Jennifer verontwaardigd: “Dat is onaanvaardbaar. Geweld bestaat. Door vrouwen richting onzekere situaties te duwen maakt de regering hen afhankelijker. Sommigen zullen dan liever bij een gewelddadige partner blijven dan vertrekken, bij gebrek aan een alternatief.”

“Door vrouwen richting onzekerheid te duwen, worden ze door de regering ook steeds meer afhankelijk. Zo blijven sommige vrouwen samen met hun gewelddadige partner, bij gebrek aan een alternatief.”
— Jennifer, delegee AC Dienstencheques
Martine herinnert aan enkele cijfers. Volgens de blog “Stop féminicide”, die feminicides bijhoudt, werden 25 vrouwen vermoord in 2025. “Dat komt neer op twee vrouwen per maand”, benadrukt ze. De genderverantwoordelijke voegt verontwaardigd toe: “Deze drama’s gebeuren niet van de ene dag op de andere. Preventie is absoluut noodzakelijk.”
Verzet = vooruitgang
Verzet wordt op verschillende niveaus opgebouwd: internationaal, Europees, nationaal, regionaal en zelfs binnen bedrijven. Martine en Sandrine zijn het over één punt eens: vooruitgang is een traag beestje. Maar “we mogen de moed niet verliezen”, benadrukt Sandrine. Want zonder verzet bestaat het reële risico dat vrouwenrechten achteruitgaan. “Met de maatregelen van de Arizona-regering en de opkomst van masculinisme en extreemrechts in Europa is het gevaar reëel”, waarschuwt ze.
Maar we mogen ook de wél geboekte vooruitgang niet vergeten. Martine noemt onder meer de op Europees niveau goedgekeurde richtlijn inzake loontransparantie. Daardoor wordt de loongelijkheid tussen vrouwen en mannen versterkt.
In België wordt, dankzij vakbondsmobilisaties, het moederschapsverlof voortaan meegeteld als gelijkgestelde periode voor toegang tot het pensioen na 42 loopbaanjaren. Nog een overwinning: het behoud van de werkloosheidstoeslag (IGU) voor deeltijdse werknemers, die oorspronkelijk na twee jaar zou worden afgeschaft.








Jennifer organiseert haar eigen verzet, rechtstreeks in het bedrijf waar ze werkt. In haar sector zijn deeltijdse contracten veruit de meerderheid en vaak onvrijwillig. “Ofwel wil de werkgever geen voltijdse contracten aanbieden, ofwel moeten werknemers hun arbeidstijd verminderen en bijvoorbeeld ouderschapsverlof nemen omdat er geen opvangplaatsen voor hun kinderen zijn”, legt ze uit.
Om na de basisperiode een werkloosheidstoeslag te blijven krijgen, heeft de regering de minimale arbeidsdrempel verhoogd tot negentien uur per week of een halftijdse equivalent in het bedrijf. Jennifer en de vakbondsdelegatie in haar onderneming hebben gestreden om ervoor te zorgen dat alle werknemers contracten van minstens negentien uur krijgen, zodat ze deze toeslag kunnen behouden. Een mobilisatie die resultaat heeft opgeleverd.
Trots en spijt
Rond 16.15 uur loopt de betoging in Brussel stilaan ten einde. “Een slotwoord, Sandrine?” “De strijd stopt vandaag niet. Als vrouwen en vakbondsmensen aanvaarden we niet langer dat we moeten opdraaien voor alles of onzichtbaar worden gemaakt. Meer dan ooit houden we het verzet levend!”
Martine loopt nog steeds mee in de stoet. De emotie is voelbaar. We vragen haar wat haar grootste spijt en haar grootste trots zijn na dertien jaar aan het hoofd van de genderdienst.
Voor het eerste hoeft ze niet lang na te denken: de abortuswet, aangenomen in 1990, is nog altijd niet versoepeld. “Elk jaar moeten nog honderden vrouwen naar Nederland reizen om een abortus te laten uitvoeren. Al jaren vragen we de afschaffing van de verplichte bedenktijd en een verlenging van de wettelijke termijn tot minstens 18 weken”, legt ze uit.
Haar grootste trots heeft precies te maken met de internationale dag van strijd voor vrouwenrechten. “Ook dit jaar heeft het ABVV opgeroepen tot een interprofessionele staking. De staking van 8 maart bestaat bij ons al verschillende jaren. En ik ben er trots op dat ik heb kunnen bijdragen aan de realisatie ervan”, besluit ze met een glimlach. En ook de militanten van het ABVV zijn trots dat ze eraan kunnen deelnemen, onder meer dankzij haar inzet.









