De strijd tegen sociale dumping gaat ons allemaal aan

Op 25 maart 1957 tekenden zes landen het Verdrag van Rome, waarmee de bouwstenen werden gelegd voor wat later zou uitgroeien tot de Europese Unie. De tekst omvatte een duidelijke ambitie: betere levens- en werkomstandigheden voor alle Europeanen. Meer dan zeven decennia later kan het contrast niet groter zijn. Door toedoen van sociale dumping lappen bepaalde bedrijven de grondwaarden van het verdrag aan hun laars.
Werknemersrechten worden ondermijnt, terwijl het vuur van de onderlinge concurrentie wellustig wordt aangewakkerd. En neen, sociale dumping is geen nichegeval, beperkt tot enkele sectoren: de volledige arbeidsmarkt wordt erdoor getroffen. Maar wat is het dan precies?
Sociale dumping: wat is dat?
Sociale dumping is een geheel van praktijken waarbij de kostprijs van het werk zo laag mogelijk wordt gehouden door de sociale wetgeving te omzeilen. Met excuuswoorden als ‘lasten’ en ‘concurrentievermogen’ wordt er gesnoeid in bepaalde rechten, zoals de sociale zekerheid, werkomstandigheden en -voorwaarden, en ook de financiering van de sociale zekerheid blijft er niet van gespaard.
Het volgende voorbeeld maakt direct duidelijk hoe schadelijk deze praktijk is: twee arbeiders werken zij aan zij op een werf in Brussel, met precies dezelfde taken en hetzelfde schema. De ene is Belg, de andere afkomstig uit Polen. Ze hebben een vergelijkbaar nettoloon. Dat is wettelijk vastgesteld. Maar de werkgever heeft voor elk van hen een heel ander kostenplaatje. Het land van herkomst bepaalt de hoogte van de sociale bijdragen van de Poolse arbeider, die daar veel lager zijn.
Als het bedrijf zich aan de lokale, Belgische, regels zou houden moet het meer sociale bijdragen betalen. Zo is een bedrijf dat zich netjes aan de regels houdt, benadeelt tegenover de concurrenten die dit niet doen. Op de lange termijn kunnen bedrijven soms niet anders dan volgen, waardoor de volledige sector steeds dieper in het moeras van de sociale dumping zakt.
Alhoewel wijdverspreid, blijft het fenomeen grotendeels onzichtbaar. Het berust op ingewikkelde constructies, waarbij ‘postbusbedrijven’ – zonder werkelijke activiteit – worden opgezet, net zoals dat het berust op de onwetendheid van werknemers ten opzichte van hun rechten. Sociale dumping treft heel wat sectoren zoals de bouw, transport, horeca, landbouw, schoonmaak en bewaking. De eerste slachtoffers ervan zijn arbeidsmigranten en onderaannemers. In het ergste geval kan het zelfs leiden tot uitbuiting en mensenhandel.
Een harde realiteit
Op 24 maart voerde het ABVV een actie nabij een bouwwerf van Google in Farciennes, in de buurt van Charleroi. Gianni De Vlaminck, federaal secretaris bij de Algemene Centrale, verantwoordelijk voor o.a. de bouwsector, was er aanwezig. “We zijn hier vandaag bijeengekomen met vakbondsleden uit binnen- en buitenland omdat deze werf bijzonder veel vraagtekens oproept. De Jones Engineering Group, die hier bouwt in opdracht van Google, springt wel héél laks om met vakbondsrechten”, vertelt Gianni.


Hij vervolgt: “Wij bieden nochtans heel wat concrete oplossingen voor sociale dumping aan. Vakbondsvrijheden moeten gerespecteerd worden, dat staat buiten kijf. Maar daarnaast is het belangrijk dat het aantal onderaannemers in de bouw beperkt wordt. Anders wordt het een kluwen waar niemand – zelfs geen inspecteur – nog wijs uit raakt. We pleiten ook al jaren voor een volledige hoofdaansprakelijkheid van de hoofdaannemer. Zo kunnen we deze wantoestanden sneller de wereld uit te helpen.
“We weten maar al te goed dat dit een internationaal probleem is, dat in de eerste plaats op Europees niveau opgelost moet worden. Daarom nodigden we hier vandaag ook enkele Europarlementsleden uit om ons te helpen de druk op te voeren. Alle werknemers, waar ze ook vandaan komen, verdienen het immers om fatsoenlijk betaald te worden en om in veilige omstandigheden hun job te kunnen doen.”


Het Verdrag van Rome en sociale dumping – twee handen, één buik
De oprichting van de Europese Unie heeft een rechtstreeks verband met sociale dumping. De interne markt van de Unie is namelijk tot stand gekomen, zonder het op poten zetten van een voldoende bindend sociaal kader. Zo is er dus een concurrentie tussen de verschillende sociale stelsels ontstaan.
Er bestaan wel regels, meer bepaald om de detachering van werknemers te omkaderen, maar deze regels worden al te vaak omzeild. En dankzij een leger aan onderaannemers kunnen grote bedrijven en opdrachtgevers zich vaak aan hun verantwoordelijkheden onttrekken. Er kan geen andere conclusie zijn: sociale dumping is niet alleen nefast voor werknemers en hun onderling relatie, maar verzwakt ook al hun rechten, of ze nu Belg zijn of niet.
Er zijn nochtans oplossingen
We mogen toch niet te fatalistisch zijn over de situatie. Concrete, werkbare maatregelen zijn snel en eenvoudig te implementeren. Met een versterking van de sociale inspectie, in België én op Europees niveau, zou de huidige regelgeving al direct beter kunnen worden nageleefd.
Verder moet het inzetten van onderaannemers aan banden worden gelegd, samen met een verhoogde responsabilisering van de opdrachtgevers. Gebruik je de voordelen van een bepaald systeem? Dan moet je ook de eindverantwoordelijkheid dragen voor eventueel misbruik. Klaar, duidelijk en simpel.
Dé vraag die onbeantwoord blijft, 69 jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome: wil Europa de concurrentie tussen werknemers verder in de hand werken? Of wil ze de rechten van werknemers vooropstellen? Het wordt dringend tijd om de oorspronkelijke belofte van gedeelde, collectieve sociale vooruitgang waar te maken voor alle Europese werknemers.







